Mijn voorliefde voor de Spitfire gaat terug naar mijn jeugd.
Toen ik een jaar of 17 was had mijn buurjongen, die iets ouder was, een MKII, en ik was helemaal gek van de lijnen en het prachtige geluid.

Een paar jaar later moest en zou ik er een hebben. Van mijn laatste gespaarde geld heb ik er een gekocht bij een louche handelaar in Haarlem. De auto, een MKII was 8 jaar oud en zat nieuw in de beige lak. Dat was al verdacht.

Later bleek de man zijn reputatie meer dan waar te maken, want de auto was bar slecht.
Auto's waren toen nog na een jaar of wat compleet verrot.
APK bestond nog niet dus kon een wrak ook gewoon de weg op. Kijk maar eens naar de rechterkoplamp. Die mistlampen zou ook niet mogen bij de APK, want ze zitten voor de richtingaanwijzers.
Maanden ben ik bezig geweest om het polyester te vervangen door plaatwerk.
Ik heb toen de auto met spuitbusjes in de kleur bruin gespoten, dat vond ik toen mooi.
Ook de toen populaire John Player Special strepen moesten erop.

Motorisch was het ook allemaal niet geweldig, bij het tanken, moest ook de olie bijgevuld, maar toch heb ik er een paar fijne jaren mee gehad.

Tot op een dag ik een prachtig mooie MKIV zag bij mijn garage, b.j 1972, 45000 km gelopen, rood, altijd binnen gestaan(echt), kortom een plaatje.
Dat moet in 1977 geweest zijn.

Te duur voor mij, maar als ik mijn oude spitje en mijn dagelijkse auto (Fiat 127) snel kon verkopen, wilde de garage hem wel een weekje vast houden. Het werden 2 weken, maar hij stond er nog.
Deze auto heb ik zo'n 5 jaar dagelijks bereden, totdat er een auto van de zaak kwam en mijn  dochter van 2 jaar eigenlijk niet meer achter de stoelen te proppen was.
Met bloedend hart heb ik de auto in 1982 moeten verkopen, want stilstand deed de auto meer kwaad dan goed

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en in 1994 besloot ik, in overleg met mijn echtgenote om er weer een aan te schaffen.
Het werd weer een zoektocht langs diverse on- of slecht gerestaureerde auto's waar men enorme bedragen voor durfde te vragen.
Bij een van die mensen, die wel in de gaten had dat ik zijn gatenkaas niet kocht, kreeg ik een telefoonnummer van iemand die een uit de USA geïmporteerde auto had ingeruild en niet goed wist wat hij er mee moest. Misschien wist ik dat wel.

De auto was keihard, matig gespoten (met de stofzuiger denk ik), nieuw chroom, nieuw interieur en slechte techniek.
Ideaal voor mij, want lassen kon ik nog niet, maar knutselen wel.
De motor liep wel maar daar was alles wel mee gezegd. Remmen deden niets en alle rubber bussen waren verteerd. De banden waren van het formaat van een bestelbus. Maar de prijs was redelijk, dus de deal was gauw gemaakt.
Het was gelukkig wel een MKII, want dat is toch voor mij, de auto met de mooiste lijnen en de meest klassieke uitstraling.

De auto stond zo'n 150 km verderop, dus heb ik mijn garagehouder zo gek gekregen om hem door zijn gepensioneerde vader op te laten halen, op de tandemasser, voor een kilometer vergoeding en een paar flesjes wijn.

Wat keken de buren meewarig toen de auto voor de deur aankwam, maar dat veranderde snel na de restauratie.

Er is niet zoveel bekend van de geschiedenis van mijn Spitje.

Hij kwam in februari 1966 in de USA op kenteken, maar volgens het chassisnummer moet hij de fabriek ergens in september of oktober 1965 verlaten hebben.
Het kwam wel meer voor dat auto's lang onderweg waren en maanden bij de dealer stonden.
Het kan ook weer zo'n beruchte staking van de Engelse Werknemers geweest zijn.

Ik weet dat hij van een dame in Chino, California geweest is, maar of zij de eerste eigenaar was heb ik niet kunnen achterhalen.
Daarna is de auto vermoedelijk door iemand opgeknapt en vervolgens te koop aangeboden, misschien is hij wel verkocht omdat, zoals later bleek de motor niet goed af te stellen was en er na kort accelereren mee stopte, om vervolgens met veel moeite weer te kunnen starten.
Na enige tijd zoeken, kwam ik erachter dat een opgekruld boomblaadje in de aanzuigbuis van de benzinetank zat.
Over het afstellen later meer, bij de Keuring.

De eerste winter heb ik vele uurtjes in de garage doorgebracht om de auto klaar te maken voor de kenteken keuring, waar hij overigens in een keer doorheen kwam.

De tweede winter heb ik gebruikt om de motor en de versnellingsbak helemaal uit elkaar te halen en waar nodig te reviseren.

De jaren daarna heb ik niet veel meer dan regulier onderhoud aan de auto gedaan.
Wij trekken met mooi weer er regelmatig op uit en gaan dan lekker toeren over landweggetjes en dijkjes.
De auto is niet getectyleerd dus blijft hij binnen als het weer twijfelachtig is.

Regen is sowieso funest want het linnen dakje is nog het originele, waarin alleen een nieuw stel raampjes gezet is, dus echt waterdicht kan dat niet meer zijn.
Het opzetten van het dakje is toch al een crime omdat het tentje bouwen is en niet een vouwdakje zoals bij latere bouwjaren.