Vrijdag
30 september Guajara-Mirim - Humaitá
In Guajara-Mirim
spreekt niemand Engels en er is geen internet. Maar het toeval wil dat we Pablo
ontmoeten en die spreekt Spaans. Een van de weinigen aan deze zijde van de
rivier die nog Spaans spreekt. Hij legt uit dat we na Porto Velho nog verder
met de bus kunnen. We waren van plan om daar de boot te nemen, maar volgens hem
kom je met de bus in 2 - 3 uur in Humaitá en doet de boot er twee dagen over.
Omdat er daarna toch ook nog twee dagen varen naar Manaus in het verschiet
liggen, spreekt die bus ons wel aan. Op zijn aanraden kopen we ook meteen
hangmatten voor op de boot, omdat die verderop veel duurder zouden zijn.
(Geloven we niet helemaal, maar alá)
|
|
De bus naar Port
Velho is een luxe model. Met airco en toilet. (Je mag het WC papier niet in de
pot gooien en een emmertje is er niet; staat daarom het raampje open?) In Porto
Velho kunnen we binnen het uur door naar Humaitá, nog eens vier uur. Deze bus
is van het normale type: alle raampje open en zonder toilet. Beide bussen
stoppen halverwege om de passagiers 10 minuten te geven voor een snelle hap.
We zijn nu toch midden in het Amazone oerwoud,
maar veel woud zien we niet. Langs de wegen is alles weggebrand of gekapt,
zeker een kilometer naar beide kanten en vaak meer. Er staan plots van 2000 ha
te koop en één eigenaar heeft zeker 30000 ha. Het is een beetje anders dan we
hadden verwacht. Over het algemeen is de kaalslag alleen voor veeteelt, maar op
weg naar Humaitá is er ook geploegd. Op de open velden gedijen de palmen goed,
die normaal geen kans maken in het oerwoud omdat ze niet lang genoeg zijn.
Van PortoVelho zien
we niet meer dan het busstation. Vandaar gaan we over de rivier (Marmoré) met
een pont. Overigens geheel anders dan Pablo had uitgetekend. Hij had Humaitá
oostelijk van Porto Velho gedacht met een weg die ten zuiden van de rivier
blijft en naar zijn zeggen ongeplaveid zou zijn. In werkelijkheid is Humaitá
ten noorden van Porto Velho en aan de andere kant van de rivier. En de weg is
geasfalteerd. Hij wordt na drie uur wel wat slechter, maar de chauffeur houdt
tot het eind 60 km/uur aan. Humaitá is een verrassing. We hadden gedacht in een
gat aan te komen dat kleiner en dorpser zou zijn dan Guajara-Mirim. Maar niets
is minder waar. We komen natuurlijk in het donker aan (8 uur). Donkerder kan
bijna niet. Maar de stad of het dorp (geen idee van de omvang) is levendig. De
bus passeert diverse hotels en rond het busstation zijn allemaal terrasjes. De
pick-ups met hun laadbak als klankbord voor de stereo concurreren met elkaar.
Gewoon een wereldstad. Maar wel zonder Engels of Spaans. We trekken in het
eerste het beste hotel (Novo) en gaan voor een pilsje. Het is hier ook ’s
avonds laat nog steeds boven de 30 °C en erg vochtig.