Napels en de Amalfi-kust
Naar
Portici Maandag
25-09-'06

De
buschauffeur op het vliegveld van Napels verkoopt ons kaartjes naar het
centrum. Hij stempelt ze ook af en geeft ze ons. Op
één
ervan staat een verkeerde datum. Heeft-ie waarschijnlijk uit een
prullenbak gevist en voor de volle prijs aan ons verkocht. Het is de
eerste keer dat we kennismaken met de Napelse criminaliteit.
Het centrum van Napels moet vroeger erg mooi zijn geweest. Veel kerk-
en andere gebouwen zijn met zorg ontworpen en gebouwd. Maar alles
ziet
er nu verlopen en afgebladderd uit. En overal zwerft
vuilnis. Als we
met onze rugzakken door de stad lopen rijdt er ineens een man op een
scooter naast ons op de stoep. Hij heeft mooie fototoestellen in de
aanbieding. Maar we hebben geen interesse. Oude truc, blijkt later in
het hostel. Het advies daar: “Koop nooit een camera op
straat,
want je koopt een steen in een doosje”.
In een klein supermarktje - alle winkeltjes zijn hier klein - kopen we
wat eten en drinken. Een jongetje van een jaar of 10 volgt ons
opzichtig het winkeltje door. Zo zullen we niet zo gauw iets stelen.
Als we even later in de buurt van het winkeltje ons zitten te
verwonderen over de stad, houdt een zwerver een plastic bekertje naast
ons bierflesje. Hij kijkt er zielig bij, maar is snel blij te maken.
In de tram naar Portici is de conducteur zeer hulpvaardig. Bij elke
halte zegt hij hoeveel haltes het dán nog is. Portici oogt
een
stuk plezieriger dan Napels. Minder troep op straat. Beter geklede
mensen. Grotere winkels. Het sfeervolle hostel is een verbouwde oude
spinnerij.
De Vesuvius op
Dinsdag 6-09-'06

De
Vesuvius domineert de regio rond Napels. Ontzagwekkend. Er lopen
verscheidene toeristische wandelpaden naartoe, zo blijkt ook uit onze
Kompass-kaart. Maar veel van die paden zijn afgezet, merken we. We
lopen daarom de hele weg, een kilometer of 20 vanuit Portici over de
asfaltweg naar de top. Veel toeristenbussen passeren ons. Opvallend is
dat alle huizen zijn voorzien van grote hekken. Vervaarlijke
uitsteeksels werken afschrikwekkend, net als de vele veel te
luidruchtige waakhonden. Dan zijn die hekken wel prettig. Een uurlang
regent het behoorlijk door. Halverwege lunchen we onder een overkapping
waar ook een Franstalige klas-met-leraren verpoost. Als zij weggaan
blijft een grote zwarte hond achter, die de hele tijd van de een naar
de ander liep. Als wij ook weggaan is staat voor hem vast: hij gaat met
ons mee. Je bent tenslotte niet voor niets een zwerfhond.
Eén of
twee kilometer verder blijft hij achter.
De parkeerplaats bij de krater van de Vesuvius staat vol bussen en taxi’s en
één
trouwauto. Bijzondere plaats om te trouwen! Horden toeristen lopen de
laatste paar honderd meter te voet omhoog naar de krater. Die is
indrukwekkend diep.
De
opstijgende damp bestaat vermoedelijk uit water dat in
de warme bodem verdampt. We lopen naar het punt waar we de volgende dag
verder zouden gaan met de route. We zouden vanaf daar naar Pompei
lopen. Dezelfde route die de lava indertijd heeft afgelegd. Maar
halverwege de kraterrand kunnen we wederom niet verder. Met een taxi
gaan we terug naar het hostel. Daar vertelt een alleenreizende
Groninger ons dat hij een week geleden in de Napelse trein is beroofd
van al zijn geld. Hij gaat nooit meer in de spits de trein in in
Napels. Wij ook niet.
Naar Pompeï
Woensdag 27-09-'06

We improviseren een route richting Pompeï voor de ochtend,
want
‘s middags willen we door het oude Pompeï struinen.
De route
gaat eerst langs Herculanium, dat door zijn kleine omvang dan nog
weinig indruk op ons maakt. We passeren een paleis met prachtige
tuinen, dat we vanachter een hek zien liggen. Nadat we een tijd langs
een drukke verkeersweg hebben gelopen,
proberen we dichter langs te
kust te lopen. We lopen door een mengeling van
autobedrijven,
tuinderijen, voorraadschuren en leegstaande gebouwen. De zee krijgen we
soms te zien, maar er loopt geen pad. Uiteindelijk lopen we over de
drukke verkeersweg naar Torre del Greco, waar we de trein naar Pompei
nemen. De ingang van de oude stad ligt vlakbij het station. Onze
rugzakken laten we verplicht
achter in een kluisje en we
gaan ons te
buiten aan een overdosis oudheid.
Natuurlijk zijn er de tempels, het
forum en de arena waar Pink Floyd in 1971 “Live in
Pompeï” opnam.

Hoewel
de arena toen nog onder het
gras en
onkruid lag, toont deze nu opgeruimder. Maar er zijn ook de
karrensporen in de straten, de gewone huizen, de badhuizen, de
bakkerij, kroeg en de hoerenkast. Af en toe luisteren we mee als een
scholier zijn klasgenoten zijn stukje over de Pompeïsche
oudheid
voordraagt. En uiteindelijk zien we lijn in de logica van de huizenbouw
van de oude Romeinen.
Aan het eind van de middag hebben we maar één
helft van
de stad gezien. ‘s Avonds gaan we naar de jeugdherberg in het
nieuwe Pompeï. Aardig stadje ook, met mooi plein-met-kerk. Als
het
donker is flaneren oudere jongens en meisjes in hun auto’s
filegewijs over de weg langs de oude stad. Op en top gekleed
in opgepoetste auto’s. Het ziet er omslachtig uit
maar het
zal
wel
ergens toe leiden …
Van
Pompeï naar Sorrento
Donderdag 28-09-'06

We wisten dat al dat het eerste stuk van de route niet mooi zou zijn.
Een efficiënte route langs de hoofdweg van Pompeï
rechtstreeks naar de kust. Een toonbeeld van wat er gebeurt als je
niets plant. Huizen, appartementengebouwen, bedrijven en braakliggend
terrein liggen kriskras door elkaar, zover het blikveld reikt. Maar dat het
daarna nog lange tijd zo onherbergzaam zou blijven viel tegen. De
Italianen hebben hun kust goed verstopt. Bijna nergens kun je er
naartoe. En later blijkt ook wel waarom: de zee is vergeven van
plastic. Het door de zee uitgekotste kunststof reikt in
een
kilometerslange kluwen tot aan Castallamare-di-Stabia.
Daar komt bij
dat het zand lavazwart is. Maar vanaf daar kom je in een andere wereld.
Hier lijkt de invloed van Napels op te houden en die van de Amalfische
kust te beginnen.
Een kilometer op vijf na Castellamare slaan we het wandelpad in dat op
de Kompass-kaart staat. We hebben genoeg van het drukke verkeer en
verlangen naar de rustige bossen. Vóór Vico
Equense
worden we aangehouden door een buurtbewoner die ons vanuit zijn
autoraampje aanspreekt. We leggen uit dat we via de bossen naar
Sorrento willen. Hij schudt zijn hoofd en adviseert op vrij dwingende
wijze toch de asfaltweg te nemen. We twijfelen wat en spreken een
andere buurtbewoner aan. Op zijn advies vervolgen we de ingeslagen
route. We lopen onbedoeld het erf van een boerderijtje op, waar de
eigenaar ons vraagt wat we willen. Hij loopt hulpvaardig een paar
honderd meter met ons mee naar het begin van de dichtbegroeide bedding
van een klein beekje. Vanaf hier moeten we Sorrento kunnen bereiken,
verzekert hij ons. Als we maar uitkijken voor de adders die vaak in dat
beekje komen drinken.
De asfaltweg is lang en warm, maar biedt voortdurend een mooi uitzicht
over de zee, Napels en de Vesuvius. Kleine dorpjes onderweg maken de
wandeling de moeite waard. Een nieuwe poging van de asfaltweg af te
wijken wordt weer afgestraft door een hek, hetgeen voor ons een omweg
betekent. De camping in Sorrento is begin oktober niet druk meer. We
hebben spijt dat we een tent en geen caravan hebben geboekt.
Sorrento
Vrijdag
29-09-'06
Sorrento is, net als veel steden hier, ouder dan de
Romeinse tijd. De
binnenstad is gebouwd volgens een Grieks stratenpatroon. Lange, smalle
straten en vele verdiepingenhoge gebouwen aan weerszijden. Ooit
behoorde Napels tot het Oost-Romeinse rijk en was veel sterker dan nu
op Griekenland, Turkije en Noord-Afrika gericht. Het stadje stikt van
de niet-onaardige toeristische winkeltjes. We maken hier kennis met de
citronella, een sterke likeur van limoenen. Deze vrucht zullen we op
dit schiereiland nog veel tegenkomen.
‘s Middags proberen we de zee bij Sorrento, die dan inmiddels
in
de schaduw ligt van het bijna een kilometer hoge schiereiland. Het
zwembad blijkt later minstens zo prettig.
Sorrento-Positano Zaterdag
30-09-'06

Bij
het VVV van Sorrento krijgen we een wandelkaart van een deel van
het schiereiland. We kiezen een route in de richting van Passignano. De
route is bijzonder stijl, maar onderweg komen ons fris-ogende
wandelaars van alle leeftijden tegemoet. Zij lopen vanaf de bushalte
boven naar beneden. Na een pauze bereiken we het dorp Sant Agata, waar
we het verloren vocht weer aanvullen. Vanaf daar gaat het eerst weer
over overwegend geasfalteerde wegen. Vanaf een bepaald punt zien we
zowel de zee te noorden als die ten zuiden van schiereiland. Na een paar
kilometer kunnen we kiezen: verder over de asfaltweg of over de
Kompass-wandelroute, die we vanaf de splitsing kunnen zien liggen. Die
houdt wel in dat we weer een paar honderd meter moeten klimmen. En ons
vertrouwen in de begaanbaarheid van de Kompass-routes heeft een flinke
deuk opgelopen. We kiezen wederom voor het asfalt en kronkelen vele
kilometers langs de schitterende Amalfi-kust. Bij Positano brengt de
bus ons over de smalle weg naar Amalfi.
Amalfi Zondag
01-10-'06

Eigenlijk zouden we vandaag van Passignano naar Amalfi lopen. Maar de
we besluiten tot een aangepast programma. Amalfi is te mooi om links te
laten liggen. Uitzonderlijk zijn de smalle straatjes die een uitgebreid
labyrint vormen. Vervoer gaat hier eeuwenlang te voet. Zware goederen
worden met pakezels vervoerd. Aan een auto heb je eigenlijk niets.
Daarom is de weg langs de Amalfi-kust pas in de 20e eeuw aangelegd.
Daar waar de kust te smal was zweeft de weg boven de zee.
‘s
Middags nemen we de bus naar een het plaatsje Scala in de bergen.
Een
cappuccino later begint de wandeling, die grotendeels over een
uitgezette wandelroute leidt. Zowaar is deze route met rood-wit
gemarkeerd. De route loopt om een kloof heen die bij Amalfi in de zee
uitkomt. We lopen niet de hele route, maar keren terug naar Scala.
Vandaar dalen we een paar honderd meter via trapjes af naar Amalfi.
‘s Avonds is het dorp overspoeld met toeristen. Een fanfare
staat
te wachten tot de kerk uitgaat. Daarna vergezelt deze een processie die
naar de andere kant van het dorp gaat.
De
Amalfi-kloof Maandag
02-10-'06

We nuttigen het ontbijt in gezelschap van een grote groep Amerikaanse
meisjes die net hun high school diploma gehaald zullen hebben. Ze
bekijken folders van andere delen van Italië en andere landen
in
Europa. Onder andere van de West High land Way in Schotland, waarvan ze
ook een klein stukje zullen lopen.
De kloof van gisteren was veelbelovend. We gaan opnieuw met de bus naar
Scala en
lopen de hele kloof langs. Het begin is keurig aangelegd. Het
pad is geëgaliseerd, omgeven door muurtjes en er is zelfs een
waterbron. Het wandelgebied van een oude adellijke familie? Verderop
wordt de route woester en mooier. Een enkele keer komen we een
tegenligger tegen. Een langgerokte vrouw op sandalen en wandelstok
lijkt dagelijks dit pad af te leggen. Daarna nemen we de bus naar
Salerno. Het hostel in Salerno heeft goede tweepersoonskamers met een
mooi uitzicht over de stad. Naast de smalle steegjes, die je hier
overal ziet, heeft Salerno ook chique brede winkelstraten.
Het goed verborgen Herculanium Dinsdag
03-10-'06

De trein brengt ons terug naar Herculanium, waar we de rugzakken weer
in kluisjes achterlaten. Hoewel veel kleiner, maakt de stad misschien
nog wel meer indruk op ons dan Pompeï, dat tijdens dezelfde
uitbarsting van de aardbodem verdween. Pas in de 18e eeuw is men
begonnen met de opgravingen en nog steeds ligt driekwart van de
stad onder de modder en as van de Vesuvius bedolven. Het andere deel
ligt onder de straten en gebouwen van de huidige stad Herculano. Het is
onvoorstelbaar dat het plein met het standbeeld van een bekende
Romeinse heerser uit die tijd ooit aan de zee stond, die zich nu 400
meter
verder westwaarts bevindt.
Het
nabijgelegen badhuis is nog zo
ongeschonden, dat je je afvraagt hoe laat het open gaat. Veel gebouwen
hier hebben nog het originele dak, iets wat in Pompeï bijna
niet
meer voorkomt. Je waant je echt in een ander tijdperk, die geen
onaangename geweest kan zijn.
Door Napels Woensdag
04-10-'06

We
nemen de trein van Portici naar
Napels,
waar we toch ook iets van
willen beleven. De tweede ontmoeting is aangenamer dan de eerste. De
vismarkt maakt indruk vanwege het enorme aanbod. We bezoeken pleinen
die de moeite waard zijn. We drinken cappuccino en hebben nog
nooit een bedelend jongetje met trekharmonica zó zielig zien
kijken. Hij heeft graag een euro voor een pizza.
In het vliegtuig
concluderen we dat Zuid-Italië niet te
vergelijken is met het noorden. Vooral de vuilnis, het anarchisme, de
criminaliteit zijn ons bijgebleven. Maar ook de schitterende
Amalfi-kust en de relaxte levenshouding. En ook al is er veel vuilnis,
ook de streek rond Napels heeft stijl. Historische gebouwen worden
gerestaureerd en mensen kleden zich als het even kan met zorg.
Thuisgekomen zien we de vuilnis in Napels op het journaal. En de daarop
volgende week worden er vijf moorden gepleegd. Afrekeningen binnen het
circuit. Hun circuit.