MULTATULI NIEUWSBRIEF
EEN UITGAVE VAN HET MULTATULI MUSEUM & MULTATULI GENOOTSCHAP
Jaargang 5, september 2001, nummer 12
Overlijdensbericht

Op 26 april ontvingen wij het bericht van het overlijden van Charles van Oostrom, voormalig bestuurslid van het Multatuli Genootschap. Charles was bestuurslid van 1991 tot en met 1995. Daarnaast vervulde hij vele functies bij diverse organisaties, waaronder de Vrijdenkersverening De Vrije gedachte, voorheen De Dageraad en vooral de door hem zelf opgerichte Stichting Paleon, opgericht met als doel om een paleontologisch en archeologisch panorama, een soort leerrijk attractiepark, op te richten. Tot de vorming van dat panorama is het helaas nooit gekomen, maar de manier waarop Charles erover wist te vertellen en de brochure die hij erover geschreven had, spraken duidelijke taal: zijn liefde en belangstelling voor de prehistorie was groot.
De energie die Charles erin stak om de kennis over dit onderwerp te verbreiden, bracht hij ook op in zijn tijd als bestuurder van het Multatuli Genootschap. Hij was altijd als een van de eersten aanwezig op de vergaderingen, fleurde die op met zijn kwinkslagen en zijn altijd goede humeur, en kwam constant met nieuwe ideeën voor de dag. Zo bedacht hij de Multatuli-obligatie die nog steeds bij de penningmeester te verkrijgen is. Door een steeds slechter wordende gezondheid moest Charles na enkele jaren bestuurslidmaatschap noodgedwongen afscheid nemen. Met name zijn ogen werden steeds slechter en dat was voor een leesbeest als Charles een onverdraaglijke kwaal.
Toen zijn geliefde vrouw Elly in 1998 overleed kwam hij er ook nog eens alleen voor te staan. Het moet ongeveer toen geweest zijn dat hij besloot zijn lot in eigen hand te nemen. Hij stelde in januari van dit jaar een brief op aan zijn vrienden en bekenden waarin hij afscheid van hen nam en rekenschap aflegde voor zijn leven.
Geheel in zijn lijn heeft Charles zijn lichaam ter beschikking van de wetenschap gesteld. Tot een begrafenis of een crematie is het daardoor niet gekomen. Wij gedenken hem in dankbaarheid.
 

Charles van Oostrom (1913-2001), in memoriam

In de prille jaren negentig zag het bestuur van het Multatuli Genootschap de groei van het ledental als een van zijn prioriteiten. We zochten daarom contact met verwante groeperingen; met name leek het ons zinvol de banden aan te halen met de oorspronkelijke, echte geestverwanten van Multatuli, de vrijdenkerskringen rond het tijdschrift De Dageraad.
Heel voorzichtig benaderden we daarom Charles van Oostrom, ook op gevorderde leeftijd nog een druk bezet man, die ik al van lang geleden persoonlijk kende. Charles reageerde meteen enthousiast; hij was inderdaad een van de typische oude Multatulianen, één diergenen die zich metterdaad volgeling voelden van de schrijver Douwes Dekker, die zij niet in de eerste plaats als literator maar vooral om zijn ideeën vereerden, als profeet van een toekomstige betere samenleving.
Van Oostrom was een kenmerkende vertegenwoordiger van die generatie, voor honderd procent een “selfmade man” die zich met een grote leeshonger en leergierigheid had gestort op een hele reeks vakgebieden die met het verleden van onze Aarde te maken hadden: hij was daarbij iemand die het Multatuliaanse begrip “vrije studie” helemaal serieus nam. Die passie voor kennis over het verre verleden op basis van eigen onderzoek-zonder-vooroordelen, vloeide voort uit de atheïstische principes van de vrijdenkerij. Als er geen schepping had plaatsgevonden, hoe was die Aarde dan in de oudste tijden ontstaan en bevolkt geraakt? Al in de jaren vijftig had Van Oostrom zich een haast encyclopedische kennis op dit gebied eigen gemaakt en de basis gelegd voor een aanzienlijke verzameling fossielen en andere overblijfselen (koralen, gesteenten) uit de oudste geologische tijdperken.
In die periode leerde ik hem ook kennen omdat Charles destijds onder meer zijn brood verdiende met de handel in stenen tafels waarvan het gepolijste oppervlak de mooiste en meest  intrigerende fossielen liet zien. Hij verkocht er twee aan mijn ouders en één daarvan staat nu nog bij ons op het balkon. Maar ook wist hij mijn vader te strikken voor het bestuur van zijn toenmalige stichting Paleon die in Zuid-Limburg een enorm themapark hoopte op te zetten om op een speelse manier de kennis te verbreiden over prehistorische tijden, compleet met alle dinosaurussen waar Spielberg later groot mee is geworden.
Maar voor een klein landje bleek dat doel toch te hoog gegrepen, iets wat tot zijn dood aan Charles is blijven knagen vooral omdat hij van de gouverneur van Limburg al een prachtig stuk heuvelachtige grond had weten los te praten. Het heeft hem altijd gestoken dat het latere themapark Archeon min of meer met zijn plannen op de loop is gegaan.
Maar hij ondernam in die beginjaren wel, vol enthousiasme, met subsidie die hij uit tal van fondsen bijeen had geschraapt, een studiereis van een jaar naar de Verenigde Staten vanwaar hij terugkwam met talloze vondsten en aankopen zodat hij in zijn eigen huis een waar geologisch museum kon opzetten.
Maar dat was niet het enige waar de grondige allesweter Van Oostrom zijn aandacht op richtte. Hij beschikte geleidelijk aan over een uitgebreide bibliotheek en een gigantisch knipselarchief. Uit tientallen kranten en periodieken verzamelde en archiveerde hij eindeloze mappen met gegevens over de meest uiteenlopende kennisterreinen uit heden en verleden.
In de laatste jaren was zijn voornaamste zorg wat er met al dit museale materiaal moest gebeuren. Zijn fossielen en gesteenten-collectie wilde  het Haagse Museon maar al te graag van hem overnemen; zijn boeken en knipselmappen heeft hij met toewijding ondergebracht bij wie er het meest profijt van zou kunnen trekken. Zo kreeg ons museum een aantal zeldzame Multatuli-brochures toebedeeld en het Nieuw Republikeins Genootschap erfde een groot aantal dozen vol publicaties over alle koningshuizen ter wereld, voortaan te zijner ere het "Van Oostrom-Archief" geheten.
Nadat hij zo de vruchten van zijn levenswerk op de meest zinvolle manier had ondergebracht bij degenen die in zijn geest verder zouden leven en handelen, heeft hij - toen zijn gezichtsvermogen het begaf - consequent gekozen voor een bij hem passend levenseinde, waarbij zijn eigen lichaam tenslotte nog bij zou dragen tot onze kennis van het leven op Aarde.

Hans van den Bergh
 

Uit de nalatenschap van Jacqueline Roelfsma-Tenge

Onlangs ontvingen wij van mevrouw Tenge uit Purmerend een pakket met de briefwisseling van wijlen haar zuster Jacqueline Roelfsema-Tenge, de illustere Multatuli Museumconservator, met de heer Nicolaas Steelink. Steelink vluchtte, als overtuigd anarchist, voor de dienstplicht in 1912 naar Amerika, waar hij Multatuli’s werken compleet in het Engels vertaalde. Vanaf de jaren vijftig stond hij in regelmatig briefcontact met mevrouw Roelfsema-Tenge en Steelinks Multatulivertalingen waren daarbij één van de hoofdonderwerpen. Voor zover het zich laat aanzien zijn er serieuze plannen geweest die vertalingen in Amerika te laten verschijnen, maar uiteindelijk is het er niet van gekomen. De redenen daarvoor zitten ongetwijfeld opgesloten in het “pak van Steelink” en wachten erop om ontdekt te worden.
 

Opgelost raadsel

In Nieuwsbrief 10, september 2000 maakten we melding van de schenking door Genootschapslid Remco Plas van een ongesigneerd en onbekend gedicht dat hij had aangetroffen in een boek dat hij gekocht had. Op de oproep of iemand het gedicht kende, kregen wij geen reactie. Inmiddels is de tekst aangetroffen in de collectie van het museum. Het gaat om een gedicht dat gepubliceerd werd in De Dageraad 25 (1893) en het is van de hand van L. J. Fikkee. Of het bij het handschrift gaat om het oorspronkelijke handschrift van Fikkee is niet duidelijk. Het handschrift is namelijk zonder één enkele correctie, of doorhaling of wat dan ook. Het kan dus net zo goed gaan om een afschrift van iemand die het gewoon een prachtig gedicht vond. Desalniettemin weten we nu in elk geval van wie en wanneer het gedicht stamt.
 

Raadsels rond Wilhelm Spohr

Nu het ene raadsel is opgelost, komen meteen de volgende; beide hebben te
maken met Wilhelm Spohr, de vertaler van Multatuli's werk in het Duits. In
zijn eerste brief aan Mimi Douwes Dekker (21 mei 1898) schreef hij dat hij
voor zijn Duitse uitgaven het volgende portret van Multatuli wilde gebruiken: 'Bild in Autotypie aus einem amerikanischen freidenkerischen Werke (400 Jahre Freidenkerthum) (auf dem Arm gestützt).' Wie kent dit boek en welk portret van Multatuli zou Spohr bedoelen?
Vlak voor de Tweede Wereldoorlog had Spohr plannen om een bloemlezing van
Multatuli's werk uit te geven. Daarover correspondeerde hij in 1938 met de
heer Groennou, de secretaris van het Multatuli Museum. De anthologie zou
moeten verschijnen bij uitgeverij Waldemar Hoffmann in Berlijn. Spohr vroeg
Groennou om enkele foto's en brieven. Op de website van de Friedrichshagener Dichterkreis staat deze uitgave onder de titel 'Das große Herz' vermeld. Welke verzamelaar van de vertalingen van Multatuli’s werk heeft deze vertaling ooit gezien of wellicht in zijn bezit?         J.G.

Nieuws uit Ingelheim: Multatuli en Karel de Grote

In Ingelheim 'kom ik nooit.', schreef Multatuli in een brief van 24 februari 1885 aan D.R. Mansholt. 'Nu dááraan is niets verloren. 't Is een ellendig ordinair nest, en door zekere burgerlyke welvarendheid niet eens landelyk-schilderachtig. Alles gewoonheid met lepels. Boos zyn de mensen
hier niet, maar onbegrypelyk laag by den grond. Ze staan volstrekt niet boven den Javaan. De omtrek van ons huis is op zichzelf niet schoon, maar wel door 't uitzicht op Bingerloch en Rheingau. Dat is prachtig! Karel de Groote had op dit punt 'n wachttoren, toen hy z'n Pfalz te Ingelheim hield. Men beweert dat onze put (± 100 voet diep) uit dien tyd stamt. [...] Ons huis ligt vry precies aan de chaussee in 't midden tusschen Bingen en Mainz. Die weg zou door Karel de Groote aangelegd zyn, en was - vóór de sporen - zeer levendig.'
Multatuli's woonhuis 'Auf der Steig' heeft inmiddels een verandering ondergaan. Hotel Multatuli, waarin een gedenkkamer aan Multatuli was ingericht, bestaat niet meer. Het hotel had zo'n slechte reputatie opgebouwd dat een naamsverandering noodzakelijk was, aldus de nieuwe eigenaresse. Meer dan de belofte dat er in de oude gedenkkamer een portret van Multatuli wordt opgehangen, heeft de Duitse Multatuli-vereniging niet gekregen.
Over Multatuli's bewering dat Karel de Grote op de plaats van zijn huis een
wachttoren met waterput had gebouwd, zal in de toekomst wellicht meer duidelijkheid komen. In Ingelheim wordt momenteel naar sporen van Karel de Grote gegraven. Hoe lang de archeologen onderzoek kunnen doen in Ingelheim, hangt ervan af of men erin slaagt verdere financiële middelen te verwerven.
(Frankfurter Allgemeine Zeitung, Nr. 187, dinsdag, 14 augustus 2001).
K.K.
 

Multatuli in Oostenrijk

Wie ooit onderzoek in archieven van musea en bibliotheken heeft gedaan, weet dat sommige archiefmedewerkers hun brieven en documenten het liefst voor de eeuwigheid verborgen zouden houden - iets wat niet gedocumenteerd is, willen ze niet uit handen geven en bestaat dan ook niet. De gedachte om een ‘archiefbevrijdingsfront’ op te richten, kan de ploeterende wetenschapper steeds moeilijker onderdrukken. De archieven laten goed gedoseerd los wat zij wel in gedocumenteerd hebben; het Letterkundig Museum kent de reeks ‘Achter het Boek’, het Archief en Museum van het Vlaamse Cultuurleven (AMVC) heeft een reeks die door geldgebrek veel te langzaam van de grond komt, de Duitsers hebben de prachtige catalogi uit Marbach en zelfs de Oostenrijkers zijn onlangs begonnen met een hun documenten uit te geven; ‘Profile’ is een tijdschrift dat rond de 300 pagina’s telt.
Inmiddels zijn er van de ‘Profile’ al zeven delen verschenen. Deel zeven is gewijd aan het thema Wenen-Berlijn en speelt daarmee in op de huidige belangstelling naar de ontwikkeling en geschiedenis van metropolen. Maar dit nummer is met name ook interessant omdat er een dossier is opgenomen over Stefan Großmann (1875-1935). Het bestaat uit vier opstellen over Großmann en een keuze uit de brieven van Gustav Landauer en Peter Altenberg aan de Weense auteur.
Großmann, journalist, theatercriticus en auteur, werd geboren in Wenen, verkeerde in kringen van de sociaal-democraten en verbleef in 1896 voor het eerst in Berlijn. Daar leerde hij Gustav Landauer kennen en werkte mee aan ‘Der Sozialist’, dat onder anderen werd uitgegeven door diezelfde Landauer. Voor de receptie en introductie van Multatuli in het Duitse taalgebied was dat een belangrijk tijdschrift. Wilhelm Spohr, rond 1900 de Duitse vertaler van Multatuli’s werk, leerde immers via Alexander Cohens Franse vertalingen - die door Bernhard Kampffmeyer in het Duits vertaald werden en in ‘Der Sozialist’ verschenen - Multatuli’s werk kennen.
Großmann bleef in 1896 niet lang in Berlijn. Maar lang genoeg om de Friedrichshagener te leren kennen. Na enkele maanden keerde hij terug naar Wenen, schreef er voor de Weense ‘Arbeiter-Zeitung’ en werd redacteur van de ‘Wiener Rundschau’. In het laatste blad publiceerde Spohr in 1898 een van zijn eerste vertalingen van Multatuli’s werk, ‘Gespräch mit Japanern’ en - in hetzelfde jaar - zijn lange opstel over ‘Multatuli’ dat hij Mimi Douwes Dekker stuurde.
In Wenen zette Großmann zich in voor projecten die de Friedrichshagener in en rond Berlijn al op poten hadden gezet: Hij was actief binnen de ‘Arbeiterbildungs-vereine’ en was mede-oprichter en artistiek leider van de Weense ‘Freie Volksbühne’, een schouwburg voor het volk. Onder de bestuursleden vinden we de naam Engelbert Pernerstorfer, nog een Wener die heeft bijgedragen aan de verspreiding van Multatuli’s werk in Oostenrijkse arbeiderskringen.
In 1912 keerde Großmann terug naar Berlijn, schreef voor de in culturele kringen invloedrijke ‘Vossische Zeitung’ en richtte in 1920 het liberale tijdschrift ‘Tage-Buch’ op, dat concurreerde met het nu nog bekende tijdschrift ‘Weltbühne‘. Nadat Hitler in 1933 in Duitsland aan de macht kwam, zette de SA hem het land uit. De SA blokkeerde zijn bankrekeningen en zonder een cent op zak kwam Großmann in Wenen aan, waar hij twee jaar later overleed.

‘Wien – Berlin. Mit einem Dossier zu Stefan Großmann’, (hrsg. von Bernhard Fetz und Hermann Schlösser); Profile, Magazin des Österreichischen Literaturarchivs, Band 7, 287 blz., uitgeverij Paul Zsolnay, ISBN 3 552 04993 2, DM 35,00.

J.G.
 

Boeken te koop

Het Multatuli Museum heeft de volgende boeken in voorraad tegen de volgende prijzen:

Eep Francken, De veelzinnige muze van E.
Douwes Dekker. Amsterdam, 1990. ƒ 10,-.

Tristan Haan, Multatuli's legioen van Insulinde.
Amsterdam, 1995. ƒ 10,-.

K. ter Laan's Multatuli-encyclopedie. Den Haag, 1996.
ƒ 20,-

Multatuli, Briefe aus dem Rheingau. Erwin
Leibfried. Fernwald, 1995. ƒ 25,-.

Multatuli, Max Havelaar. (Engelse uitgave, gebonden). Leyden, 1967. ƒ 25,-.

Multatuli, ‘Men moet van myn gestreken lans, een vlaggestok maken’. Brieven van Multatuli en Tine Douwes Dekker aan de redersfamilie Smit. Amsterdam, 2001. ƒ 24,50.

Multatuli, Vorstenschool. Culemborg, 1975.
School-editie met inleiding van H.H.J. de
Leeuwe. ƒ 5,-.

De Multatulianen groeten u allen zeer. Bij het
afscheid van J.A. Roelfsema-Tenge, conservator Multatuli Museum 1957-1988. Met enkele bijzondere bijlagen. ƒ 5,-.

J.J. Oversteegen, De redelijke natuur. Multatuli's literatuuropvatting. Utrecht, 1987. ƒ 5,-.

Tom Phijffer, Het gelijk van Multatuli. Het handelen van Eduard Douwes Dekker in rechtshistorisch perspectief. Amsterdam, 2000. ƒ 29,90

Philip Vermoortel, De schrijver Multatuli. Den-
Haag, 1995. ƒ 7,50.
H.J. van Waterschoot, Brieven van het Multatuli-Genootschap, 1910-1920. (Catalogus van het Multatuli Museum III). Amsterdam, 1997. ƒ 40,-

Jos van Waterschoot, De bibliotheek van
Multatuli. Amsterdam, 1992. (Catalogus van het Multatuli Museum I). ƒ 5,-.

Jos van Waterschoot, Brochures. Amsterdam,
1992. (Catalogus van het Multatuli Museum II.) ƒ 5,-.

Jos van Waterschoot, `Helaas, ik ben 'n
Amsterdammer'. Een literaire wandeling door het
Amsterdam van Multatuli. Tweede druk, Amsterdam, 1999.  ƒ 19,50

Jos van Waterschoot, Liberalismus door Multatuli. Amsterdam, 1998. ƒ 10,-

Jos van Waterschoot, Rechtvaardigheid door Multatuli. Amsterdam, 1999. ƒ 10,-

Jos van Waterschoot, Geld door Multatuli. Amsterdam, 1999. ƒ 10,-

Jos van Waterschoot, Monument voor Tine door Multatuli. Amsterdam, 2000. ƒ 15,-

Bij Uitgeverij Bas Lubberhuizen zijn oude nummers van Over Multatuli te verkrijgen. Alle nummers zijn nog leverbaar, behalve nummer 9, 29 en 33. De prijs per exemplaar is ƒ 2,50 exclusief verzendkosten. Informatie en bestellingen bij de uitgeverij:
Tel. 020 - 6184132, fax 020 - 6182527 of via e-mail: info@lubberhuizen.nl
Verder heeft het museum nog enkele Geschriften van het Multatuli Genootschap in voorraad, een reeks artikelen over Multatuli in brochurevorm. Deze onregelmatige uitgave was de voorloper van Over Multatuli. De brochures kosten ƒ 2,50.

Ook liggen er enkele losse exemplaren van publicaties over Multatuli te koop. Bel en informeer! Ook kunnen oude nummers van Over Multatuli worden besteld bij het museum.
Alle prijzen zijn ledenprijzen. Niet-leden betalen meer. Alle prijzen zijn exclusief verzendkosten.

Colofon
Deze Nieuwsbriefis een uitgave van het Multatuli Genootschap en het Multatuli Museum. De redactie is in handen van Jos van Waterschoot en Jaap Grave. Bijdragen kunt u sturen naar het:
Multatuli Museum
Korsjespoortsteeg 20
1015 AR Amsterdam
E-mail: multatulimuseum@wanadoo.nl
Fax: 020-6204909.
De Nieuwsbrief verschijnt onregelmatig, maar in elk geval tweemaal per jaar.
Een abonnement is gratis voor leden van het Multatuli Genootschap.
 


Terug naar het Multatuligenootschap
Home