versjes
Als de kabouters slapen gaan
Als de kabouters slapen gaan,
worden eerst hun tanden gedaan.
Roets, roets, worden de kiezen en tanden gepoetst.
Nu nog even spoelen, zo is het genoeg,
wel te rusten en tot morgen vroeg.
Trrringgg....
wordt wakker, was je handen
wordt wakker, poets je tanden
wordt wakker, kleed je aan
om naar de kinderkorf te gaan.
Een olifant uit sloten
Een olifant uit Sloten,
had last van koude poten.
Daarom breide hij sokjes,
rood met witte blokjes.
Maar tot zijn groot verdriet,
pasten de sokjes niet.
Dus heeft de olifant uit Sloten,
nog altijd last van koude poten.
Spinnetje
Een spinnetje, een spinnetje (linkerhandje)*
Die zocht een lief vriendinnetje.
Ze zocht eens hier,
Ze zocht eens daar,
Ach vond ze dat spinnetje maar.
Een spinnetje, een spinnetje (rechterhandje)*
Die zocht een lief vriendinnetje.
Ze zocht eens hier,
Ze zocht eens daar,
Ach vond ze dat vriendinnetje maar.
Twee spinnetjes, twee spinnetjes (beide handjes)*
Die waren samen vriendinnetjes.
Zij spelen hier
Zij spelen daar
En blijven altijd bij mekaar
Hik-hak-houtje
Hik-hak-houtje,
knopen in een touwtje.
Knopen aan mijn jas,
‘k wou dat ik een… * was!
*Naam van een dier
Hompeltje en Pompeltje
Hompeltje en Pompeltje,
die klommen boven op een berg.
Hompeltje was een kaboutertje,
en Pompeltje een dwerg.
Ze klommen hoog tot bovenaan het topje,
en ze schudden met hun kopje.
Toen zijn ze in de berg gekropen,
en niemand heeft ze meer zien lopen.
Ze slapen daar zachtjes, op één oor,
hé, ik geloof, dat ik ze hoor.
Op een hele hoge berg
Op een hele hoge berg
Nee niet zo’n kleintje
Maar Op een hele hoge berg
Daar woont kabouter Pom.
’s Morgens poetst hij zijn tanden.
Hij wast zijn handen en zijn gezicht.
Kijkt in de spiegel en zegt: “dat ben ik”.
’s Middags gaat hij uit wandelen, stap, stap, stap.
Dan doet hij zijn deurtje op slot, klik, klak.
En zegt: “Oh, wat moet ik vreselijk gapen,
Ik ga maar lekker slapen”.
Straatje
Mag ik over jou straatje lopen,
mag ik op jou stoepje staan.
Mag ik aan jou belletjes trekken? Tingelingeling.
Deurtje open, deurtje dicht
Trapje af, voetjes vegen.
Klop, klop, klop, klop, klop, kom maar binnen.