Woensdag
7 september Isla del Sol – Puno (Peru)
Bij het ontbijt is
de hond er weer. Die heeft dus op een
of andere manier zijn weg van circa 3 uur lopen teruggevonden.
|
|
De man van het
hostel melde dat hij de boot zou nemen van ½ 8 en dat wij die dus ook konden
halen. Niet zo snugger kochten we meteen een kaartje bij hem. Maar toen we aan
de haven kwamen, lagen er twee bootjes op het punt van vertrek en de onze was
pas half vol. Je kunt vanaf de steiger zo’n 50 meter omhoog kijken om te zien
of er nog passagiers de trappen afkomen. En er kwam altijd wel weer een nieuwe
opdagen. Reizen in de derde wereld bestaat veelal uit wachten… Maar om 8
uur gingen we en vandaar ging het op
rolletjes. In Copacabana vonden we meteen een busje naar de grens. Vandaar met
een ander minibusje naar het eerste dorp in Peru en de bus naar Puno ging
binnen een half uur. Zo waren we met de lunch al in Puno (de klok een uur
achteruit hielp daarbij ook).
Peru blijkt een
stuk welvaarender dan Bolivia. De markt hier in Puno is heel goed voorzien.
Fruit, groente, vlees, vis en alles ziet er goed uit. De markt in La Paz was in
vergelijking zeer karig. Het goedkoopste –budget klasse – hotel kost hier $ 20
, terwijl we in Bolivia mid-range hadden voor $ 10 – 12. De douche is ook echt,
zonder verwarmingsspiraal in de kop. Maar het eten is weer heel goedkoop. We
hadden een lunch met soep en een stukje vlees met rijst voor 50 eurocent. Wat
ik at was niet duidelijk. Het hield het midden tussen kaas en kip, gebakken in
een dikke korst van iets meelachtigs. Voor het eerst dronken we ook water dat
niet uit een steriele fles kwam. Langzaamaan moeten we wennen aan de condities
van het oerwoud.
|
|
De enige reden om
in Puno te blijven, zijn de drijvende eilanden van de Uros. Daar zijn we ’s
middags heengegaan, per boot natuurlijk. ‘Top toeristische attractie’ zou ik
het niet noemen maar het is wel interessant. Dit deel van het Titicaca meer is
heel ondiep en er groeit een soort riet/bies. Daarvan maken ze boten,huizen
meubels etc.. Ze kunnen het gebruiken als brandstof en het is zelfs (en beetje)
eetbaar. De Uros eilanden bestaan uit deze biezen. Op sommige plaatsen voel je
het golven.
|
|
Er is verder niet
zo veel te beleven. Ieder eiland (zeg 60 m diameter) is vergeven van de
snuisterijenverkoopsters en als je er één gezien hebt, heb je ze feitelijk
allemaal gezien. De mensen hoeden een aantal vogels, zoals reigers, waterhoen,
een roerdomp, eend, etc.. Allemaal gekortwiekt. Onduidelijk waarom ze ze
hebben.
In de loop van de
middag verdwijnt de zon en wordt het fris. Er vallen zelfs enkele druppels. De
regentijd begint over 4 weken.
We eten lokaal.
Advies: in den vreemde, neem de vis. Die is altijd beter dan het vlees.