Zaterdag 17 september  Colca - Arequipe

Wij zijn om 2 uur klaar, maar het kamp is verder nog donker! Eerst verschijnt de gids van een andere groep. Die weet ongeveer waar Patricio slaapt. Ons humeur zakt. Uiteindelijk vertrekken we om 2:20, maar nog wel vóór de anderen – die ook om 2 uur zouden gaan. Nog net op de grens van de oase, misschien 50 meter geklommen, besluit Brenda (de Arequipa gids van 28 die graag zelf hier zou gidsen) dat ze het niet gaat halen naar boven. Haar hart trekt het niet. Patricio roept bij een hutje iemand wakker voor een ezel en we laten Brenda achter. We moeten 1300 m steil omhoog. De eerste 650 meter doen we in een uur. De tweede helft vergt 2 uur. De maan is zo goed als vol en lopen kan zonder zaklamp. Pas als we bijna boven zijn wordt het duister. De maan is al onder en de zon laat zich nog niet zien. Op ¾ van de stijg – waar het meer op karakter aankomt dan op spieren – zitten met een kaars twee vrouwtjes met hun waar: water, thee, chocolade, etc. We stoppen dankbaar even. Als je eenmaal boven bent is het nog een uurtje naar Cabanaconde, maar het is zo goed als vlak. Halverwege is het pad niet langer begaanbaar. Het wordt deze nacht gebruikt als irrigatiekanaal. Door de velden bereiken we uiteindelijk het dorp waar we de lokale waard wakker moeten roepen. Zijn ontbijt is o.k. en hij heeft een (koude) douche. We zijn goed en wel geïnstalleerd als ook Brenda wordt afgeleverd op een ezel. Gelukkig voor haar hebben wij geld, anders had ze de ezeldrijver niet eens kunnen betalen.

Met de bus van 7 uur komt Walter, onze chauffeur, aan. Hij heeft de Hi-Ace ergens geparkeerd en haalt die nu op. De andere groepen gaan met de bus, en we zien elkaar weer allemaal bij Cruz del Condor, een uurtje terug de vallei in. Sinds jaar en dag verblijven daar condors. Die wachten tot de ochtendzon thermiek brengt en dan cirkelen ze uit. Tegen de middag komen ze terug. Op deze plaats zijn wat uitkijkpunten gemaakt. Je kunt ook de bus uit Arequipa nemen en hier kijken. Om 2 uur ’s nachts vertrekt die en je bent ’s avonds weer terug. Niet veel minder dan wat wij doen. We zien inderdaaad 2 condors, van dichtbij. Het weer is ook weel in orde; een prachtige zon met weinig wolken. Wat zijn Amerikaanse mannen van rond 30op zo’n plaats toch ongelooflijk irritant. Het praat, hard en constant en heeft geen idee dat anderen zich daar aan storen. Geen wonder dat ze niet geliefd zijn in een groot deel van de wereld.

Om 9 uur rijden we de vallei verder terug, naar Chivay. Daar zijn warme bronnen en we kunnen een half uurtje weken. Na een voortreffelijke lunch in een buffet-restautrent met lokale hapjes (waaronder cavia), rijden we terug naar Arequipa. Dat vergt nog 5 uur.

Eigenlijk is een Toyota Hi-Ace te licht voor dit soort wegen. De bus doet het sneller en ook SUV’s sprinten ons voorbij. Niet alleen is de weg vol kuilen en scherpe stenen, maar hij klimt ook nog eens 2500 m.

Op de hoogvlakte lopen kudden lama’s. Sommige dieren hebben vrolijke lintjes in hun oren gevlochten. Het landschap verandert dan allengs in een lava woestijn waar niet veel meer groeit.

We zijn ruim op tijd voor onze bus naar Desaguadero, op de grens met Bolivia. Die staat op de rol voor 19:30 en vertrekt een half uurtje te laat.

Weer terug   verder