Maandag
3 oktober Bootdag 2
Ook het ophalen van
nieuwe passagiers gaat de hele nacht door. Overdag wordt er langs de oever
geseind met witte vlaggen. ’s Nachts gebeurt dit met zaklantaarns. Het
motorbootje snelt dan vooruit.
Als de schijnwerper
aangaat zie hoeveel torren en dergelijke er voorbij vliegen. Maar door de eigen
snelheid hebben we gelukkig geen last van muggen. Als de schijnwerper uit is
kun je de vuurvliegjes zien. Het is kraakhelder en vanuit mijn hangmat kan ik
de halve sterrenhemel zien. Er is geen maan maar het wordt ook niet zo donker
dat je de oevers niet meer kunt onderscheiden van de lucht.
Om 6 uur komen we
aan in Manicoré, 270 km stroomafwaarts. We hebben twee uur de tijd om in de
stad iets te eten. Maar er is helemaal niets te eten. Alleen op de eerste boot
–we zijn de vierde vanaf de wal- is koffie en droog brood/pannenkoek te koop.
Als we na een half uurtje terug komen is de boot weg! Dat is toch wel even
schrikken. Hoe heette hij eigenlijk? Niets te zien stroomafwaarts. Eerste gedachte
is toch dat je hem weer kunt inhalen met een motorbootje. Maar hij is gewoon
verlegd. Om half negen wordt ons duidelijk gemaakt dat we moeten verkassen naar
een andere boot. Kennelijk is de Dalve al zijn lading kwijt en heeft geen reden
verder te gaan naar Manaus. Onze kaartjes worden op de nieuwe boot –Vovo
Orlando Cicade- ingeruild voor andere kaartjes. Kennelijk bestaat er een
systeem van onderlinge verrekening. De Vovo Orlando is een stuk groter en
misschien ook wel sneller. Maar voorlopig gaat hij niet weg, want hij moet
eerst gelost. Hij kan vermoedelijk niet verder stroomopwaarts. Een man of
vijftig loopt door elkaar heen om drie boten tegelijk te lossen voor een half
dozijn cargadoors. De lading gaat eerst van de boot naar tussenopslag op een ponton.
Daar wordt hij door ieder van de cargadoors goed in de gaten gehouden. En
vervolgens de dijk op naar boven, een meter of 20 hoger. Dat gaat typisch met
vrachtjes van 30 kg tegelijk, 2 kratten pils, 3 9-packs 1 ½ liter cola, zakken
rijst, wc-potten. Allemaal betrekkelijk kleinschalig. Maar wel urenlang achter
elkaar.
Sinds we van La Paz
zijn gevlogen hebben we geen witneus meer gezien. In de bussen in Brazilië
waren nog alle tinten huid te zien van de lokale bevolking, van bijna blank tot
negro. Maar hier aan de Rio Madeira ziet iedereen er
hetzelfde uit. Lichtbruin. Indiaans.
Het omwisselen van
de kaartjes blijkt goed te werken. Want als we rond 12 uur uiteindelijk
vertrekken worden we opgezocht voor een lunch. Niemand anders aan boord heeft
dat voorrecht. Want voor hen begint de reis pas om 12 uur terwijl hij voor ons
natuurlijk al de hele dag duurt. ’s Avonds eet wel iedereen mee.
|
|
Tegen het eind van
de middag kondigt een bui zich in de verte aan. Onweer, toenemende wind en een
scherm van regen komen op ons af. Als we er midden in zitten, staan de koppen
op de rivier. Iedereen is in de weer met zijn bagage en hangmat. Nu wordt ook
duidelijk waarom er vlonders zijn in het midden van het schip. Voor de bagage.
Het hele dek stroomt vol. Het zoeken naar de diepste vaargeul gaat ook op dit
stuk van de rivier door. Op sommige plaatsen worden ingewikkelde manoeuvres
uitgevoerd om van de ene wal naar de andere te komen. Het motorbootje wordt
zelfs ingezet als boegschroef. In het donker komt een ander, kleiner, schip
langszij. Met vier man wordt een motorblok overgezet. Bestemming Manaus. Zal
wel gerepareerd moeten worden.