Mali ![]() |
6 - 25 november 2000
| 'Historisch kruispunt van karavanen', zo werd mijn reis naar Mali in de reisgids aangeduid. Mali is één van de armste landen ter wereld en ligt in Westelijk Afrika. Het is 33 maal zo groot als Nederland. De reis begint al lekker avontuurlijk. De vlucht van Amsterdam naar Parijs is geannuleerd. Ik ben de enige van de groep die in een ander toestel geplaatst kan worden. In Bamako, de hoofdstad van Mali, kom ik aan op het vliegveld. Hier is slechts één aankomsthal die wemelt van de kakkerlakken. De bagageband is één grote chaos, veel mensen zijn bagage kwijt. Ik zie alleen maar negers met jurken om me heen. | ![]() |
| Niemand spreekt Engels en er staat ook niemand op mij te wachten. In mijn beste Frans bel ik naar het hotel om door te geven dat ik met een taxi kom. Vanuit de taxi kan ik concluderen dat ik in een echt ontwikkelingsland terecht ben gekomen. In het hotel blijkt dat de rest van de groep vastzit in de Ivoorkust. Bijna 24 uur later komen ze pas aan. Een dag later dan gepland kan de rondreis beginnen. Het lijkt alsof de tijd hier in dit land 100 jaar stil is blijven staan. Rijdend over de stoffige onverharde wegen trekt het rode ijzerhoudende landschap aan mij voorbij. Sikasso is gelegen in het zuiden en is heel groen. Hier is tropisch regenwoud en wordt veel katoen verbouwd. Na een dag of vier komen we de eerste toeristen tegen. Het land lijkt verstoken van alle Westerse luxe. Het enige bekende wat we zien is Nescafe en Coca-Cola. De dorpjes en markten zijn nog heel puur. Het is erg heet. De temperatuur schommelt iedere dag tussen de 35 en 40 graden. En dan zijn we hier nog in het 'koele' seizoen. |
| Mopti is onze uitvalsbasis voor de Dogon trek. We trekken vijf dagen door dit geïsoleerde gebied waar de Dogon stam nog op traditionele wijze leeft. Hier is geen elektriciteit of stromend water. We overnachten bij de lokale bevolking in de dorpjes. Hier krijgen we traditioneel voedsel: gierst met schaap. Tijdens het diner loopt een kudde geiten bijna in de pan. De douche bestaat uit een emmer water achter een muurtje. 's Nachts slapen we op de daken. Het is dan nog steeds zo'n 25 graden. Af en toe word je gewekt door een luid balkende ezel of rondfladderende kippen. |
![]() |
Als ontbijt krijgen we overheerlijke Malinese stokbroodjes. Deze zijn zoutloos maar niet zandarm! Door het vele vee dat rondloopt is het oppassen geblazen dat je geen hap vlieg neemt. We brengen een bezoek aan de Hogon. De opperpriester van het dorp die solitair in een grot leeft. De Hogon spreekt recht over allerlei geschillen. De zeer hoge leeftijd en wijze uitstraling van deze man dwingen respect af. |
| Naarmate de dagen verstrijken beklimmen we stukje bij beetje de falaise de Bandiagara. Dit is een grote rotswand van zandsteen van 200 km lang en valt onder de Unesco bescherming. De laatste dag kunnen we op de falaise een traditionele maskerdans aanschouwen. Dit is heel spectaculair en wordt bij alle bijzondere gebeurtenissen opgevoerd. Na vijf dagen ontberingen kunnen we heel erg genieten van een simpele douche! Vanuit Mopti begint ook onze boottocht over de Niger met als eindbestemming het legendarische Timboektoe. We varen met een pinasse, een traditionele Malinese boot. |
| Onderweg stoppen we bij een dorp van de Bozo, een vissersvolk, om vis te kopen. Helaas is de vis uitverkocht en moeten we in het volgende Sonrhaï dorp stoppen voor kippen. Vier kippen worden gevangen en aan boord gebracht. Vijf minuten later liggen ze lekker te braden in de pan. De bemanning van de boot drinkt zo uit de Niger, voor ons is dat niet zo verstandig. We zien ook nog een paar nijlpaarden. Ieder dorpje dat we bezoeken is heel bijzonder. Het hele dorp loopt uit. Een hele kinderschaar blijft je achtervolgen. 'Donnez-moi un bic' roepen de kinderen. Een mevrouw die ik fotografeer wil een 'Cadeau pour le bébé'. Ik geef haar een pakje vruchtensap met zo'n rietje. | ![]() |
| Ze heeft nog nooit zoiets gezien! We overnachten ook in het kampement van de beroemde gitarist Ali Farka Toure. Helaas is hij niet thuis, zodat we zijn optreden moeten missen. Aangekomen in Timboektoe zien we heel duidelijk andere mensen met meer Arabische invloeden. De Toeareg, Bela en Moren. Timboektoe ligt op de grens van de Sahara en donker Afrika. Met Air Mali (ook wel Air Maybe genoemd omdat het altijd nog maar de vraag is of het vliegtuig vertrekt) vliegen we terug naar Mopti. Teruggekomen in Sévaré wordt ik door Sékou (een lokale gids) uitgenodigd om bij hem thuis thee te komen drinken. Je bent dan ook verplicht om alle drie koppen te drinken: die van de dood, het leven en van de liefde. Zijn familie heeft als enige in de hele wijk een televisie. De hele buurt, zo'n 25 man, zit voor de beeldbuis in trance naar een Braziliaanse soap te kijken. |
![]() |
De volgende bestemming is Djenné. Deze stad is nog 100% traditioneel West Afrikaans met Sudanese bouwstijl en valt volledig onder de Unesco bescherming. In iedere straat is een open riool zodat je erg uit moet kijken waar je je voeten neerzet. Vooral in het donker, er is amper straatverlichting. Met name de maandagmarkt voor de grote moskee is erg mooi. |
| Op deze markt zie je allerlei verschillende bevolkingsgroepen: de Peul met hun melkprodukten, de Dogon met hun uien en tomaten, de Bozo met hun Vis. Mali is overwegend Islamitisch. Een heel klein gedeelte is nog animistisch (natuurgodsdienst). De reis gaat verder naar Segou, bekend van het boek van Maryse Conde. Er is echter niet veel van het oude Segou over. Het staat voornamelijk bekend om de vele pottenbakkers en modderschilderijen. Helaas kwam ook aan deze reis weer een einde. De vriendelijkheid van de bevolking en enorme varieteit van allerlei soorten mensen maakt Mali heel kleurrijk zodat deze bijzondere bestemming mij nog lang zal heugen. |
Dit was een reis van: ![]() |