Oogspiegelen

Met een oogspiegel kan de oogarts de binnenkant van het oog bekijken en in het bijzonder de voorkant van de oogzenuw: de papil (zie afbeelding 2 en 10). Om de beoordeling van de papil te vereenvoudigen zullen soms oogdruppels worden gegeven die de pupil verwijden. Na afloop ziet de patiënt daardoor enige tijd wazig, maar dat is van voorbijgaande aard (meestal enkele uren). De oogarts kan met behulp van de oogspiegel beoordelen, of er een beschadiging van de oogzenuw is opgetreden. Deze beschadiging uit zich als een zogenaamde excavatie: een uitholling van de oogzenuw op de plek waar zenuwvezels zijn verdwenen.

De papil: de plaats op de achterwand van het oog, waar de oogzenuw naar buiten treedt. De linker foto geeft een afbeelding van een oog zonder glaucoom. De rechter foto laat dat zelfde oog 12 jaar later zien. Inmiddels is de oogzenuw ernstig aangetast door glaucoom.

Afbeelding 2: De papil: de plaats op de achterwand van het oog, waar de oogzenuw naar buiten treedt. De linker foto geeft een afbeelding van een oog zonder glaucoom. De rechter foto laat dat zelfde oog 12 jaar later zien. Inmiddels is de oogzenuw ernstig aangetast door glaucoom.

 

Een arts is aan het oogspiegelen bij een patient.

Afbeelding 10: Oogspiegelen.

 

Onderzoek van glaucoom        Inleiding