Geschiedenis

 

B-Cursus wordt volwassen

Eerst en stukje historie: na Wereldoorlog II begon de Haagse Vrije School meteen met een lerarenopleiding.

Aangezien werken èn opleiding tegelijkertijd noodzakelijk bleek, ontstond op verschillende locaties op woensdagmiddagen de zogenaamde A-applicatiecursus voor onderbouwleraren onder auspiciën van de Vereniging voor Vrije Opvoedkunst.

In Rotterdam werd op verzoek van een aantal kleuterleidsters een opleiding gestart. Weliswaar deden de kleuterleidsters voor de kunstzinnige scholing mee met de onderbouwleraren, maar voor het pedagogische deel was er een sterke behoefte aan een eigen stuk voor het kleine kind.

In Haarlem en Amsterdam werd de vraag naar verdieping vanuit de antroposofie verzorgd. Het reizen was destijds zeer tijdrovend, daardoor ontstonden er regionaal meer opleidingen, zo ook een cursus voor bovenbouwleraren. De diverse docentengroepen van deze cursussen kwamen tot het besef, dat een en ander moest worden gecoördineerd.

Toen De Reehorst haar poorten opende voor de studenten en later het IONA-gebouw in het midden van het land èn vlak naast een station ontstond, bleek dit de ideale plek - ook nog eens midden in natuurschoon - voor opleidingen en overlegontmoetingen.

Een aantal mensen nam  het initiatief voor de B-cursus en verhuisde met deze naar Driebergen.

De woensdag werd bezet door de E-cursus voor de bovenbouw. En zo verhuisde de B-cursus naar de vrijdag. Dat was zwaar, zo aan het einde van de werkweek. Toch stroomden en stromen de mensen binnen, uit het hele land: van Maastricht tot Texel en zelfs vanuit België.

Intussen is de cursus ruim 21 jaar aan het werk en heeft de nodige metamorfosen doorgemaakt. Belangrijk was steeds de actuele behoefte.

Gedurende vele jaren was de B-cursus ondergebracht bij de Stichting Vrij Pedagogisch Centrum (VPC). Na de fusie van het VPC  met de Bond van Vrije Scholen moest er worden gekozen òf om mee op te gaan in het grote geheel òf de inmiddels verworven feitelijke zelfstandigheid om te zetten in een eigen organisatie.

Gekozen werd voor een eigen stichting. Op 9 juni 2000 zag de Stichting Rudolf Steiner Pedagogie voor het kleine kind het levenslicht.

Hiermee zijn we in het heden beland: de applicatiecursus wordt gegeven op vrijdag van 15.30 tot 20.00 uur zo’n 21 maal per jaar, 2 jaar lang, met een certificaat als afsluiting.

Door het jaar heen zijn er 3 à 4 themadagen, die openstaan voor de cursisten en introducés. Dit zijn mede "opfrisdagen" voor oud-cursisten.

Er wordt veel kunstzinnig werk verricht vanuit het antroposofisch mensbeeld.

In het tweede jaar geven de cursisten door middel van een eindwerkstuk en een presentatie blijk van wat ze zich eigen gemaakt hebben om vanuit antroposofisch verantwoorde insteek met de allerkleinsten (0 - 7 jaar) onder ons om te gaan.

Nu, anno 2003, ligt minstens even veel gewicht bij de kleuteropvoeding als bij de peuteropvang en de kinderdagopvang.

Bovendien blijken steeds meer moeders van kleine kinderen, die in de toekomst iets met de op de cursus opgedane kennis willen gaan doen, de weg naar Driebergen te vinden.

 

Wie was Rudolf Steiner?
Steiner_Portrait_smallspot[1].gif (4631 bytes) Geboren op 27 februari 1861 in Kraljevec (Oostenrijk-Hongarije). Hij bracht zijn jeugd door in Oostenrijk, sudeerde in Wenen en promoveerde tot docor in de filosofie in Rostock.

Werd uitgever van werken van Goethe en medewerker aan het Goethe-Archief te Weimar. Redakteur en schrijver in Berlijn.

Rudolf Steiner is grondvester van de antroposofisch georienteerde geesteswetenschap, die hij in tal van geschriften en voordrachten ontplooit. Is bouwer van het Goetheanum in Dornach (Zwitserland) als centrum van het antroposofisch werken en legt de grondslagen tot de vernieuwing van talrijke praktische arbeidsbereiken, zoals pedagogiek (Waldorfscholen), geneeskunde, heilpedagogiek, biologisch-dynamische landbouwmethoden, en diverse kunstzinnige gebieden als euritmie en beeldende kunsten.

Hij stierf in Dornach op 30 maart 1925.

.

Cursus Rudolf Steiner Pedagogie voor het kleine kind
Het volgende gesprek had Lien Troost-Monshouwer met vier cursisten uit het toenmalige tweede jaar van de cursus.

Vraag: Hoe ben je ertoe gekomen deze cursus te volgen?

Kleuterleidster: Ik ben al twintig jaar kleuterleidster op een Montessorischool. Zelf heb ik de Vrije School gehad en mijn oudste kind wilde niet meer naar (de Montessori)school. Zij is toen naar de Vrije School gegaan, net als mijn andere kinderen. Ik ben deze cursus gaan doen: het is net of ik weer thuisgekomen ben. De kosten worden trouwens vergoed door mijn werkgever.

Peuterleidster: Via de huisartsenpraktijk. Al zo’n twaalf jaar geleden had ik het eerste jaar gevolgd met het idee om peuterjuf te worden. Toen kreeg ik een kind en heb me daarop geconcentreerd. Ik ben nu alweer zeven jaar peuterleidster bij een Vrije School en nu heb ik de gelegenheid om deze cursus echt helemaal te volgen. De cursus wordt voor mij vergoed door het peuterbestuur.

Kinderdagverblijfleidster: Ik werk bij een regulier kinderdagverblijf. Via een vriendin hoorde ik van deze cursus. Ik zocht verdieping en zinvolle activiteiten voor de kinderen. Ook ik krijg de cursus helemaal vergoed - daar moest ik wel behoorlijk voor praten met het bestuur.

Invalster antroposofisch kinderdagverblijf/oppaswerk: Ik had al wel mijn gewone diploma, maar was nog niet in staat om te werken. Ik woon vlak bij de cursus en kreeg er interesse in. De sociale dienst betaalt voor mij de cursus.

Vraag: Kun je wat je op deze cursus leert gebruiken in je werk?

Kleuterleidster: Niet op mijn werk, het komt niet aan bij mijn collega’s. Mijzelf spreekt de cursus enorm aan. Ik zoek werk op een Vrije School.

Peuterleidster: De cursus geeft vooral verdieping van de dingen die ik in de groep doe. Nu weet ik beter, waarom ik de dingen doe en ga ik bewuster en geïnspireerder met mijn werk om.

Kinderdagverblijfleidster: Het is moeilijk, om bijvoorbeeld met Jaarfeesten aan te komen. Ik heb een Sint-Maartenfeest georganiseerd en het Kerstverhaal verteld. Maar het jaar daarop zeiden mijn collega’s: "Toch niet weer, hè? Je doet toch niet telkens hetzelfde?" Het beklijft niet.

Invalster: Ik heb er privé veel aan. En kleine dingetjes, zoals liedjes en gebarenspelletjes kan ik meteen toepassen.

Vraag: Beantwoordt de cursus aan het idee dat je er in het begin van had?

Kleuterleidster: Hoewel ik zelf een Vrije-Schoolkind ben, wist ik niet dat er zoveel achter zat. Ik begrijp mezelf veel beter. Ik wist niet dat er tijdens de cursus zoveel met me zou gebeuren.

Peuterleidster: In het eerste jaar van de cursus merkte ik, dat ik al veel wist - ik had immers al jaren Jaarfeesten gedaan. Nu komen er veel boeiende onderwerpen aan bod. De groep cursisten is ook socialer geworden en er ontstaat ook telkens meer uitwisseling.

Kinderdagverblijfleidster: In het begin wist ik nergens van. Ik had wel veel interesse. Ik moet een bepaalde rust vinden om niet teveel ineens te willen. Ik ervaar nog steeds een en al verwondering: Hoe krijg ik het in mijn lijf?

Invalster: Waar ik het meest aan heb, zijn de praktische dingetjes die je direct kunt toepassen en die dan ook nog blijken te werken! Daar word ik enthousiast van.

Vraag: Wat waren de boeiendste ervaringen, de hoogtepunten en wat kwam juist niet aan?

Kleuterleidster: Alles, elke vrijdag is weer een hoogtepunt waar ik naar uitkijk. Euritmie, wat ik als kind vreselijk vond, vind ik nu heerlijk. Verleden jaar was spraakvorming heel erg voor mij: het kwam niet over. Nu er een andere docente is, vond ik het ineens heel boeiend.

Embryologie was heel interessant. Antroposofie had ik ook graag in het eerste jaar willen hebben - ik heb er veel aan.

Kinderdagverblijfleidster: Ik zou antroposofie in het eerste jaar te veel gevonden hebben: het kan ook afschrikken. De oefeningen die we doen zijn moeilijk. Pedagogie is fijn, maar veel te kort. De themadaglezing met dia’s over de ontwikkeling van het hele kleine kind, was voor mij een hoogtepunt.

Invalster: Pedagogie, met twee docenten die elkaar afwisselden: één voor de kleuters, de andere meer voor de peuters. De kunstzinnige vakken zijn voor je eigen vorming. Het is een fijne wisselwerking, anders zou het te veel hoofdwerk zijn. Poppen maken is moeilijk, maar geweldig!

Vraag: Wat zou je willen aandragen waardoor de cursus verbeterd zou kunnen worden?

Kleuterleidster: Langere lessen. Vooral pedagogie is veel te kort: twee uur op zijn minst.

Peuterleidster: Dat vind ik ook.

Kinderdagverblijfleidster: Als er geen lessen zijn, zouden er misschien nieuwe thema’s gehouden kunnen worden?

Invalster: Ik vind de vakanties veel te lang, dan ben ik eruit. Het is voor mij moeilijk om de draad weer op te pakken.

NB: De cursus wordt ook gevolgd door ouders, die bewust willen omgaan met de opvoeding van hun eigen kinderen en misschien later peuterleidsters of gastouders willen worden.

Onder de cursisten zijn voorts een verpleegkundige aan een consultatiebureau en een gezinsverzorgster van de thuiszorg. De laatste vertelde me, dat ze sinds ze de cursus volgt op een veel natuurlijkere manier haar werk doet. Daarvóór was ze vastgelopen, omdat ze eigenlijk alleen maar ‘methodes’ moest toepassen. Wat ze heel graag voor elkaar zou willen krijgen in haar werk, is het wikkelen van huilbaby’s. Maar dat lukt nog niet: het past niet in de voorschriften.

Uit de Rondbrief voor leid(st)ers van kinderen tot 7 jaar, Lente 2000