| Het volgende gesprek had Lien Troost-Monshouwer met vier
cursisten uit het toenmalige tweede jaar van de cursus. Vraag: Hoe ben je ertoe
gekomen deze cursus te volgen?
Kleuterleidster: Ik ben al twintig jaar kleuterleidster op een Montessorischool.
Zelf heb ik de Vrije School gehad en mijn oudste kind wilde niet meer naar (de
Montessori)school. Zij is toen naar de Vrije School gegaan, net als mijn andere kinderen.
Ik ben deze cursus gaan doen: het is net of ik weer thuisgekomen ben. De kosten worden
trouwens vergoed door mijn werkgever.
Peuterleidster: Via de huisartsenpraktijk. Al zon twaalf jaar geleden had
ik het eerste jaar gevolgd met het idee om peuterjuf te worden. Toen kreeg ik een kind en
heb me daarop geconcentreerd. Ik ben nu alweer zeven jaar peuterleidster bij een Vrije
School en nu heb ik de gelegenheid om deze cursus echt helemaal te volgen. De cursus wordt
voor mij vergoed door het peuterbestuur.
Kinderdagverblijfleidster: Ik werk bij een regulier kinderdagverblijf. Via een
vriendin hoorde ik van deze cursus. Ik zocht verdieping en zinvolle activiteiten voor de
kinderen. Ook ik krijg de cursus helemaal vergoed - daar moest ik wel behoorlijk voor
praten met het bestuur.
Invalster antroposofisch kinderdagverblijf/oppaswerk: Ik had al wel mijn gewone
diploma, maar was nog niet in staat om te werken. Ik woon vlak bij de cursus en kreeg er
interesse in. De sociale dienst betaalt voor mij de cursus.
Vraag: Kun je wat je op deze cursus leert gebruiken in je werk?
Kleuterleidster: Niet op mijn werk, het komt niet aan bij mijn collegas.
Mijzelf spreekt de cursus enorm aan. Ik zoek werk op een Vrije School.
Peuterleidster: De cursus geeft vooral verdieping van de dingen die ik in de
groep doe. Nu weet ik beter, waarom ik de dingen doe en ga ik bewuster en geïnspireerder
met mijn werk om.
Kinderdagverblijfleidster: Het is moeilijk, om bijvoorbeeld met Jaarfeesten aan
te komen. Ik heb een Sint-Maartenfeest georganiseerd en het Kerstverhaal verteld. Maar het
jaar daarop zeiden mijn collegas: "Toch niet weer, hè? Je doet toch niet
telkens hetzelfde?" Het beklijft niet.
Invalster: Ik heb er privé veel aan. En kleine dingetjes, zoals liedjes en
gebarenspelletjes kan ik meteen toepassen.
Vraag: Beantwoordt de cursus aan het idee dat je er in het begin
van had?
Kleuterleidster: Hoewel ik zelf een Vrije-Schoolkind ben, wist ik niet dat er
zoveel achter zat. Ik begrijp mezelf veel beter. Ik wist niet dat er tijdens de cursus
zoveel met me zou gebeuren.
Peuterleidster: In het eerste jaar van de cursus merkte ik, dat ik al veel wist
- ik had immers al jaren Jaarfeesten gedaan. Nu komen er veel boeiende onderwerpen aan
bod. De groep cursisten is ook socialer geworden en er ontstaat ook telkens meer
uitwisseling.
Kinderdagverblijfleidster: In het begin wist ik nergens van. Ik had wel veel
interesse. Ik moet een bepaalde rust vinden om niet teveel ineens te willen. Ik ervaar nog
steeds een en al verwondering: Hoe krijg ik het in mijn lijf?
Invalster: Waar ik het meest aan heb, zijn de praktische dingetjes die je direct
kunt toepassen en die dan ook nog blijken te werken! Daar word ik enthousiast van.
Vraag: Wat waren de boeiendste ervaringen, de hoogtepunten en wat kwam juist
niet aan?
Kleuterleidster: Alles, elke vrijdag is weer een hoogtepunt waar ik naar
uitkijk. Euritmie, wat ik als kind vreselijk vond, vind ik nu heerlijk. Verleden jaar was
spraakvorming heel erg voor mij: het kwam niet over. Nu er een andere docente is, vond ik
het ineens heel boeiend.
Embryologie was heel interessant. Antroposofie had ik ook graag in het eerste jaar
willen hebben - ik heb er veel aan.
Kinderdagverblijfleidster: Ik zou antroposofie in het eerste jaar te veel
gevonden hebben: het kan ook afschrikken. De oefeningen die we doen zijn moeilijk.
Pedagogie is fijn, maar veel te kort. De themadaglezing met dias over de
ontwikkeling van het hele kleine kind, was voor mij een hoogtepunt.
Invalster: Pedagogie, met twee docenten die elkaar afwisselden: één voor de
kleuters, de andere meer voor de peuters. De kunstzinnige vakken zijn voor je eigen
vorming. Het is een fijne wisselwerking, anders zou het te veel hoofdwerk zijn. Poppen
maken is moeilijk, maar geweldig!
Vraag: Wat zou je willen aandragen waardoor de cursus verbeterd zou kunnen
worden?
Kleuterleidster: Langere lessen. Vooral pedagogie is veel te kort: twee uur op
zijn minst.
Peuterleidster: Dat vind ik ook.
Kinderdagverblijfleidster: Als er geen lessen zijn, zouden er misschien nieuwe
themas gehouden kunnen worden?
Invalster: Ik vind de vakanties veel te lang, dan ben ik eruit. Het is voor mij
moeilijk om de draad weer op te pakken.
NB: De cursus wordt ook gevolgd door ouders, die bewust willen omgaan met de
opvoeding van hun eigen kinderen en misschien later peuterleidsters
of gastouders
willen worden.
Onder de cursisten zijn voorts een verpleegkundige aan een consultatiebureau en een
gezinsverzorgster van de thuiszorg. De laatste vertelde me, dat ze sinds ze de cursus
volgt op een veel natuurlijkere manier haar werk doet. Daarvóór was ze vastgelopen,
omdat ze eigenlijk alleen maar methodes moest toepassen. Wat ze heel graag
voor elkaar zou willen krijgen in haar werk, is het wikkelen van huilbabys. Maar dat
lukt nog niet: het past niet in de voorschriften. |