Vrijdag 9 september  Cusco - Ollantaytambo

We zagen hem net niet. Maar we hebben wel zijn toespraak gehoord, zonder te beseffen dat hij het was: president Toledo. Dat was in Chinchero, een uur met de bus vanaf Cusco. Maar voor we daar kwamen hadden we al een hele ochtend achter de rug. Voornamelijk bezig met het regelen van de bus naar Nazca, op zondag. Een tegenvaller: die rit duurt 15 uur en is voornamelijk ’s nachts. Hij voert over de westelijke graat van de Andes. Maar goed, we heben plaatsen voor zondag namiddag. En tegelijk hebben we ook maar een hostel geboekt in Pisac voor zaterdagnacht. We kunnen dus vandaag naar de Sacred Valley in het westen. Dan morgen de vallei langs naar Pisac, meer oostwaarts en zondag van daar weer terug naar Cusco. En we waren nog even in het museum en het St. Catalina convent. Wel aardig. Maar eerlijk gezegd is het publieke deel, de kerk, veel aardiger. Kneuterige bankjes in een schip dat overigens zeer rijk en volks is versierd.

Om 12 uur waren we dan in Chinchero, waar wat Inca terrassen zijn. We konden de rugzakken parkeren bij een vriendelijk WC juffrouw. Het stadje was vergeven van de politie en er was een enorme menigte op de been – allemaal lokalen. Het centrale plein was vol en een band speelde Andesmuziek.  We mochten niet door naar de terrassen. Dus zijn we met een omtrekkende beweging aan de andere kant gekomen. Ook daar nog steeds militairen. Maar de terrassen hebben we tenminste gezien. En toen de muziek ophield en de toespraak begon, luisterden we dus naar Toledo. Toen we de bagage weer ophaalden was hij net weg.

Dit is een werelddeel voor kleine mensen. Ik heb al zo vaak mijn hoofd gestoten dat ik gebukt door het leven ga hier.

’s Middags door naar Ollantaytambo. Hier is een forse Inca ruïne met veel strakke –gerestaureerde- terrassen. En enkele originele muren met mooie steenconstructies. Voor we naar de ruïne gaan, zoeken we eerst een hostel. De LP geeft raad. Hotel La Ňusta, met een klein binnentuintje en een terrasje dat op de ruïne uitkijkt. Maar het hotel is onbemand. Alle kamers zijn onbezet en een aantal ervan is open.

Niemand te bekennen. Toch maar een kamer geannexeerd en daar de bagage gedropt. Deur op slot achter ons maar wel het raam zó dat we weer naar binnen kunnen als het moet. We lopen dan een uur of twee door de ruïnes, klimmen omhoog en omlaag. Er is een hele mooie waterloop langs de rots gehakt. Als we terugkomen in het hostel is er nog steeds niemand. Pas als ons bier op is en de was gedaan komt de eigenaar zich melden.

Het dorp zelf is misschien wel net zo oud als de ruïnes. De straten zijn van keien, vaak met een rioolgootje in het midden. Veel huizen zijn tot schouderhoogte opgebouwd uit typische Inca steenconstructies. De kennis om dit te doen is verloren gegaan. Misschien dat deze huizen zijn gebouwd op Inca resten. Dit deel van de stad is ook uitgelegd in een keurig rechthoekig patroon.

Als we zitten te eten merken we hoeveel bussen langskomen op weg van Machu Pichu naar Cusco. Om 7 uur komt de trein aan en een half uur later komen alle dragers door het dorp. De Inca Trail begint hier 5 km vandaan. Per dag lopen er maximaal 1000 mensen (met vergunning, gidsen en dragers). Dat is toch zo’n 5 per minuut, want ze moeten natuurlijk allemaal tussen 6 en 9 weg.

We zijn en blijven de enige gasten in ons hostel. Ook op het pleintje blijkt dat het toeristenseizoen vrijwel over is. We zijn de enige in ons restaurant en de tafeltjes op het pleintje blijven leeg.

 Weer terug   verder