|

| |
NSB–graf
in afwachting op ‘eervolle’ bijzetting?
| Op de grens van de Veluwe en
Gelderse Vallei ligt het mooie dorpje Lunteren. Dit dorpje maakt deel uit van de
Gemeente Ede en telt ongeveer 12.000 inwoners.
In de omgeving van Lunteren kun je nog volop van de stilte en rust
genieten. Je vindt er bossen, heidevelden, zandverstuivingen en
aan de andere kant van Lunteren de akkers en weidevelden van de Gelderse
Vallei. Je kunt er fijn wonen, werken en naar hartelust recreëren.
In Lunteren ligt ook, zeer precies uitgerekend door vele deskundigen op
dat gebied, het middelpunt van Nederland. Dit middelpunt wordt –
voor de Lunteranen nog steeds –
aangeduid door een zware kei midden op de Lindenboomsberg.
Deze inleiding
laat niets aan het toeval over dat wij hier met een typisch rustiek en
provinciaals dorpje te maken hebben. Echter de geschiedenis van Lunteren
en haar omgeving doet sterk afbreuk aan deze gedachtegang. Indien de tijd
zo’n 59- 68 jaar wordt teruggedraaid, som ik enkele wetenswaardige
gebeurtenissen op, t.w. talloze verzetsdaden, NSB–Hagespraken,
Kameraadschaps- en landdagen, vooraanstaande NSB-ers woonachtig in
Lunteren, Reichsführer H.Himmler op bezoek in Lunteren,
NSB-vormingstehuis ‘De Scheeleberg’, een niet-uitgevoerde bombardement
door de geallieerden op de NSB landdag van 1942, stationering bataljon van
de Landwacht op de Goudsberg, de moord op landwachter Martinus Servaas
Jansens op 2 september 1944, Pegasustocht van ondergedoken Britse para’s
(na de Slag om Arnhem) vanuit Lunteren naar de Rijn in oktober 1944 en tot
slotte de NSB-graven in Lunteren.
In de afgelopen
decennia is de instandhouding van deze NSB-graven voer geweest voor menig
politici, zowel landelijk als lokaal. Dan nog niet gesproken over alle
instanties – zoals De Terebinth – die daar weer een eigen mening over
hebben. Feit is dat deze graven in den lande liggen en nog steeds veel
stof doen opwaaien. Voor zover ik weet zijn er in Nederland zo’n 8
NSB-graven gedolven. Het is echter goed mogelijk dat het aantal hoger
ligt. Voor nadere informatie hieromtrent verwijs ik
naar een andere
site, welke uitvoerig gewijd is aan deze graven in Nederland. |
|
|

|
De
Algemene Begraafplaats te Lunteren
De
Algemene Begraafplaats Lunteren is gelegen – hoe kan het ook bijna
anders – aan de Kerkhoflaan. Dit kerkhof is keurig verzorgd, de graven
liggen er – op een paar uitzonderingen na – netjes bij. De meeste
grafteksten verwijzen naar een bijbeltekst, psalm of gedicht. Op één
graf staat de tekst:”Dat zijn daden niet voor niets zijn geweest”,
refererend aan de verzetsdaden van de overledene.
Op nog geen steenworp afstand van dit graf liggen twee – op het
eerste oog – simpele grote zwerfkeien. Staande voor deze graven lees ik
de hierin gebeitelde namen van E.J. Roskam H.zn en H. Reydon, alsmede die
van hun wederhelften.
Evert
Jan Roskam (Lunteraan, oud-boerenleider en partij-ideoloog van de NSB) en
mr. Hermannus
Reydon (secretaris-generaal
van
het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten) liggen gebroederlijk naast elkaar
begraven. Mijn oog ‘valt’ op de runentekens die boven de namen zijn
uitgehouwen. Op Reydon’s graf prijkt een omgekeerde ‘eolh-rune’ en
op die van Roskam een ‘Odal-rune’.
Het
graf van Cornelis Van Geelkerken (plaatsvervangend leider der NSB,
hoofdstormer, inspecteur-generaal van de Landwacht) is – ten opzichte
van zijn voormalige geestverwanten – van traditioneel makelij. Dit
overeenkomstig aan zijn naoorlogse levensvisie, alwaar hij afstand had
genomen van zijn NSB-verleden en ideeën van weleer. Laatstgenoemd graf
was voor mij – destijds – ietwat lastiger te vinden. Er
moest zelfs iemand aan de pas komen die mij naar de juiste ligging van dit
onopvallende graf wees.
|
| Foto: Graf E.J.
Roskam H.zn en zijn vrouw. |
|
|
Van Geelkerken ligt samen met zijn vrouw begraven,
direct naast het graf van zijn zwager en neef Eschauzier.
Van
Geelkerken stierf hij op 29 maart 1976, vlak voordat hij en zijn vrouw
naar Duitsland zouden gaan emigreren. Ik was toen zes jaar oud en woonde
met mijn familie, in de buurt van het kerkhof. Echter niets herinnerde mij
aan deze uitvaart, mede omdat ik als kind gewend was aan de frequente gang
van rouwenden naar de laatste rustplaats van hun overledenen. Toch was er
bij de uitvaart van Kees (Cornelis) van Geelkerken het een drukte van
jewelste. Naar verluidt kwamen zo’n 600 mensen hem de laatste eer
brengen, een indrukwekende opkomst voor een man die zijn NSB-verleden had
afgezworen. Het schijnt dat deze begrafenis is uitgelopen op een
nationaal-socialistisch reünie – gelet op het aantal auto’s met Duits
kenteken – die buiten het kerkhof geparkeerd stonden.
|
Foto: Graf C. van Geelkerken en zijn vrouw. |
|
|
|
De
begrafenis van oud-boerenleider en partij-ideoloog Roskam
vond plaats op 4 oktober 1974. Omdat Roskam na de oorlog –
tot
aan zijn dood toe – als een van de weinigen vasthield aan de ideologie, vond hij
in de 'zwarte weduwe' Rost van Tonningen-Heubel een trawant. Zijn
uitvaart stond dan ook gedeeltelijk in het teken van zijn overtuiging.
Roskam wilde een terugkeer naar de oorspronkelijke Germaanse cultuur. Als
fervent aanhanger van de bloed- en bodem theorie was Roskam gefascineerd
door de oude runentekens. Dit wordt onderbouwd door het feit dat – op
zijn wens – hij begraven is naast Reydon en zijn graf dezelfde
uitvoering en opzet kent als die van zijn vermoorde kompaan, met
runenteken incluis.
|
| Ten
slotte kom ik aan bij het laatste graf – welke het eerste van alle drie
was gedolven – die van Reydon en zijn vrouw. Of het opzet is of niet, de
steen is door een tactisch geplaatste conifeer geheel aan het zicht
onttrokken.
Hermannus
Reydon maakte tot zijn dood deel uit van Anton Mussert’s schaduwkabinet.Reydon
was minister van voorlichting, de Nederlandse equivalent van Goebbels.Op
zondag 7 februari 1943 werd op dit echtpaar een aanslag gepleegd door
Gerrit Kastein, lid van de Amsterdamse verzetgroep CS-6.
Reydon’s
vrouw overleed per plekke en Reydon zelf stierf in augustus 1943, |
 |
|
Foto: Graf H. Reydon
en zijn vrouw W.A. Reydon-Haak Steenhart
|
| alsnog
aan
de gevolgen van deze aanslag. Dit graf is voor mij persoonlijk het meest
intrigeerde graf van de drie in Lunteren begraven NSB-kopstukken. Voor
zover mijn informatie strekt, kwam Reydon en zijn vrouw uit Den Haag of
omgeving. Was hij kringleider geweest in Amsterdam, redacteur van zowel
‘Volk en Vaderland’ als ‘De Wolfsangel’. En tot aan zijn dood secretaris-generaal van het DVK, werkzaam en woonachtig
in het Westen van Nederland. |
|
Waarom
dan begraven in Lunteren?
Tja, lange tijd was dit voor mij een
vraag. Enige connectie tussen dit graf en Lunteren ontging mij volledig.
Totdat ik vorig jaar het boek van Jan Meyers – “Mussert, een politiek
leven”, in een adem had uitgelezen. Toen viel bij mij een kwartje
(nu euroduppie). Niet het kwartje, maar een kwartje.
Hier mijn theorie. Zoals
bekend, maak ik studie naar de NSB-hagespraken. Nu hadden Mussert en zijn
architect Mart. Jansen wilde plannen met de terreinen op de Goudsberg
(Lunteren), destijds in bezit van de Beweging. Vele bouwplannen vloeiden
rijkelijk uit de pen van de NSB-architect, echter weinig werd
daadwerkelijk uitgevoerd. Gebrek aan financiën nekte de Beweging in haar
geldingsdrang tot realisatie van deze plannen. Naast deze plannen bestond
het idee – van Mussert zelf – om een mausoleum op te richten op dit
terrein. Hier zouden gevallen kameraden – als Peter Ton en Hendrik Koot
– worden bijgezet in een ereplaats voor de ‘grote’ doden van de
Beweging. In afwachting tot realisatie van dit idee zou – volgens mijn
theorie – hebben geleid tot het in Lunteren begraven van Reydon en zijn
vrouw. Want Lunteren werd voor de NSB ook wel als een soort heilige plaats
beschouwd vanwege de Hagespraken.En perslot van rekening waren zij net als
Ton en Koot ‘gevallen’ voor het Vaderland.
Als
dit de ware reden is geweest van Reydon’s teraardebestelling, mag de
gemeente Ede nog van enig ‘geluk’ spreken dat van realisatie van een
mausoleum niets terecht is gekomen. De commotie over een
NSB-bedevaartplaats was dan niet te overzien geweest. Feit is en blijft
dat deze graven deel uitmaken van – de
mindere periode uit – onze
vaderlandse geschiedenis, doch uit hoofde hiervan bewaard dienen te
blijven. Alleen zodoende blijft deze geschiedenis voor de naoorlogse
generatie tastbaar. Want zoals iemand al eens hierover heeft gezegd; Concentratiekampen
worden toch ook niet afgebroken. Indien dit zou gebeuren, breekt men
dan niet alleen – de
nog aanwezige overblijfselen van – onze
geschiedenis af, maar tevens het lerend effect die deze overblijfselen met
zich meedragen.
M.K.-
2004
[Naar
boven]
|
|