vlieger
Luchtfotografie
met vliegers


Dit stukje ligt al sinds '96 bij de redactie van Vlieger en is om onduidelijke redenen nog steeds niet geplubliceerd...

Luchtfotografie met vliegers

Jaren geleden kocht ik eens in de uitverkoop een afstandsbediening voor een radiografisch bestuurbaar bootje. In m'n achterhoofd had ik het idee dat ik dit ook nog wel eens zou kunnen gebruiken voor het maken van luchtfoto's met vliegers. Maar ach, wat wist ik toen van vliegers? In '93 ontmoette ik iemand die dezelfde droom had als ik en hij bleek om die reden alvast een vlieger gemaakt te hebben. De basis was gelegd.

In een verloren middagje (dat kwam als student nogal eens voor) heb ik toen een klein aluminium frame gemaakt voor een automatische compactcamera (fixet-focus, 28mm) Eén servo regelde het afdrukken en een andere nam de horizoninstelling voor zijn rekening. Richten gebeurde met een vastgeschroefde windvaan die vóór het omhoog brengen in de goede stand gezet moest worden. Het geheel hing aan een touwtje van ca. 50 cm. Toen de vlieger hard genoeg bleek te trekken om een ongeveer even zware tenthamer mee de lucht in te nemen, werd deze hamer vervangen door het fototoestel en onze eerste luchtfoto werd een feit.

Het richten van de camera gebeurde zoals gezegd met een windvaan. De richting van de camera t.o.v. deze vaan moest beneden ingesteld worden. Na het maken van een foto moest de camera dus weer naar beneden gehaald worden voor het verdraaien van de vaan, om een andere plek te fotograferen. Voor de eerste foto's is dat niet erg, maar toen er vaker gefotografeerd ging worden, werd de wens dit op afstand te kunnen regelen groot.

Door ook de vaartregelaar van het bootje te gebruikten (dit is niets anders dan een door een servo bediende schakelaar) kon een klein elektromotortje de windvaan via een vertraging en wormwieloverbrenging zowel vooruit als achteruit laten draaien. Het voordeel van zo'n wormwielaandrijving is dat de servo niet belast wordt (en dus geen extra stroom nodig heeft) als de windvaan het mechaniek belast. De batterijen houden het op deze manier vele uren uit. Er zijn motoren in de handel waar deze vertraging standaard op zit. Ook worm-overbrengingen zijn te koop, denk aan Meccano, Temsi, Fisher Technik en modelbouw. Met een boormachine in een houder, wat aluminium en wat schroefjes zijn deze tandwielen makkelijk te gebruiken. De camera ziet er nu uit zoals in figuur 1 getekend is.

De camera zelf ligt op een omgezet aluminium plaatje. Op dit plaatje zijn ook de servo en afdrukarm vastgezet. De kracht die nodig is om het afdruk-knopje in te drukken, ligt op de grens van wat de servo aan kan. Door de arm van de servo te verkleinen, is een grotere kracht te verkrijgen. Omdat hiermee ook de uitslag van deze arm drastisch verminderd wordt, is het geheel met schroefdraad instelbaar gemaakt om na wat ongeregeldheden (bijv. een klein beetje verschoven camera na een "iets te harde landing") het geheel toch weer werkend te krijgen (figuur 2).

De horizoninstelling gebeurt aan de grond. De afdrukservo kantelt gewoon mee met de camera. Het plaatje waarmee de camera aan het frame vast zit, is ook 90° gedraaid te monteren, waardoor behalve landschap ook portret gefotografeerd kan worden. Na deze verbouwingen weegt mijn camera + afstandsbediening ca. 900 gram. Om de camera ophoog te brengen gebruikten we in eerste instantie een katrol die zo'n 20 meter onder de vlieger (Vin 1.50 x 2.00, later Sanjo 2.00 x 1.50) ingeknoopt werd. De lijn die daarvoor extra naar beneden liep, werd gebruikt als steunlijn (figuur 3, onder). Zonder steunlijn zijn de foto's behoorlijk bewogen (1 op de 2), met steunlijn nog maar 1 op de 5. De steunlijn werkt dus goed, maar de katrol is een zorgenkindje. Er hoeft maar een halve draai in de heen- en teruggaande lijn te zitten en hij loopt gegarandeerd van het wieltje af. Van het geschuur dat je vervolgens in de lijn voelt, krijg je visioenen van een gerafeld en gebroken uiteinde en een naar beneden suizende camera.....

Beter is het om de camera met een karabijnhaak aan een lijnelement-haakje te klikken, om vervolgens met een katrol over de vliegerlijn naar het grondanker te wandelen (figuur 3, boven). De vlieger heeft hierbij enige tijd nodig om de camera omhoog te trekken; niet te snel lopen dus! De steunlijn knopen we ook met een haak aan de vliegerlijn, maar dan een paar meter hoger dan de camera. De wind blaast deze ontspannen lijn nu van de camera weg, waardoor in de war raken met de camera + windvaan voorkomen wordt. Jammer is alleen wel dat deze lijn óók op de foto komt. De steunlijn lager inknopen kan ook, maar hij moet dan meteen een flink stuk lager ingeknoopt worden om niet in de war te raken met de camera. En dat gaat weer ten koste van het stilhangen. Bovendien kom je deze haak + lijn tegen als je met je katrol aan het wandelen bent.

Als de kamera in de lucht hangt is het wachten op een moment dat het hele zaakje stil hangt alvorens af te drukken. Sommige foto's zijn haarscherp, andere flink bewogen.

Omdat je natuurlijk nooit tevreden bent met de kwaliteit van de foto's besloot ik, in navolging van oa. Emiel Stroeve (Vlieger 1998-6), de ophanging te verbeteren met een picavet-ophanging. Deze ophanging bestaat uit een kruis met op elk uiteinde een katrol welke middels een wirwar van draden aan 2 punten in de vliegerlijn hangt. Onder dit kruis hangt het toestel. De combinatie van lijnen en katrollen zorgt er voor dat de kamera in een horizontaal vlak blijft bewegen. Hierdoor zijn er twee van de drie bewegingen die voor onscherpe foto's zorgen, verdwenen.

Het op- en neerlaten van het toestel gebeurt nog op dezelfde manier als voorheen, behalve dat je nu twee haken en twee karabiners nodig hebt. Het opruimen is daarentegen wel wat lastiger, omdat al die lijnen snel in een knoop zitten die er niet makkelijk weer uit te halen is. Om dit goed en te doen ga ik als volgt te werk:

  • Zet de kamera op de grond en houd de twee karabiners loodrecht boven de kamera
  • Klik één van de twee karabiners in de andere. Deze kunnen nu niet meer met elkaar in de war raken.
  • Trek de lijnen van boven naar beneden bij elkaar en wikkel ze in achtjes om het kruis. Als je niet meer verder kan wikkelen klik je één van de karabiners aan het kruis.

    Toch ben ik nog niet tevreden over het resultaat. Een paar foto's zijn scherp, de rest is een klein beetje bewogen. Het lijkt er op dat de grote bewegingen nu inderdaad sterk verminderd zijn, maar het trillen van de vliegerlijn wordt nu met 8 lijnen aan de kamera doorgegeven. Omdat de wormwieloverbrenging ook nog wat speling heeft, kan de kamera inderdaad iets bewegen. Het dempen van de lijn wordt hiermee dus noodzakelijk, bovendien moet die speling er uit.

    Intussen heb ik aardig wat collega-luchtfotografen gesproken, hun apparatuur bekeken en hun foto-resultaat bewonderd. Het blijkt dat veel van hen andere oplossingen gevonden hebben voor het stil ophangen van de kamera dan de picavet-ophanging. Als iemand een link naar zijn/haar pagina wil: stuur maar op!


  • Peter en Marleen Simons simons69@zonnet.nl