Donderdag
29 september La Paz – Guajara-Mirim
We zitten onder de
beten maar ze jeuken gelukkig niet. Waarschijnlijk van de kleine vliegjes in de
winkel waar we aten aan het eind van onze trek.
|
|
De vlucht naar Trinidad-Riberalta-Guajaramerin is met een 18-stoels propellertoestel. Aan iedere kant van het gangpad
één stoel. Iedereen zit dus aan het raam en wij gelukkig achter de vleugels. Er
is overigens niet zo heel veel te zien. Daarvoor vliegen we te hoog. Wel
duidelijk zijn de meanderende rivieren met talloze dode armen. En heel veel
meren. Naarmate we dichter bij een stad komen is het oerwoud meer en meer
aangetast. Grote velden met gekapte bomen en overal wordt afgebrand. In Riberalta en Gujaramerin landen
we op gravel. Er staan soldaten langs de landingsbaan om als een soort
klaar-overs de voetgangers te beletten over te steken, tot het vliegtuig
voorbij is. In Guajaramerin is de lucht zo
wazig/smerig dat we eerst vermoeden dat dat door de
rook van de bosbranden komt. Maar er is niets van rook te ruiken dus misschien
toch gewoon een drukkende onweerslucht. De hitte valt als een warme vochtige
deken neer. Het is hier 35 °C.
|
|
In Guajaramerin verdoen we niet veel tijd. Een exit stamp en
dan wachten tot het bootje ons naar Brazilië overzet. De rivier is zeker al een
kilometer breed, hoewel dat op het eerste gezicht niet toont door de eilanden
die er in liggen. Aan de Braziliaanse kant, Guajara-Mirim,
is men geen toeristen gewend. De politieofficier vult zelf de immigratie-
formulieren in. Hotels zijn er nauwelijks en we moeten twee kilometer lopen
langs de hoofdstraat voor we een restaurant open vinden. En van de straat af
ziet het er helemaal niet uit. Maar de stad is wel veel rijker aan winkels en
werkplaatsen dan we in Bolivia gewend waren.
En een herrie dat
de Brazilianen maken! Op straat, in hun auto’s, overal. We laten de airco aan
om te ontkomen aan de bassen van de auto’s om het hotel.