Oogdruk
De bolle vorm van het oog wordt in stand gehouden door het glasachtig lichaam en doordat het kamerwater een bepaalde druk opbouwt. Het kamerwater wordt aangemaakt in het corpus ciliare. Van daaruit komt het terecht in de achterste oogkamer en stroomt via de pupil naar de voorste oogkamer. Daar bevinden zich in de kamerhoek kleine kanaaltjes, die het water opnemen en afvoeren naar de bloedbaan, zie afbeelding 5.

Afbeelding 5: Route van het kamerwater.
Voordat het kamerwater de afvoerkanaaltjes bereikt, passeert het een filter waarin zich kleine gaatjes bevinden. Zie afbeelding 5a. Dit filter draagt de naam "trabekelsysteem", afgeleid van het Latijnse woord voor "balk". Dit systeem is echter, anders dan de naam doet vermoeden, verre van star. De cellen kunnen namelijk samentrekken en zo de gaatjes verkleinen en de vochtstroom tot staan brengen. Als de spier rond de ooglens samentrekt wordt het trabekelsysteem juist open getrokken.
Afbeelding 5a: De weg die het kamerwater volgt, via de kamerhoek, bij een gezond oog.
In de onderstaande afbeelding is de kamerhoek schematisch weergegeven. Er is als het ware een klein stukje uit de iris, het hoornvlies en de daartussen gelegen kamerhoek gesneden. Dat stukje is afgebeeld. Het bruinige, golvende deel is het corpus ciliare, waar het kamerwater wordt geproduceerd. Het water gaat om de iris heen (in de afbeelding het dunste afgesneden flapje) en komt tussen de iris en het hoornvlies terecht (het dikkere, witte flapje; eveneens afgesneden). In de kamerhoek zijn een aantal geperforeerde lagen te zien, met daarachter het eveneens geperforeerde afvoerkanaal dat het kamerwater verder afgeeft aan kanaaltjes in de oogwand, het eerder genoemde trabekelsysteem. De geperforeerde lagen werken als filter. De oogdruk is afhankelijk van de balans tussen aanmaak en afvoer van het kamerwater. De normale oogdruk bevindt zich rond een waarde tussen de 10 en 22 mm Hg. Bij mensen zonder glaucoom schommelt de druk gedurende de dag niet meer dan enkele millimeters kwik, meestal rond een waarde van 16 mm Hg; bij glaucoompatiënten kunnen deze schommelingen veel groter zijn.

Afbeelding 6: Doorsnede van een klein stukje kamerhoek.