Harry Potter deel vijf: De duisternis in positief daglicht
Het nieuwste boek over Harry Potter ging al een half miljoen keer
over de toonbank. Hoofdpersoon Harry Potter blijkt inmiddels gegroeid en
vandaag de dag een 15-jarige puber. Zijn laatste avontuur vindt plaats in
samenwerking met de 'orde van de feniks'. Een orde tovenaars die hem in het
nieuwste boek gaat helpen het kwade te verslaan.
Het kwade verslaan, is een goede bezigheid. Goede grondtonen in
een boek waar ook slechte dingen in beschreven staan, hebben helaas de
ongewenste uitwerking dat het boek gelezen wordt "omdat er toch ook goede
dingen in staan". De deur naar het goede in Harry Potter biedt eveneens
toegang tot de wereld van het occulte. Schrijfster J.K. Rowling stelt de wereld
van het duister, bedoeld of onbedoeld, in een positiever daglicht dan de reëele
wereld. Tovenaars staan Harry Potter terzijde, gewone mensen, 'Dreuzels', staan
hem gedurig tegen.
Doornroosje
Als de oude sprookjes niet occult zijn, is Potter dat ook niet,
luidt vaak de verdediging van met kritiek geconfronteerde Potterfans. Het
verschil is dat Sneeuwwitje en de zeven dwergen, Doornroosje en Hans en Grietje
zich afspelen in een irrealistische wereld, overduidelijk een sprookje.
Behulpzame kabouters, snoephuisjes en een honderdjarige slaap, komen
onwerkelijk over en staan mijlenver van de wereld van kinderen. De toverkunst
houdt in die sprookjes ook niemand in een wurgende angst, integendeel.
Harry Potter daarentegen speelt zich af in een gedetailleerd
realistische en actuele wereld, met auto's, pesterijen, een school en een snibbige
oom en tante. In zo'n wereld, die kinderen herkennen, wijst Harry met zijn
toverstok op het hart van Dirk, zijn rotneefje. "Hij voelt vijftien jaar
haat in zich opborrelen. Wat zou hij er niet voor geven om toe te slaan en Dirk
zo grondig te vervloeken dat hij naar huis moest kruipen. (..)" In de
wereld van vandaag en de taal van vandaag vervloekt en bezweert Harry dat het
een lieve lust is.
Dat velen griezelboeken als Harry Potter als onschuldig zien, komt
volgens Bert Wiersema, schrijver van als spannend gewaardeerde jeugdboeken,
doordat ze de boeken op één lijn met sprookjesverhalen zetten. "Toch
hebben die verhalen een andere impact. Het spannende in Harry Potter, met
geesten en contact met overledenen, heeft te maken met het hiernamaals. Als je
sterft, is het hemel of hel. Je blijft geen vampier die wraak kan nemen. Het
genre Harry Potter wekt de indruk dat er een ander, maar niet bijbels, leven is
na de dood. Ik kan me niet voorstellen dat dat geen invloed op kinderen heeft.
Er moét wel iets blijven haken. Iemand die met teer werkt, krijgt vieze
vingers. Natuurlijk zal elk kind anders reageren, maar ik kan me wel
voorstellen dat kinderen het verschrikkelijk spannend vinden. Het is een
schrijverskunst om het kind daarin mee te krijgen. Er zijn echter verschillende
soorten spanning. De aangename variant, in een avontuur dat ook weer goed
afloopt, maar ook horrorachtige spanning die kinderen angstig houdt. Het is het
verschil tussen een James Bond film en een horrorfilm, waar een volwassene nog
wakker van ligt."
Realistisch
Harry Potter en de orde van de feniks is, alweer bedoeld of
onbedoeld, realistisch. Het tekent de angst die mensen bevangt als zij in
aanraking komen met het bovennatuurlijke zonder dat zij Christus kennen. Zij
kunnen die duisternis niet krachteloos maken door het bloed van Jezus.
Realistisch is het verder doordat het hele boek is doordrenkt van zinderende
woede en frustratie. Vergeving en/of relativeringsvermogen komen niet in het
boek voor. Terugpesten, doden en bang maken des te meer. De uitweg die het boek
biedt, is die van toverstokjes.
Overdreven? De wereld van duister en licht heeft invloed op het
realistische dagelijks leven. Mevrouw Vaals, de eigenzinnige buurvrouw van
Harry's oom en tante, is al bang als ze een volgende straat in moet, terwijl ze
zojuist nog getuige was van een confrontatie met Dementors. Dat zijn geesten
die ervoor zorgen dat alle lichtpunten in de nacht wegvallen en die een gevoel
veroorzaken dat je nooit meer gelukkig wordt. Het is bekend hoe beklemmend en
beïnvloedend de angst is die occult belaste mensen met zich meedragen. De angst
van mevrouw Vaals is dus terecht en realistisch.
Verbijstering
Met "verbijstering" ziet Wiersema, die ook docent is aan
een gereformeerde middelbare school, dat kinderen van zijn school het soort
griezelboeken als Harry Potter cadeau krijgen. Maar ook de kinderen op de
christelijke basisschool waar hij eerst werkte, ontvingen die leesstof.
"Ik praat er met hen over en ze zeggen dat ze het mooi vinden. Maar als je
erover doorpraat, moeten sommigen toegeven dat ze er inderdaad slapeloze
nachten van krijgen. Een van hen droomde dat ze levend begraven werd."
Dat Potter zo populair is, komt volgens Wiersema vooral doordat
velen zich herkennen in zijn omstandigheden. "Iedereen voelt zich wel eens
machteloos onder ouderlijk gezag, of de regels van de school. Als Harry, met
wie je je zo vereenzelvigt, met zijn toverstokje alle tegenslag afweert en op
die manier veel harder terugpest, voelt dat alsof je zelf overwint en macht hebt.
Ik vind dat echter tegelijktijd het absolute tegenovergestelde van de bijbelse
boodschap. Terugpesten en geweld zijn geen wapens die kinderen werkelijk helpen
in hun strijd tegen onrecht."
Verbod
"Als kinderen nou niet talen naar Harry Potter, dan lijkt het
me niet verstandig om ze het cadeau te doen. Maar een keihard verbod maakt het
alleen maar interessanter. Toen een van onze kinderen aangaf interesse in Harry
Potter te hebben, besloten we de film te gaan bekijken. Mijn vrouw en ik zijn
met onze kinderen in gesprek gegaan over de geestenwereld die we daarin
tegenkwamen. Ik zie het als groot gevaar om kinderen zonder begeleiding Harry
Potter te laten lezen of kijken. Niet ieder kind reageert er hetzelfde op, maar
bepaalde kinderen kunnen er verschrikkelijk angstig van worden. Kinderen hebben
begeleiding nodig bij het lezen, maar lezen ze Harry Potter, dan geldt dat
dubbel."
Harry komt tegen de gelukvretende Dementors in verweer door
spreuken te scanderen. Echter: "Twee grauwe slijmerige met korsten overdekte
handen gleden onder de mantel vandaan en tastten naar Harry. Harry kon de
spreuk niet meer uitvoeren. Maar hij had iets gelukkigs om aan te denken... de
kille vingers van de Dementor sloten zich om zijn keel en een stem zei in zijn
(Harry) hoofd: Buig voor de dood, Harry... misschien is het zelfs pijnloos...
ik zou het niet weten... ik ben nog nooit gestorven."
Expecto patronum
Harry redt zich uit zijn avontuur met de Dementors door op het
laatste moment de reddende spreuk expecto patronum zo hard te roepen dat zijn
zilveren beschermhert uit zijn toverstaf tevoorschijn komt. Neef Dirk ligt
echter nog 'trillend en jammerend' op de grond. Harry neemt hem op zijn
schouders en brengt hem thuis. Daar krijgt hij de schuld van wat er met Dirk is
gebeurd. Dat gaat Harry te ver: "Opzij, of ik vervloek je", zegt
Harry tegen zijn oom als deze om opheldering vraagt.
Een kind dat zich in de pesterige wereld van Potter herkent en hem
als held ziet, kan alleen iets met diens omgangsvormen met tegenslag als het óók
gaat experimenteren met het bovennatuurlijke. Het bovennatuurlijke aspect
relativeren of door literaire bril bekijken, is voor recensieschrijvers geen
kunst, maar aan de meeste kinderen niet besteed. Recensenten die zich daartoe
geroepen voelen, spelen de zorgvuldig uitgestippelde marketingstrategie van de
uitgever in de kaart. Geesten, magie, dood(skisten) en het transcendente zijn
te serieus, te gevaarlijk en te licht ontvlambaar voor (sommige) kinderen om er
verhalen rond te schrijven. Nog wel ten gunste van die duistere wereld.
Marcus Wisse. Artiekel overgenomen uit de eo.visie.
Literatuur over de Potterserie
Harry Potter en de Bijbel, Uitgeverij Bread of life ISBN
90-75226-46-2
De betovering van Harry Potter, Uitgeverij Kok ISBN 90 435 0787 3