Donderdag
8 september Puno - Cusco
’s Nachts heeft het
gehageld en op de bergen ligt ’s ochtends verse sneeuw. Op 4100 m blijft die
nog best lang liggen. Met de bus rijden we zodoende door witte velden en tussen
besneeuwde bergen. De rit duurt 5 uur
en er wordt alleen gestopt om passagiers in en uit te laten. Dit is overigens
de 1ste–klasse bus. Anders duurt het 9 uur.
Het land is
afwisselend mooi en saai. Een groot deel van de tocht gaat over de hoogvlakte
en die is kaal en dor. Alleen graspollen groeien er. Maar na het hoogste punt
(4338 m) wordt het wat interessanter. Er wordt allengs meer verbouwd en het
wordt groener.
In Cusco kiezen we
hotel Niňos omdat de Lonely Planet het zo aardig beschrijft: gerund door
Nederlanders die wezen en kinderen helpen. Het ligt op 500 m van de Place de
Armes en is rustiek. Je moet buigen omdat de voordeur zo laag is. De kamers
liggen rond een binnenplaatsje waar
luie stoelen en tafeltjes staan. Zonder meer een goede keus.
|
|
In de stad
verzeilen we in een optocht. Een ontzettend lange stoet met muziek en verklede
mensen. Iets religieus. Maar dan wel met bier.
De pleintjes zijn
aantrekkelijk, met groen en huizen met balkons eromheen. De kathedraal is
pompeus groot met veel zalen, veel schilderijen, namaak-goud en zilver, etc..
Voor mij hoeven kerken niet zo, maar je weet maar nooit.
De stad drijft op
toerisme, hetgeen ontmoedigend is. Maar een wandeling valt toch alleszins mee.
Er is veel verkeer maar sommige straatjes zijn redelijk traditioneel. Een paar
uur is genoeg om een indruk te krijgen en meer is niet nodig.
We vinden een
boekwinkel met ruilboeken en daar hebben ze een Zuid-Amerika Lonely Planet. We
bladeren hem door en lezen tot ons genoegen dat er van Porto Velho in Brazilië
2x per week (di/vr) een boot naar
Manaus gaat, die er 3˝ dag over doet. Dat is net de tijd die wij er voor over
hebben. En er staat ook dat je met de bus vanuit Guajaramirim in Bolivia naar
Porto Velho kunt. Lange rit weliswaar, maar onze dag lijkt gemaakt. Nu alleen
nog wat plannen. Dit verandert weer als we langs het ‘Bolivian Air’ kantoor
gaan. Want die zeggen dat er helemaal geen vluchten zijn naar dat deel van
Bolivia. Dus we zijn er nog niet uit.
Morgen gaan we wat Inca sites bezoeken.