|
Home | Kano's | Links |Finland | Svartalf ||
Het begon allemaal met een geintje. Ik was
een model van een stoomschip aan het bouwen toen mijn zus zij man het
lijkt wel een kano. Toen ik dan een tekening in handen kreeg van een
Canadees ben ik er serieus mee aan de gang gegaan. De Canadese kano
waar het hier over gaat is nu inmiddels zeventien jaar oud en twee
jaar geleden helemaal uit elkaar gehaald en opnieuw opgebouwd.
De
tekening die ik kreeg was er een van Eduard & Co Krommewaal 27
Amsterdam waarschijnlijk uit de jaren 40. De maten van de boot zijn
vijf meter dertig lang, negentig centimeter breed, en in het midden
vijfendertig centimeter hoog. Ik ben toen met de tekening naar een
scheepstimmerman (Firma Ankersmit in Doesburg. Bestaat helaas niet
meer)gegaan en samen hebben we hout uitgezocht.
Het
moest licht van kleur worden en het moest sterk zijn en recht van
draad. We kwamen toen uit op Oregonpine. Hij heeft toen bij een
leverancier van hem een aantal balken uitgezocht en in planken laten
zagen. Zelf heeft hij er toen latten van gezaagd van zes meter lang
twee centimeter breed en een centimeter dik. We hadden uitgerekend
dat ongeveer zestig van deze laten nodig waren. Intussen had ik een
locatie gevonden waar ik de kano kon bouwen. De spanten heb ik
gemaakt van tien millimeter multiplex. De kiel heb ik toen gemaakt
van een soort hardhout van plankjes vier meter lang vijf centimeter
breed en vijf millimeter dik. Ik heb een mal gemaakt van de ronding
van de steven en heb toen een aantal van die latjes op elkaar
gelijmd. Dit was niet zo gemakkelijk. De latten braken onder het
buigen af. Toen geprobeerd om de latten nat te maken en dan te buigen
dit was ook geen succes. Ik ben toen naar de bibliotheek gegaan en
een paar boeken gehaald over botenbouw.
In een boek over het bouwen van boeiers stond dat de planken aan een
kant werden verwarmd met een brander. Dat ben ik toen gaan proberen
en na een aantal verbrande planken lukte het. Twee kieltjes werden
gemaakt en op de spanten geplaatst.
De
spanten heb ik op de vloer gezet en met panlatjes uitgelijnd zodat
het geheel van de grond kwam en ik er goed bij kon. Nadat de kiel
geplaatst was kon ik beginnen met het aanbrengen van de huid planken.
De eerste plankjes gingen gemakkelijk maar toen kwam ik er achter dat
ik de latjes moest aanpassen aan de spanten en soms moest er een
schuine kant aan geschaafd worden. Het is natuurlijk zo dat het
middelste spant veel groter is dan spant een en negen. Het verschil
is namelijk vijfentwintig centimeter dat betekent dus dertien
plankjes verschil. en ik wilde niet ergens korte plankjes tussen
plaatsen. Het was een behoorlijk karwei voor iemand die niks van
houtbewerki
ng
afwist. Maar al doende leert men en het begon steeds beter te gaan.
De lijm die ik gebruikte was Risorzino van Bizon. Erg goede lijm maar
de verwerkings tijd was maar kort je kon maar een plankje per keer
lijmen. Ook de kleur van de lijm was niet zo prettig donkerrood
vandaar al die nare vlekken op het hout op de foto's. Ik gebruikte
koperen draadnagels voor het aan elkaar en op de spant vastzetten. Na
heel wat maanden bouwen was de romp zo goed als af alleen in de voor
en achterpunt kwam ik niet goed uit met de latjes. Zoals op de foto
hiernaast is te zien. Hier heb ik een aantal vullatten ingezet die je
later bijna niet meer kon zien. Eindelijk was de romp dus klaar. Ik
was eigenlijk wel heel nieuwsgierig hoe hij er uit zou zien als ik
hem zou omdraaien en met z'n tweeën hebben we hem toen om
gedraaid.
Toen
kwam natuurlijk het schoonmaken van de romp. Eerst met de
vlakschuurmachine maar dat duurde wel heel erg lang. Met de schaaf
ging het al een stuk beter maar door de ronding van de romp kon je
niet overal goed bijkomen. Ik heb toen een Davidsschaafje gekocht die
zijn zo klein dat ze in je hand passen en zodoende kon ik overal mooi
schaven dit was dan de buiten kant. De binnen kant was nog wel een
beetje moeilijker de vlakke stukken heb ik met de Davidsschaaf gedaan
de holle stukken met de verfkrabber.
De
spanten moesten er natuurlijk uit maar ik wou niet alle spanten eruit
halen want ik was bank dat de boot in elkaar zou klappen. Ik besloot
om steeds twee spanten te verwijderen dit stuk schoon te maken en dan
de spanten weer terug te zetten. Toen had ik dus een kano die van
binnen en van buiten schoon en glad was. De hulp spanten moesten er
toen uit en de mahonie spanten moesten erin. De mahonie latten had ik
laten zagen die waren twee meter lang drie centimeter breed en vijf
millimeter dik. Mahonie is niet te buigen als het droog is ik heb
toen alle latten in een bak water gezet en die een paar dagen laten
liggen. Na een paar dagen geprobeerd om mahonie spanten er in te
zetten maar al waren ze drijf nat ze braken gewoon af de bocht was te
klein. Eerst maar weer eens naar de bibliotheek gegaan om een boek te
halen over verwerken van hout. Een boek gevonden waar beschreven werd
hoe een zestienkwadraat zeilboot werd gemaakt. Hier stond in dat ze
mahonie houten spantjes gebruikten. Maar hoe ze die er inkregen stond
er niet bij ik heb toen de werf gebeld waar de boten werden gebouwd.
De werf eigenaar vertelde dat ze de mahonie spanten in een stoombak
legden en dan wanneer ze heet waren in de boot spanden. Het volgende
probleem was natuurlijk een stoombak hoe kom je aan zo'n ding en wat
kost dat wel niet. Eerst maar eens naar de scheepstimmerman gegaan om
het probleem te bespreken. De oplossing was eigenlijk niet zo
moeilijk je neemt een stalen pijp van tweeën een halve meter met
een doorsnee van tien centimeter je zet hem onder een hoek met
onderaan een gas brander je vult de pijp met water doet er een paar
spanten in en dan maar wachten tot de boel aan de kook komt. Ik kan
je wel vertellen dat het behoorlijk lang duurt en je moet het ook
behoorlijk lang laten doorkoken om een goed resultaat te krijgen. Ik
heb toen de pijp met glaswol bekleed en toen ging het een stuk
sneller.
totaal
moesten er vijfenveertig spanten geplaatst worden. Ik kon maar drie
of vier spanten op een dag plaatsen want ik moest ze ook meteen vast
lijmen. Het duurde bijna drie weken voor ik de spanten op de plaats
had. In het middenstuk kwamen de spanten op vijfentwintig centimeter
van elkaar te liggen. Op de plekken waar je zat of aanboord stapte
lagen de spanten tien centimeter uit elkaar. Nu moest er nog een rand
opgezet worden deze werd ook van mahonie gemaakt. De voor en achter
dekjes werden van Oregonpine gemaakt. De heleboel moest toen nog in
de lak worden gezet. Op de buiten kant werden zeven lagen harde boten
lak gezet en aan de binnen kant vijf lagen hardelak gezet. De
stoeltjes moesten een beetje makkelijk zitten en werden dus niet van
houd gemaakt. Ik heb een houten frame gemaakt en daar heb ik
kunststof banden in gemaakt die steeds worden gekruist en dat zit na
zeventien jaar nog steeds goed. Om te kunnen varen heb je natuurlijk
peddels nodig en om dat ik alles zelf had gemaakt heb ik dat met de
peddels ook gedaan. De peddels zijn gemaakt van Oregonpine en met de
hand in model gebracht. Ze wegen ongeveer negen honderd gram per stuk
ik heb er totaal drie gemaakt die nu nog steeds gebruikt worden.
Eindelijk was dan het ogenblik gekomen van de tewaterlating. Met een
aantal mensen hebben we toen de boot te water gelaten en heb ik een
proefvaart gemaakt. Nou ik sloeg niet om en lek was de boot ook niet.
We hebben die dag met zes man in de boot gezeten en alles ging goed.
Het totale gewicht van de boot was ongeveer veertig kilo. Maar na een
paar dagen varen was het gewicht opgelopen naar vijftig kilo. Niet
iets waar je zo mee weg loopt. De eerste tocht heb ik gemaakt in
Friesland met het Canadees treffen. Zie foto hieronder met de hond
ervoor.
Na een aantal jaren kwamen er steeds meer
naden in de boot want een houten boot werkt nou eenmaal als hij in
het water ligt hoe goed je hem ook lakt. Na vijftien jaar was ik het
geschuurd en gelak meer dan zat. Ik had in Zweden een kano bouwer
ontmoet die houten Canadezen maakte van vijf meter met een gewicht
van vijfentwintig kilo. Ik ben bij hem gaan kijken hoe hij zijn boten
bouwt. Zijn boten worden gebouwd van speciaal grenen van zes
millimeter dik met daarop een laag glasvezel met epoxy. Nou dat was
natuurlijk de manier nooit meer naden en altijd een lichte boot. Ik
had inmiddels een stuk bij mijn garage aangebouwd speciaal voor mijn
hobby. Nu kon ik mijn kano dus gaan bewerken. Alle laklagen moesten
er af zowel van binnen als van buiten. De spanten van mahonie moesten
eruit gehaald worden en zouden er ook niet meer inkomen. Ik heb
opnieuw hulpspanten gemaakt en de boot daarop gemonteerd en ben toen
de hele buiten kant gaan schaven. Toen de boot geheel kaal en vlak
was ben ik met de decoupeerzaag door alle losse naden gegaan. Op een
gegeven moment had ik aan een kant wel vijftien losse planken en
bijna losse planken. Toen dacht ik wel o jee hoe krijg ik dat in
vredesnaam ooit weer in elkaar. Maar door dat het hout al vijftien
jaar in de vorm had gestaan ging het toch makkelijker dan ik had
gedacht. Ik was in Februari begonnen en het moest klaar zijn in Juni.
Na drie maanden was ik zover dat de glas epoxy er op kon. Binnen een
week had ik dat voor elkaar en kon de boot van de hulpspanten af en
kon ik aan de binnenkant beginnen. De hele binnen kant moest worden
schoongekrabd met de verfkrabber want schaven ging niet doordat er
epoxy naar binnen was gelopen. En epoxy is zo ontzettend hard dat je
het wel kunt weg krabben maar niet kunt schaven. Half Juni kon ik de
binnenkant gaan bekleden en daarna konden de dekjes en de buiten rand
er op. Het was inmiddels een week voor de vakantie en ik kon er weer
mee varen. De boot was nog wel niet afgelakt maar dat kon wel na de
vakantie. De kano was wel een hel stuk lichter geworden ik had totaal
achttien kilo aan hout, lak en schroeven van de boot gehaald. de glas
epoxy laag woog zeven kilo dus de boot was elf kilo lichter geworden
en wonder boven wonder de boot was ook nog recht. Ik hoop nog vele
jaren met deze boot te varen. Ik ben ondertussen wel met een nieuwe
boot bezig maar daar over komt weer een andere pagina.
|TOP
Gemaakt
met kladblok door H Doornbos Bijgewerkt op 13 april 2002.