De West Highland Way begint in Milngavie (speek uit "Millguy") en verbindt de grootste stad van Schotland met de hoogste berg van Groot-Brittannië: de Ben Nevis, vlakbij het stadje Fort William. Daarbij volgt het ook nog eens het langste meer: het Loch Lomond, dat ruim dertig kilometer meet. Het trotse monument aan het begin van het pad geeft aan dat men de route series neemt. We gaan niet zomaar wat wandelen, we gaan de West Highland Way bedwingen!
Dag 1: Glasgow - Drymen
Hoe verder we van Glasgow
verwijderd raken, hoe minder park-achtig het landschap wordt.Vlak
buiten Glasgow doorkruisen de het Mudgedog Wood en passeren we later
het Gragallion Loch. Zoals overal in Groot-Brittannië zijn
passages tussen weilanden gemaakt die het voor het vee onmogelijk
moeten maken het weiland te verlaten, terwijl de menselijke wandelaars
hun tocht kunnen voortzetten. Van alle varianten die we inmiddels
hebben gezien vinden we dit de handigste: gebogen ijzeren staven met
kettingen die je naar links en rechts wegduwt en die je achter je weer
laat terugvallen. Zo hoef je zelfs je benen niet op te tillen. Vooral
aan het einde van de dag is dat erg comfortabel.
De weg langs het Gragallion Loch loopt via de ontmantelde spoorweg en is dus kaarsrecht. Dit in tegenstelling tot de steeds vaker opdoemende typisch Schotse ronde bergen. Halverwege passeerden we de eerste whisky destilleerderij, maar we stellen de kennismaking met de lokale dranken uit tot in de pub, ’s avonds. We lopen verder tot we op 18 km van het beginpunt het dorpje Drymen binnenkomen. Het bed and breakfast langs de kant van de weg had nog plaats. Het ontbijt is goed, maar we nemen ons voor nooit meer vooraf "porrage" te bestellen. In deze pap (net zo smakeloos als toen wij die als kinderen hebben moeten eten) zoog de lepel zich langzaam vast. Jammer van het daarna volgende ‘full cooked breakfast’.
Dag 2: Drymen - Roardennan
De tweede dag begint
druilerig. Na een kilometer of vijf over een smal asfaltpad komt het
Loch Lomond in beeld. Niet veel later doemt ook de Conic Hill
voor ons op. Deze eveneens ronde berg is niettemin anders dan
alle andere nieuwe tot nu toe zijn tegengekomen. Zijn omvang en zijn
vrije ligging maken hem bijzonder. En terwijl we de berg bestijgen en
uitzicht rondom hebben, zien we dat verschillende andere
groepjes mensen, hetzelfde van plan zijn. Geleidelijk aan verandert de
motregen in echte regen. Na de beklimming van de Conic Hill biedt het
plaatsje Balmaha, aan de oever van het meer, een goede omgeving voor de
lunch. Waterfietsen in het meer verraden het toeristische karakter van
deze plek in het hoogseizoen. Hoewel het half juni is, wijst niets erop
dat dat seizoen binnekort zal aanbreken. De wandeling langs het meer
naar het noorden biedt mooie uitzichten. Zowel wanneer het pad langs de
waterlijn loopt als wanneer deze ons door de rondom het meer
ruimschoots aanwezige bossen leidt. Bij Roardennan is een hotel, dat
echter zo'n tien keer duurder bleek te zijn dan de daar vlakbij gelegen
jeugdherberg. Die avond speelde het Nederlands elftal tegen het
Schotse, want de EK van 1996 was volop aan de gang. Halverwege de
eerste helft vallen we in de wedstrijd, midden tussen een twintigtal
Schotse medejeugdherbergbewoners. In tegenstelling tot wat de beheerder
van de jeugdherberg chauvinistisch had beweerd, stond Nederland niet
met 2-0 achter. De stand was, en bleef de hele wedstrijd 'nothing
each'.
Dag 3: Roardennan - Crianlarich
De volgende dag wachtte ons
wederom een tocht langs het meer. Het regende echter nog harder dan
gisteren. De route, die aanvankelijk over een grindpad liep, veranderde
later in een steeds smaller wordend modderpad. De bomen boden
regelmatig onmisbare steun bij het overeind blijven. Bij Inversnaid
zijn we tot op de laatste draad doorweekt. We drinken wat in de pub en
besluiten de boot (vol met dagjesbejaarden) te nemen naar de overkant
van het meer. Daar is een asfaltweg waarover we in ieder
geval een wat hogere gemiddelde snelheid zouden kunnen bereiken.
Vanaf de boot hebben we een goed uitzicht op de rots waar ooit Rob Roy
zich had schuilgehouden. Rob Roy is vergelijkbaar met de Engelse Robin
Hood. Ook hij woonde in onherbergzaam bosgebied en deed aan
inkomensnivellering. Vele Schotten zouden ons deze week waarschuwen
voor de 'midges', kleine steekvliegjes die je in grote zwermen belagen.
Vanwege het koude voorjaar zijn ze echter laat en hebben we ze de hele
week niet gezien. We lopen langs langsrazende vrachtwagens en ander
snelverkeer door tot het dorpje Ardlui. Daar is niet alleen een pub met
warme chocolademelk maar ook een bushalte. Vanaf hier gaat de bus naar
Crainlarich, het eindpunt van de dag. Een opkomende lichte vroeging
over dat we niet het hele pad te voet zouden hebben afgelegd verdwijnt
nadat onze kamer betrokken. Met centrale verwarming om onze spullen te
drogen.
Dag 4: Crianlarich -
Kingshouse
De volgende dag brengt ons
naar Kingshouse. Dit is niet eens
een dorp maar slechts een eenzaam hotel. De eigenaar van de ons
onderkomen in Crainlarich was zo vriendelijk om naar Kingshouse te
bellen en te informeren naar plaats. Toen dat er niet meer bleek te
zijn, is voor ons een onderkomen geregeld in Ballachulish, aan de kust.
De verhuurder van de kamer daar, zou ons de volgende drie dagen met
zijn auto naar het beginpunt brengen en wilde oms ook aan het eind weer
ophalen.
Bridge of Orchy. Je waant je in de noordelijkste delen van Canada. Het pad voert verder langs het Loch Tula naar Inveroran Hotel. Ook weer zo'n vrijstaand hotel, dat je zelfs op de kaart van Groot-Brittannië kunt aantreffen. Bij gebrek aan bebouwing in de wijde omtrek is dit een van de weinige oriëntatiepunten.
We verwonderen ons over de afwisselingen in het
weer. Het felle zonlicht wordt plots verdreven door diepzwarte wolken
waaruit we snel naderende buien op ons af zien komen.
Het pad voert verder langs de met keien geplaveide hoofdweg van de streek in vroeger eeuwen, nog voordat de huidige asfaltwegen werden aangelegd. Hierover begaven zich ooit handelaren, soldaten, vluchtelingen en dichters. Dé doorgaande route in die tijd. Het landschap wordt onherbergzamer en we komen in de buurt van de Black Mount. In de laatste ijstijd heeft dit merengebied onder druk van het pakijs zijn huidige vorm gekregen. We zien groepjes jongeren die wandelend, maar ogenschijnlijk met tegenzin dezelfde route afleggen. Het kunnen vakantiegangers zijn, maar wij fantaseren dat ze aan een heropvoedingsprogramma deelnemen, waarin goed bedoelende begeleiders proberen deze pubers op het rechte pad te krijgen. Doorzettingsvermogen moet je in geval hebben om aan avondeten te komen. Dat geldt ook voor ons.
Dag 5: Kingshouse - Kinlochleven
In Kingshouse denken we weer
even dat het wel meevalt met de verlatenheid van dit deel van
Schotland. Op het moment dat de bus bij het beginpunt van het vervolg
van de West Highland Way stopt, stappen verschillende groepjes
wandelaars uit. Het zijn dezelfde mensen die we in de loop van de dag
nog een paar keer zullen tegenkomen. Net als het stel dat de West
Highland Way per auto doet. Dit was niet helemaal de bedoeling, zo
vertellen ze ’s avonds in de pub, maar zij had
onlangs haar been gebroken en alle overnachtingen waren naar goed
Engels gebruik reeds geboekt en betaald.
Ook vandaag komen we langs vele onherbergzame delen van de hooglanden. Bij de beklimming van de Devil's Staircase worden we opgeschrikt door straaljagers die onder ons door door het dal vliegen. De afdaling bij het industriestadje Kinlochleven is lang en stijl. Zoiets doet een aanslag op de kuiten zoals we later zullen merken. Kinlochleven leunt tegen de bergen. Nadeel daarvan is dat de bewoners er in de maanden december tot in februari de zon niet kunnen zien omdat deze (achter die bergen) niet hoog genoeg aan de hemel staat. Vanuit Kinlochleven lopen we naar ons overnachtingsadres in Ballachulish, een omweg van een kilometer of tien. De laatste dag, zullen we vanaf Kinlochleven gemakkelijk in 21 kilometer Fort William kunnen bereiken, zo verwachten we. Met het oog op ons busreisje van een paar dagen geleden is dat de vorm van genoegdoening. Zo lopen we onder andere langs Glencoe, waar ooit de MacDonald's op verraderlijke wijze in de pan zijn gehakt door een vijandige clan. Naar verluid hebben twee broers zich toen voorgenomen dat de hele wereld betaald te zullen zetten.
Dag 6: Kinlochleven - Fort William
De laatste dag gaat van
Kinlochleven naar Fort William en brengt ons onder andere langs de
afgeronde Ben Nevis die ons als een massieve muur
langs het pad begeleidt . Het pad vol keien biedt mooie beekjes,
vervallen onderkomens uit vroeger tijden en vooral ook schitterend
weer. De Ben Nevis is in 6 uur tijd goed te beklimmen. Die tijd hebben
we echter niet en dat vinden we niet erg. Liever lopen we nog even door
het stadje Fort William. De Schotten zijn echter gek op extreme
bezigheden. Ze gooien niet alleen met boomstammen maar houden ook
regelmatig hardloopwedstrijden waarin zoveel mogelijk heuveltoppen
moeten worden bedwongen.
Ook wordt sinds 1986 jaarlijks een hardloopwedstrijd over de hele route van de West Highland Way gehouden. Ene Dave Walles heeft in 1996 de tocht in 18 uur, 56 minuten en 22 seconden volbracht, terwijl wij er een week over de deden.