Oogdrukmeting

Tonometrie (het meten van de oogdruk) kan o.a. gebeuren met behulp van de applanatie-tonometer. (zie afbeelding 9). De patiënt houdt het hoofd zo stil mogelijk door het in een kinsteun en hoofdsteun te plaatsen. Het oog wordt, vooraf, met een druppeltje verdoofd en er wordt een druppel fluoresceïne (lichtreflecterende vloeistof) aan het traanvocht toegevoegd. Daarna wordt voorzichtig, in kleine stapjes het opzetstuk van de meetapparatuur tegen het oog geplaatst.(zie afbeelding 9a) Dan kijkt de arts, in welke mate een geringe druk op de oogbol het hoornvlies afplat.

Oogdrukmeting met behulp van de applanatie-tonometer.

Afbeelding 9: Oogdrukmeting met behulp van de applanatie-tonometer.

Opzetstuk van de applanatie-tonometer.

Afbeelding 9a: Opzetstuk van de applanatie-tonometer.

Dit onderzoek is pijnloos, ook achteraf. Wel heeft de patiënt na afloop een tijdlang gele ogen, omdat het fluoresceïne een gele kleur heeft. Deze verkleuring is volstrekt onschadelijk en trekt snel bij. De meting berust op het principe dat er meer kracht nodig is om het oog te vervormen naarmate de druk binnen het oog groter is. De gebruikte krachten en de toepaste vervorming zijn zo gering dat de patiënt daarvan geen hinder ondervindt.

Ook bij een opticien kan de oogdruk gemeten worden. De opticien maakt daarvoor gebruik van een Non-Contact-Tonometer, een apparaat dat de oogdruk kan meten zonder dat het oog zelfs maar wordt aangeraakt. De meting wordt elektronisch verricht door de reactie van het oog te meten op een zwakke luchtstroom die op het oog wordt gericht. Door die luchtstroom wordt het oog als het ware even "ingedrukt". De machine meet dat "deukje" en berekend in enkele milliseconden de oogdruk. Het resultaat is minder nauwkeurig dan de eerder beschreven meting maar in veel gevallen voldoende om vast te stellen of de oogdruk aanleiding geeft tot nader onderzoek. Daarnaast is deze methode minder bewerkelijk omdat geen verdoving en fluoresceïne vloeistof nodig is. Om deze reden maken ook oogartsen van deze methode gebruik voor het verkrijgen van een eerste indicatie van de oogdruk. 

De oogdruk is niet de hele dag hetzelfde maar kan van uur tot uur verschillen. Bij beginnende glaucoom kunnen deze schommelingen abnormaal sterk zijn. Om een indruk te krijgen van de dagschommelingen van de oogdruk wordt een zogenaamde dagcurve of tonometriecurve gemaakt. Hierbij wordt de oogdruk op verschillende tijden van de dag en soms zelfs 's nachts gemeten.

Onderzoek van glaucoom        Inleiding