|
|
Het is
zó belangrijk
dat er een
organisatie met
een orgaan
bestaat die
binnen het
humanistisch
raam waarin
zich de
geschiedenis
van het vrije
denken heeft
bewogen, het
als een
ethische taak
beschouwt, als
een menselijke
verplichting
zelfs, dit
bevrijdend
denken te
stimuleren, te
bevorderen en
te verdedigen,
dat, als zij
niet bestond,
zij zou moeten
worden
opgericht.
voorzitter
Vrijdenkersvereniging
De Vrije
Gedachte, Oene
Noordenbos
Rudolf Otto: Het heilige: een verhandeling over het irrationele in de idee van het goddelijke en de verhouding ervan tot het rationele. - Hilversum : C de Boer/Paul Brand, 1963. - (Sterrenserie; 6). - Paperback. Vertaling J. W. Dippel, bewerkt door O. Noordenbos
Oene Noordenbos (1896-1978), een theoloog die zich ontwikkelde tot vrijdenker en op de geschiedenis van het atheïsme promoveerde, tot de oprichters van de PSP behoorde maar ook brieven en een traktaat van Erasmus vertaalde. Voor hem vertegenwoordigde Erasmus een stadium in een ontwikkeling van het begrip van de menselijke waardigheid.
Dr. Oene
Noordenbos / P.
Spigt:
Atheïsme en
vrijdenken in
Nederland
(1931) /
Raddraaiers der
redelijkheid,
Portretten
van vrijdenkers
(1954-1956),
Nijmegen 1976
Dr. O.
Noordenbos:
Plan en
Gericht,
Augustinus,
Arnhem 1952
Dr. O.
Noordenbos
e.a.:
Bevrijdend
denken,
Gedenkbundel
ter gelegenheid
van het
honderdjarig
bestaan van de
vrijdenkersvereniging
De Dageraad,
1856-1956,
Amsterdam, 1956
Dr. Oene
Noordenbos,
geboren 5 juli
1896 in Bozum,
Friesland,
studeerde
theologie te
Leiden. Sinds
1925 assistent
en van 1934 tot
1945
conservator aan
de Gemeente
Bibliotheek
Rotterdam.
Van 1945 tot
1952
redactiesecretaris
van de ENSIE
(Eerste
Nederlandse
Systematisch
Ingerichte
Encyclopedie).
Van de
oprichting in
1946 tot de
opheffing in
1967 redacteur
en van 1953 tot
1958
redactiesecretaris
van het
tijdschrift
De
Nieuwe
Stem.
Van 1947 tot
1951 voorzitter
van de
federatie
Amsterdam van
het
Humanistisch
Verbond
en van 1954 tot
1957 voorzitter
van de
vrijdenkersvereniging
De
Dageraad.
Publicaties:
Het atheïsme in
Nederland in de
19e eeuw
(dissertatie te
Leiden), 1931
(met T.
Noordenbos-de
Klerk)
Brieven van
Abelard en
Heloïze,
1929
(met G. van
Leeuwen)
Erasmus in den
spiegel van
zijn brieven,
1936
In het
voetspoor van
Erasmus,
1941
De kroniek
van P. L. Tak
(in De Gids),
1944
Plan en
Gericht.
Augustinus,
1952
(met dr. E.
Brongersma)
Rooms gevaar of
katholiek
recht?,
1954
Diverse
bijdragen aan
de Algemene
geschiedenis
der Nederlanden,
delen VIII-X.
Medewerker aan
De lage
landen bij de
zee van A.
en J. Romein.