TIJDSCHRIFT

(NRC Handelsblad, 16 mei 2008) - In één van de verhalen uit A.L. Snijders' boek Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk vraagt iemand of Snijders wel eens iets met zijn schrijfsels doet. Publiceert hij wel eens iets of ligt het allemaal maar digitaal stof te vergaren in Snijders' computer? Snijders antwoordt in Prado te publiceren, een "dadaïstisch tijdschrift" dat ook "boodschappenlijstjes" afdrukt. Maak dat je moeder wijs, denk je als lezer, Snijders steekt hier de draak met de vraagsteller want zo'n blaadje bestaat helemaal niet. Maar het bestaat dus wel, en het is ook nog eens aan z'n 24ste jaargang toe.

In het nieuwste nummer (Prado verschijnt naar eigen zeggen "onregelmatig") dus daadwerkelijk 28 Prado-pagina's met gevonden boodschappenlijstjes, gedichtjes en een "terugblik vooruit" op de boekenweek van 2009 van Willem Bierman, het enige redactielid dat Prado rijk is. En met stukjes van Snijders dus.

Voor meer informatie over Prado kunt u Willem Bierman mailen.

DODE WOORDEN

(A.L. Snijders over Prado in De Volkskrant van 13 december 2007) - Soms ontvang ik Prado. Het is een dadaïstisch blad met veel aandacht voor boodschappenlijstjes, gevonden op de stoep van de supermarkt of achtergebleven in de winkelwagen. Gistermiddag heb ik er weer een ontvangen. Prado 73, december 2007, jaargang 23.

Het blad verschijnt onregelmatig. De hoofdredacteur, eindredacteur, uitvinder, eigenaar is Willem Bierman, te Apeldoorn (een goede plaats voor dadaïsme, vind ik persoonlijk). Hij houdt zich altijd op de achtergrond, maar in dit nummer is hij prominent aanwezig: "Correspondentie. Erik Satie correspondeerde met bevriende schrijvers, dichters, schilders, componisten, maar hij had geen behoefte aan hun antwoorden. Brieven van hen maakte hij niet open."

Ik lees een mail uit Finland, waar de mensen op straat allemaal in hun mobiel praten. Maar in gezelschap zeggen ze niets. Ik zit aan tafel met mijn handen voor mijn ogen, het is vijf uur. Het is heel stil - is het nog nacht of is het al morgen? Wat ga ik doen vandaag? Ik lach, ik ga de wereld in, de wereld van communicatie en interactie - dode woorden.

Voor meer informatie over Prado kunt u Willem Bierman mailen.

LAAT ONTDEKTE PAREL

Nijmegen dweept met Apeldoorns blad Prado

(Apeldoornse Courant, 15 november 2003) - In Nijmegen zijn ze helemaal door het dolle heen van het Apeldoornse literaire tijdschrift Prado. Het blad, dat onregelmatig, zeg drie of vier keer per jaar, wordt uitgebracht door hoofdredacteur Willem Bierman, neemt een prominente plaats in op de overzichtstentoonstelling van eigentijdse literaire tijdschriften in de bibliotheek van de Nijmeegse universiteit.

De tentoonstelling is gistermiddag geopend en Prado hangt met een kleine dertig andere tijdschriften temidden van klinkende salontafelnamen als De Revisor, De Gids en Tirade.

Voor Siem Bakker van de opleiding Nederlandse Taal en Cultuur, die de tentoonstelling in elkaar heeft gezet, is het Apeldoornse blad een laat ontdekte parel. "Bijzonder is dat het in de traditie van het speelse Barbarber is verdergegaan. Prado wijkt af van de meeste andere tijdschriften die algemeen zijn en geen herkenbaar programma meer bieden. Prado heeft duidelijk die dadaïstische trekjes."

Barbarber, het huisblad van Bernlef en K. Schippers, werd uitgegeven tussen 1954 en 1971. Prado-hoofdredacteur Bierman vult zijn blad ondermeer met op straat gevonden boodschappenbriefjes, nummers van gepasseerde treinstellen en absurde verhalen en gedichten. De teksten heeft hij zelf gevonden of geschreven of zijn ingezonden door gastschrijvers. Bierman geeft Prado uit vanaf 1985. Het tijdschrift wordt evenals de andere tentoongestelde bladen nog onderwerp van nader onderzoek, dat moet uitmonden in een studie van Bakker over eigentijdse tijdschriften sinds 1980. Bakker kwam in 1985 met het boek Literaire tijdschriften 1885-1980.

Bierman is verrast en zeer ingenomen met de erkenning van zijn blad in de taalwetenschappelijke wereld.

Voor meer informatie over Prado kunt u Willem Bierman mailen.

Wat is Prado? NEODADA
EN POLDERNUCHTERHEID

Literair tijdschrift Prado is na twintig jaar nog steeds eigenzinnig

(Hans Renders in Het Parool van 10 november 2005) - In april 1985 kreeg ik een op A5-formaat gestencild blaadje toegestuurd waarin berichten en mededelingen uit kranten en ander drukwerk waren verzameld. Een menukaart en de beschrijving van een stamkaart van een roodbonte koe stonden zo afgedrukt dat het gedichten leken. Maar ook sportuitslagen werden door de redactie van Prado afgedrukt als poëzie. Zinnen uit krantenverslagen werden als ultrakort verhaal gepresenteerd: "Wereldkampioen Hein Vergeer hijgt na de race over 10.000 meter uit tegen de heup van Frits Schalij en wuift om een hoekje naar het hem toejuichende publiek in Hamar."

Het was het type literatuur waarmee het tijdschrift Barbarber jaren eerder bekend was geworden: stukjes tekst uit de krant knippen en die als readymade in een literaire context zetten. Het raadselachtige is nu dat Willem Bierman, de eenmansredactie van Prado, ook na twintig jaar en 67 nummers geen enkele moeite doet te verhullen dat hij Barbarber imiteert. Dat maakt Prado dan toch weer op paradoxale wijze tot een eigenzinnig tijdschrift.

Het blad zit vol kleine verwijzingen naar dadaïsme en surrealisme. Kenmerk van dadaïsme en surrealisme is het objet trouvé, het gevonden voorwerp. A.L. Snijders, ooit leraar Nederlands en al sinds jaar en dag medewerker van Prado, vindt in een boek een blaadje met twee vragen. Eén ervan luidt: "Le cadavre exquis boira le vin nouveau. Vertel wat je ervan weet." De vraag zou hij zelf niet meer kunnen beantwoorden, schrijft hij in het meest recente nummer, maar "in geval van nood zou ik tegen de inspectie gezegd hebben dat ik een dadaïst was."

Ruben van Gogh stuurde een bijdrage van één zin als reactie op de vraag: "Wat is Dada?" Antwoord: "Dada had volgens mij niets met gemakzucht te maken."

Frans H. Venema geeft als antwoord:

Dada is niet meer
wat dada-was
dada is

Hij drukt ook een advertentie af van café Voltaire in Zürich, waar in 1916 de eerste dadabijeenkomst plaatsvond. Het is nu een "Internetkneipe". Is dat waar of is het een grap?

Natuurlijk is het geen grap, net zomin als er getwijfeld hoeft te worden aan de ingezonden mededeling "Laf" van lezer Paul Kila, "James Joyce in 1927 op het strand van Scheveningen: 'Honden zijn laffe beesten, want ze ruiken het als je bang bent.' Joyce had net zijn bril verloren in een gevecht met een hond." Einde mededeling.

Prado is een nuchter en eenvoudig uitgevoerd blaadje. Het feit dat Bierman lang ambtenaar bij de Dienst Motorrijtuigenbelasting is geweest, zal aan die nuchterheid hebben bijgedragen. Je weet altijd precies waarom Willem Bierman bepaalde teksten kiest, van eigen hand of van zijn trouwe schare medewerkers. In dit nummer bijvoorbeeld onthult hij zijn uitgangspunt in het zogeheten Credo: "Wil ik in de fantasie aankomen, dan moet ik vanuit de werkelijkheid vertrekken." En aan de hand van het korte hoofdstukje "Gewetensvraag" kan genoeg duidelijk worden gemaakt dat de humor-om-te-lachen ook nooit ver weg is: "Maar heb je wel eens écht DNA gehad?"

Voor meer informatie over Prado kunt u Willem Bierman mailen.

En/of kijk ook eens hier.