Door Ivo Westerlaken
Volgens de oude schrijvers bevonden zich vele verschillende volkeren in het oude Italië. Doch de overgeleverde tradities spreken elkaar vaak tegen. Het schiereiland werd van alle kanten bevolkt: vanuit het noorden onder andere door de Kelten, vanuit Illyrië aan de overkant van de Adriatische zee onder andere door de Messapii, vanuit Klein Azië door de Etrusken, enz. Onze informatie m.b.t. de oude Italianen komt van oude schrijvers, de archeologie, inscripties, en een reeks andere bronnen, en ze geeft ons een vrij duidelijk beeld van de verspreiding, hekomst en ook wat gegevens met betrekking tot de religie van Italië's oudste volken.
Tot de oudste bewoners rekent men de Liguriërs. Ze hoorden tot een mediterrane oerbevolking die verwant was met de Iberiërs. In het oostelijk deel van het schiereiland, in Picenum en Apulië, woonden stammen die door sommigen onder de Pelasgen gerangschikt worden, een volk dat in de oertijd op de eilanden van de Egeïsche Zee en in Klein Azië woonde. In het noorden vestigden zich immigranten die paalwoningen bouwden en hun doden verbrandden, men noemt hen Terramare-mensen.
Dan komen er golven Indo-Europese immigranten Italië binnen. Met hen arriveren de voorvaderen van de Italische stammen. Eerst komen de Latijnse stammen, die zich langs de Tiber vestigen, en hun buren de Falisci. Vervolgens de Umbri en de Sabelli. Een nieuwe cultuur doet zijn intrede, men noemt haar Villanova, naar een gelijknamig dorp niet ver van Bologna, waar men de eerste getuigen ervan opgroef. En halverwege de achtste eeuw V.Chr. verschijnt temidden van de Villanova-cultuur, op de plek waar deze zijn indrukwekkendste ontplooiing beleefde, het volk der Etrusken, kolonisten uit Klein Azië.
De Umbri
Het oude district Umbria werd begrensd door de Ager Gallicus (op een lijn met Ravenna) in het noorden, door Etrurië (de Tiber) in het westen, het Sabijns territorium in het zuiden en door Picenum in het oosten. De Umbri waren als volk een van de hoofdbestanddelen van de Italiaanse natie, Zij waren nauw verbonden met de Oscanen en in mindere mate met de Latijnen. Eens waren zij het belangrijkste volk in Midden- en Noord-Italië, doch andere volkeren ontnamen hen de heerschappij. Zo zijn het waarschijnlijk de Kelten geweest die hen in de vallei van de Po vanaf ongeveer 500 v.Chr. gedeeltelijk verdrongen. Hun grootste vijanden waren echter de Etrusken, die hen tot in het gebied dat in historische tijden de naam Umbria droeg drongen. De taal der Umbriërs is nauw verwant aan het Oscaans en minder nauw verwant aan het Latijn. Hun alfabet is echter van Chalcidisch-Etruskische origine. Klassieke auteurs zeggen ons dat de Umbriërs vrij sterk op hun Etruskische vijanden leken in hun leefwijzen en gewoontes. Ook dienden Umbrische soldaten in het Etruskische leger, zoals bij de aanval op Cumae in 524 v.Vhr.
De Volsci
Dit was een oud Italiaans volk dat een belangrijke rol speelde in de geschiedenis van de eerste eeuw van de Romeinse republiek. Zij bewoonden het gebied in het zuiden van Latium, gedeeltelijk heuvelachtig terrein, gedeeltelijk moerasland. Hun gebied grensde aan dat van de Aurunci en de Samnieten in het zuiden, en de Hernici in het oosten. De Volsci behoorden tot de meest gevreesde vijanden van Rome en zij verbonden zich vaak met de Aequi.
De Volsci behoorden tot een groep stammen die zich in het midden, vooral aan de westkust, van Italië vestigden in de tijd dat de Etrusken op het schiereiland aankwamen. Deze stammen, de Osci, Aurunci, Hernici, Marruci, Falisci, waren alle aan de Romeinen onderworpen voor het eind van de 4e eeuw v.Chr. Vele van hen waren een eeuw eerder, of daarvoor, veroverd door de Samnieten.
Volusi is de oudere vorm van Volsci en het bevat het woord voor "moeras". De naam Marica ("godin van de zoutmoerassen") vinden we bij de Aurunci, en we komen haar ook tegen bij de Liguriërs en op de kust van Picenum.