Het Offa's Dyke pad is een van de oudste en meest bekende lange afstandspaden van Groot-Brittannië. Dit is niet verwonderlijk omdat het niet alleen door een schitterend landschap loopt, maar vergelijkbaar met de Hadrian's Wall (op vroegere grens tussen Engeland en Schotland) de historische grens markeert tussen tussen twee landen. In dit geval Engeland en Wales. De aarden dijk is rond het jaar 900 aangelegd in opdracht van koning Offa, koning van Mercia. Dit gebied is nu beter bekend als de Mersey-side. De functie van de aarden wal, die in hoogte varieert van een tot zeven meter, kan geen militaire zijn geweest. De wal zou immers geen enkele belemmering vormen voor soldaten die te voet of te paard de wal zouden willen overschrijden. Veel meer ligt het voor de hand dat de wal vooral een administratieve functie heeft gehad. Dan kun je tenminste zien van wie het land is en, belangrijker nog, wiens regels er gelden. Momenteel is Offa's Dyke nog voornamelijk een historisch-cultureel monument. Het is beschermd. Zelfs daar waar de dijk dwars door particuliere tuinen loopt is het de bewoners verboden er ook maar iets aan te veranderen.
Chepstow, 3 September 1994
Een
lange busreis met Eurolines en een nachtelijke boottocht brengen ons in
Zuid-Wales. Dankzij deze reis komen we gebroken in Chepstow aan. Hier
ligt het startpunt van Offa’s Dyke path. Onwennig zoeken we
de
tourist information op. Vol met
vragen zoals: “waar moeten we overnachten?”,
“hoe
ver loop je op 1 dag?” en “waar moeten we morgen
overnachten?” De tourist information is zeer behulpzaam en al
snel hebben we een B&B. De eigenaresse stimuleert ons om
vandaag
nog de eerste schreden te zetten. Immers elke kilometer die we
vandaag afleggen, hoeft morgen niet gelopen te worden. Bovendien kent
ze een aardige pub met “good food” aan het pad. Als
we
vandaag nog naar het beginpunt gaan en vandaar het pad volgen komen
we precies bij Steve uit. Zo gezegd, zo gedaan. Het beginpunt
wordt gemarkeerd door een steen die hoog boven de Severn (of is het
de Wye?) ligt. Oké hier beginnen we dus. Op naar het
noorden! Een relatief korte wandeling brengt ons naar de pub van
Steve. Behalve dat het food good is, speelt Steve verdienstelijk
gitaar. De hele pub deint mee.
1e etappe: Devil’s pulpit en Tintern Abbey
Chepstow – Monmouth, 4 September 1994
De
dag begint met ons eerste full English breakfast. De eigenaresse
vindt het bar interessant dat we Offa’s dyke path gaan lopen.
Ze wijst ons op het bestaan van allerlei andere lange
afstandswandelingen zoals de Wye valley walk en heeft graag een
ansichtkaartje van ons zodra we terug in Nederland zijn. Om ons op
weg te helpen brengt ze ons na het ontbijt met de auto naar de pub
van Steve. Dat scheelt weer een stukje. Onwennig stappen we het
weiland in en zoeken de eerste markeringen. Dat gaat best goed , al
is het wel even wennen dat alle doorgaande routes met eikels
gemarkeerd zijn. Het boekje is daardoor onmisbaar. Al snel komen we
bij stukken uit die we voor resten van Offa’s dyke houden. En
is devil’s pulpit slechts een typisch gevormde rots, of was
dit
in vroeger tijden de plaats van hagenpreken? Na een tijdje zien we in
de diepte de resten van Tintern abbey liggen. Een zeer fraai gezicht.
We stappen lekker door en halverwege concluderen we dat Monmouth in 1
dag haalbaar is. De tussenliggende vooruitgeboekte B&B bellen
we
netjes af. We besluiten niet meer vooruit te boeken. Het is beter te
zien hoe ver we komen. Onderweg zien we meer wandelaars: een oudere
man hoog in de heuvels boven Monmouth die Offa’s dyke path 1x
van zuid naar noord en 1x van noord naar zuid gelopen heeft en een
paar mensen met een tentje diep in de vallei. In Monmouth gaan we
direct naar de tourist information. Helaas is er in Monmouth geen
B&B
beschikbaar. Wel in de buurt, midden op het platteland. De eigenaar
komt ons met de auto ophalen en brengt en haalt ons later ook naar
een pub om te eten. Wat een verzorging. Het enige minpuntje aan deze
B&B zijn de matrassen waar het plastic nog om heen zit. Elke
beweging gaat hierdoor met een enorm gekraak gepaard.
2e etappe: Dwars door de velden
Monmouth – Pandy, 5 September 1994
De
eigenaresse van de B&B brengt ons ’s morgens keurig
naar
Monmouth. Dat is toch wel erg aardig. Het pad gaat direct de velden
in en loopt door plaatsjes met onuitsprekelijke namen: met veel
“ellen” en “wees”. Als je de
namen probeert
uit te spreken heeft het Welsh veel van oerklanken weg. Dwars door
weilanden lopen is erg vermoeiend. Gelukkig is er onderweg een pub.
Op het moment dat we met laarzen aan naar binnen willen gaan om een
lekkere lunch te bestellen wijst de eigenaar ons zeer beslist op de
regels: “laarzen buiten”en “na 2 uur
wordt geen
lunch meer geserveerd”. Gelukkig is het 5 voor 2.
Knarsetandend
mogen we wat bestellen. Hoewel de lunch lekker is raden wij u door de
minder vriendelijke ontvangst deze pub niet aan. Uitgeput bereiken we
aan het einde van de dag Pandy. Gelukkig vinden we een B&B met
goede bedden. Na ons bereiken de wandelaars met het tentje Pandy. Zij
slaan hun tent in de tuin op. Zij liever dan wij. Als je moe bent
slaap je liever in een goed bed dan op de koude grond. In de pub
raken we in gesprek met een sportieve Engelsman. Ook hij loopt
Offa’s
dyke path. Als hij er achter komt dat ook wij king Offa volgen, maar
in anders dan hij ongetraind zijn en toch in 2 dagen even ver gekomen
zijn valt de teleurstelling van zijn gezicht af te lezen. Hij gaat
vroeg naar bed. Maar eerlijk is eerlijk, zodra wij terug zijn bij
onze B&B worden ook wij door de slaap overmand. De verhalen van
de eigenaar – hij speelt mee in de film “four
weddings
and a funeral” – gaan hierdoor ons ene oor in en
het
andere uit.
Pandy – Hay-on-Wye, 6 September 1994
Na
Pandy gaat het pad snel omhoog. Na een breakfast met bacon and beans
bij de B&B gaan we de Brecon Beacons (onderdeel van de Black
Mountains) in. Het is een heel ander pad. Geen bossen, geen dijk,
geen velden en geen dorpen, maar varens en uitzichten. Gelukkig
hebben we “packed lunches”meegekregen. De eigenaar
heeft
flink wat bruine saus op onze boterhammetjes gespoten. We nemen aan
dat de Engelsen dit lekker vinden. Eerlijk gezegd vinden wij het een
nogal kleffe bedoeling. Ik heb inmiddels last van flinke blaren. Het
was kennelijk toch niet zo’n heel goed idee mijn oude
bergschoenen als wandelschoenen te gebruiken. Goede schoenen zijn erg
belangrijk! Een volgende keer zal ik toch maar nieuwe kopen…
De dag eindigt in Hay-on-Wye; een bijzonder boekenstadje. Overal in
de stad staan rekken met tweedehands boeken. “Honesty
bookshop” heet dit fenomeen. Als je een boek van je
gading
vindt kun je het pakken. De prijs – die voorin staat
–
kun je betalen door het bedrag in een bus te stoppen. Het moet
natuurlijk wel gepast, want wisselgeld teruggeven is er niet bij.
Hay-on-Wye – Kington, 7 September 1994
Het
B&B is gevestigd in een oud herenhuis met veel klassieke
meubels.
Dat de eigenaar je op zo’n plek door hem zelf geplukte
boschampignons voorzet bij het ontbijt is in deze omgeving niet meer
dan vanzelfsprekend. Vandaag staan er weer varens op het programma.
Wat een woest land. Hergest Ridge heet het hier. Wederom mooie
uitzichten. Onderweg komen we een nederlands stelletje tegen dat zegt
de mooiste etappe’s uit de verschillende britse lange
afstandswandelingen te lopen. Maar waarom ze precies deze etappe
hebben uitgekozen is ons een raadsel. De etappe is niet mooier (of
minder) dan de vorige etappes.
Aan het eind van de dag vinden we bij een oud vrouwtje een plek om te overnachten. Het is dat er geen keus is, maar echt happy zijn we niet met de plek. De lakens zijn klam en het ziet er allemaal erg sjofel uit. In de huiskamer ontdekken we plakboeken van wijlen haar man die kennelijk betrokken was bij het uitzetten van “Offa’s dyke path”. Dankzij het pad verdient het vrouwtje een aardig centje bij. Het is wel erg onaardig om haar “de heks” te noemen, maar toch heeft ze er wel veel van weg. Je kunt je voorstellen dat Roald Dahl hier inspiratie opgedaan heeft voor zijn verhalen.
5e etappe: Naar het (voorlopige) eindpunt
Kington – Knighton, 8 September 1994
Vandaag
zien we weer hele stukken van Offa’s dijk. Volgens het boekje
“Offa's Dyke Path North”, dat voortdurend de
beschrijving
van de route vergezeld laat gaan van een duidelijke kaart, is dit een
van de mooiste etappes van het hele traject. We geloven het graag. De
route is afwisselend. Veel kilometers gaan over velden, maar
regelmatig passeren we ook een dorpje.Voor we het doorhebben komen we
aan in Knighton, op de welsh – engelse grens. Hier is het
“Offa’s dyke path centre”gevestigd. Wij
vinden in
het hotel Plough Inn een plek om te overnachten. Ook hier hebben we
weer direct veel aanspraak. Opmerkelijk genoeg is aan de Plough Inn
een disco verbonden. Iedere vrijdag in augustus en begin september is
dat het geval. Maar het seizoen is duidelijk voorbij. De dj slooft
zich beslist uit, maar krijt toch niet meer dan drie man op de
dansvloer.

Wie met het openbaar vervoer naar Knighton wil reizen ontkomt niet aan het stationnetje van Craven Arms, waar de treinen een paar keer per dag in de richting van Treff-y-Clawedd (“Stad aan de dijk”, zoals Knighton in het Welsh heet) vertrekken. Een stoomtreintje waarbij je op de bel moet drukken wanneer je wilt uitstappen. In Knighton vallen we met onze neus in de carnaval. Omdat het de laatste zaterdag van augustus is, doet alles ons vreemd aan. Maar wanneer het begint te schemeren komt toch echt een lange stoet praalwagens voorbij vol verklede en feestvierende inwoners van het stadje. 's Avonds puilen de zes pubs die het stadje rijk is uit. Tegen het eind van de avond trekt de jeugd naar het dorpshuis waar een groot feest georganiseerd is. Dan wordt het wat rustiger bij de pubs en vallen de achtergelaten flesjes en glazen op die overal keurig in een rij staan. Niemand is op dit idee gekomen om met het glaswerk te gaan smijten.
De Poolse uitbaatster van het Bed and Breakfast had ons gewaarschuwd voor een luidruchtige nacht, maar vanwege de kou viel het allemaal erg mee.
Zondagochtend
zetten we de eerste schreden op het noordelijke deel van het Offa's
Dyke pad. Sinds negen jaar geleden heeft het Offa’s Dyke pad
een enorme vlucht genomen. Inmiddels staat er een zeer goed
geroutineerd bezoekerscentrum in Knighton. Daar kun je Koning Offa in
de etalage zien zitten knikkebollen. We volgen nog maar net de rivier
we worden direct alweer aangesproken door inwoners van het stadje die
op de vroeger zondagochtend hun hond aan het uitlaten zijn. De oudere
man wil toch even weten waar we vandaan komen en waar we naartoe
gaan. Natuurlijk kent ook hij het Offa's Dyke pad. Na een half uurtje
lopen zijn we flink gestegen en zien we Knighton beneden ons
liggen. Het goed gemarkeerde pad kronkelt over glooiende
weilanden en biedt uitzicht op heuvelruggen in de omgeving.
Halverwege wordt het landschap tijdelijk een stuk vlakker. We
passeren bij het punt waarop de dijk ineens een meter of zeven boven
ons uitsteekt. Daarna komen van een gedeelte waar de een aantal
heuvelruggen achter lag elkaar dwars moeten oversteken. Dat doet een
flinke aanslag op het uithoudingsvermogen. Ineens weten we weer dat
het in dit gebied niet zozeer gaat om de kilometers die horizontaal
aflegt maar ook om het klimmen en dalen tussendoor.
Het
plaatsje Montgomery doemt na ruim dertig kilometer voor ons
op.
De zijn er hard aan toe , want we hebben ons verkeken op de
hoeveelheid vocht die we op een dag als vandaag nodig hebben. Over
Montgomery vertelde men ons in Knighton dat dat zo’n
bijzonder
stadje was. Het had iets te maken met de eigenzinnigheid van vroegere
heersers, maar we zien er weinig van terug.
Op
maandag willen we weer dertig kilometer gaan lopen. Aanvankelijk
blijkt het landschap zich te hebben aangepast aan onze nog vermoeide
spieren. Het glooit nauwelijks en langs hier en
daar een Frans
aandoende bouwval, schieten de kilometers weer onder ons voorbij.
Maar dan begint het landschap meer weerstand te bieden. Opnieuw
moeten we vaak klimmen en dalen. In Welshpool, na een kilometer of
zestien besluiten we dat is een mooie plek is het overnachten. Er
zijn voldoende hotels uit het stadje oogt levendig.

We verlaten Welshpool en lopen urenlang langs het Montgomery kanaal. Dat klinkt saai, maar is het beslist niet. Het kanaal is vrij smal en het landschap verandert voortdurend. Kanalen als deze zijn tijdens de industriële revolutie in de 18e eeuw gemaakt als een soort alternatief voor spoor. Bij dit kanaal horen ook de typische lange, smalle lange boten die precies door de sluizen in het smalle kanaal passen. Je kunt zien dat er voor gemaakt zijn. In plaats van industriële vracht, vervoeren ze nu voornamelijk toeristen. Ze maken er een rondvaart mee of huren zo'n boot af om zelf op uit te trekken. De vele tientallen boten die we tijdens de wandeling zien bewijzen dat ze populair zijn. Na een flinke klim komen we onverwacht midden op een golfterrein uit. Daar spreken we een tegenligger, een wat oudere streekbewoner, die het pad al verschillende keren heeft gelopen. Hij scheurt voor ons het adres van goed hotelletje uit z'n aantekeningenboekje. Even later worden de in de buurt van Oswestry aangesproken door twee wandelaars, die ons uitnodigen voor een biertje bij hen thuis. Een leraar op een middelbare school in Londen, die op bezoek is bij zijn vriend, een voormalige automatiseringsmedewerker van British Telecom, die op zijn 52e met vroeg-vroeg- pensioen kon gaan en van de grote stad naar het rustige Wales verhuisde. Omdat we in Oswestry een hotelletje kunnen bemachtigen hoeven we niet op hun uitnodiging in te gaan om daar te blijven slapen.
Oswestry - Llangollen
De
volgende dag begint met een klim. We moeten van het dal naar de
toppen van de heuvels, omdat de dijk daarover is aangelegd. Offa's
Dyke komen we een aantal keren tegen. Soms zeer hoog, dan weer laag.
Maar hij vormt het thema dat gedurende de hele wandeling steeds
terugkeert. Chrick Castle is een indrukwekkend kasteel dat bezocht
kan worden, getuige de vele auto's die af en aan reden. Omdat we niet
in het broedseizoen zijn, volgt de route traject dat dwars over het
landgoed loopt. Spectaculair is kort daarna het aquaduct dat op 50
meter hoogte een breed dal overbrugt. Het is minstens 100
jaar
oud. Een boot kan tegelijkertijd passeren. Llangollen is een leuk
stadje dat door een wilde rivier in tweeen wordt gedeeld. We zijn
aangenaam verrast door de pizzaria in het centrum. In dit land van
pubs, Indian en Chinese Restaurants is dat wel weer eens lekker,
zo’n
pizza.
Langollen - Ruthin
Na
een overnachting in Llangollen volgende het dal dat zo verlaten is,
dat men het "World's End" noemt. We verlaten het dal en
zijn kabbelende beekje omdat we benieuwd zijn wat er zich achter het
einde van de wereld bevindt. Dat blijkt een grote heidevlakte te
zijn. De heidevlakte leidt ons, gedeeltelijk over beplankte paden en
een drassige ondergrond naar een uitgestrekt bos. Het dorpje
Llandegla had niet zoveel te bieden. Het enige
winkeltje in
het dorp was gesloten. Dat was tegenvaller, omdat onze
vochthuishouding nodig op peil gebracht moest worden. Na een pauze op
een bankje bleek dat het dorpshuis niet alleen over een toilet, maar
ook over stromend water beschikte. We konden er werd tegenaan. En dat
was maar goed ook want kort daarna bleken nog wel een wandel
markering te volgen, maar niet die van het Offa's Dyke Pad. Het was
een of andere 'circular walk'. Heel mooi, maar hij zou ons niet naar
Ruthin leiden. Er zat niet veel anders op dan een paar kilometer
terug te lopen naar het laatste punt dat we nog wel goed zaten.
Ruthin bleek het zoveelste aardige stadje te zijn dat niet direct aan
het pad ligt, maar waar je stukje voor van de route moet afwijken. Om
te voorkomen dat we in de "middle of nowhere" ergens naar
de televisie zouden zitten staren, gaven we de voorkeur aan Ruthin.
Het viel niet mee om tussen de vele take-away restaurants iets te
vinden waar je rustig kon gaan zitten eten. De karaoke die 's avonds
in de bar van ons hotel was georganiseerd trok vele dorpsgenoten. Aan
hun posturen viel af te leiden dat ze niet alleen vaak de pub
waarschijnlijk ook de take-away restaurants bezochten.
De
laatste wandeldag had verscheidene klimmen en dalen in petto. Een
bewoner van een boerderij, die zijn tuin aan het sproeien was, bood
aan onze waterflessen te vullen. Hij vertelde dat nationaliteiten uit
de hele wereld aan zijn woning voorbij trokken. Een aantal weilanden
verderop spraken we een groepje die het pad in de omgekeerde richting
liep. Dat is best lastiger, omdat de boekjes de tocht in de
Noord-Zuid richting beschrijven. Je weet dat het niet lang meer kan
duren eer je de Ierse Zee ziet. Toen we vanaf de
hoogte ons
eindpunt eenmaal hadden zien liggen, leek het pure pesterij dat de
ontwerpers van het pad ons vervolgens nog verschillende keren de berg
op stuurden. Niet dat het niet mooi was, de typische begroeiing en
het weidse uitzicht waarbij de zee zich van alle kanten laat zien,
maar we waren toe aan de ontknoping. Die volgde uiteindelijk in de
High Street. De dijk is hier al eeuwen lang verdwenen. Maar ook deze
straat was ooit de grens tussen Wales en Engeland. Deze grens ligt nu
minstens 50 km verder naar het oosten. Met onze rugzakken en
wandelschoenen worden we nog verschillende keren aangesproken door
andere wandelaars. Of sympathisanten, die zeiden ook ooit nog eens
het hele pad te willen lopen. Maar voorlopig nog niet. Wanneer ze
ouder zijn.
