NSB-graven Lunteren

Rondom Lunteren Goudsberg 2004 De muur van Mussert NSB-graven Lunteren N.S.B. stempel

 

Home Omhoog


NSB–graf in afwachting op ‘eervolle’ bijzetting? 

Op de grens van de Veluwe en Gelderse Vallei ligt het mooie dorpje Lunteren. Dit dorpje maakt deel uit van de Gemeente Ede en telt ongeveer 12.000 inwoners. In de omgeving van Lunteren kun je nog volop van de stilte en rust genieten. Je vindt er bossen, heidevelden, zandverstuivingen en aan de andere kant van Lunteren de akkers en weidevelden van de Gelderse Vallei. Je kunt er fijn wonen, werken en naar hartelust recreëren. In Lunteren ligt ook, zeer precies uitgerekend door vele deskundigen op dat gebied, het middelpunt van Nederland. Dit middelpunt wordt voor de Lunteranen nog steeds aangeduid door een zware kei midden op de Lindenboomsberg.

Deze inleiding laat niets aan het toeval over dat wij hier met een typisch rustiek en provinciaals dorpje te maken hebben. Echter de geschiedenis van Lunteren en haar omgeving doet sterk afbreuk aan deze gedachtegang. Indien de tijd zo’n 59- 68 jaar wordt teruggedraaid, som ik enkele wetenswaardige gebeurtenissen op, t.w. talloze verzetsdaden, NSB–Hagespraken, Kameraadschaps- en landdagen, vooraanstaande NSB-ers woonachtig in Lunteren, Reichsführer H.Himmler op bezoek in Lunteren, NSB-vormingstehuis ‘De Scheeleberg’, een niet-uitgevoerde bombardement door de geallieerden op de NSB landdag van 1942, stationering bataljon van de Landwacht op de Goudsberg, de moord op landwachter Martinus Servaas Jansens op 2 september 1944, Pegasustocht van ondergedoken Britse para’s (na de Slag om Arnhem) vanuit Lunteren naar de Rijn in oktober 1944 en tot slotte de NSB-graven in Lunteren.

In de afgelopen decennia is de instandhouding van deze NSB-graven voer geweest voor menig politici, zowel landelijk als lokaal. Dan nog niet gesproken over alle instanties – zoals De Terebinth – die daar weer een eigen mening over hebben. Feit is dat deze graven in den lande liggen en nog steeds veel stof doen opwaaien. Voor zover ik weet zijn er in Nederland zo’n 8 NSB-graven gedolven. Het is echter goed mogelijk dat het aantal hoger ligt. Voor nadere informatie hieromtrent verwijs ik  naar een andere site, welke uitvoerig gewijd is aan deze graven in Nederland. 

De Algemene Begraafplaats te Lunteren

De Algemene Begraafplaats Lunteren is gelegen – hoe kan het ook bijna anders – aan de Kerkhoflaan. Dit kerkhof is keurig verzorgd, de graven liggen er – op een paar uitzonderingen na – netjes bij. De meeste grafteksten verwijzen naar een bijbeltekst, psalm of gedicht. Op één graf staat de tekst:”Dat zijn daden niet voor niets zijn geweest”, refererend aan de verzetsdaden van de overledene.  Op nog geen steenworp afstand van dit graf liggen twee – op het eerste oog – simpele grote zwerfkeien. Staande voor deze graven lees ik de hierin gebeitelde namen van E.J. Roskam H.zn en H. Reydon, alsmede die van hun wederhelften. 

Evert Jan Roskam (Lunteraan, oud-boerenleider en partij-ideoloog van de NSB) en mr. Hermannus Reydon (secretaris-generaal van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten) liggen gebroederlijk naast elkaar begraven. Mijn oog ‘valt’ op de runentekens die boven de namen zijn uitgehouwen. Op Reydon’s graf prijkt een omgekeerde ‘eolh-rune’ en op die van Roskam een ‘Odal-rune’. 

Het graf van Cornelis Van Geelkerken (plaatsvervangend leider der NSB, hoofdstormer, inspecteur-generaal van de Landwacht) is – ten opzichte van zijn voormalige geestverwanten – van traditioneel makelij. Dit overeenkomstig aan zijn naoorlogse levensvisie, alwaar hij afstand had genomen van zijn NSB-verleden en ideeën van weleer. Laatstgenoemd graf was voor mij – destijds – ietwat lastiger te vinden. Er moest zelfs iemand aan de pas komen die mij naar de juiste ligging van dit onopvallende graf wees. 

Foto: Graf E.J. Roskam H.zn en zijn vrouw.

Van Geelkerken ligt samen met zijn vrouw begraven, direct naast het graf van zijn zwager en neef Eschauzier. 

Van Geelkerken stierf hij op 29 maart 1976, vlak voordat hij en zijn vrouw naar Duitsland zouden gaan emigreren. Ik was toen zes jaar oud en woonde met mijn familie, in de buurt van het kerkhof. Echter niets herinnerde mij aan deze uitvaart, mede omdat ik als kind gewend was aan de frequente gang van rouwenden naar de laatste rustplaats van hun overledenen. Toch was er bij de uitvaart van Kees (Cornelis) van Geelkerken het een drukte van jewelste. Naar verluidt kwamen zo’n 600 mensen hem de laatste eer brengen, een indrukwekende opkomst voor een man die zijn NSB-verleden had afgezworen. Het schijnt dat deze begrafenis is uitgelopen op een nationaal-socialistisch reünie – gelet op het aantal auto’s met Duits kenteken – die buiten het kerkhof geparkeerd stonden.  

Foto: Graf C. van Geelkerken en zijn vrouw.

De begrafenis van oud-boerenleider en partij-ideoloog Roskam vond plaats op 4 oktober 1974. Omdat Roskam na de oorlog tot aan zijn dood toe – als een van de weinigen vasthield aan de ideologie, vond hij in de 'zwarte weduwe' Rost van Tonningen-Heubel een trawant. Zijn uitvaart stond dan ook gedeeltelijk in het teken van zijn overtuiging. Roskam wilde een terugkeer naar de oorspronkelijke Germaanse cultuur. Als fervent aanhanger van de bloed- en bodem theorie was Roskam gefascineerd door de oude runentekens. Dit wordt onderbouwd door het feit dat – op zijn wens – hij begraven is naast Reydon en zijn graf dezelfde uitvoering en opzet kent als die van zijn vermoorde kompaan, met runenteken incluis.

Ten slotte kom ik aan bij het laatste graf – welke het eerste van alle drie was gedolven – die van Reydon en zijn vrouw. Of het opzet is of niet, de steen is door een tactisch geplaatste conifeer geheel aan het zicht onttrokken.

Hermannus Reydon maakte tot zijn dood deel uit van Anton Mussert’s schaduwkabinet.Reydon was minister van voorlichting, de Nederlandse equivalent van Goebbels.Op zondag 7 februari 1943 werd op dit echtpaar een aanslag gepleegd door Gerrit Kastein, lid van de Amsterdamse verzetgroep CS-6. 

Reydon’s vrouw overleed per plekke en Reydon zelf stierf in augustus 1943, 

Foto: Graf H. Reydon en zijn vrouw W.A. Reydon-Haak Steenhart

alsnog aan de gevolgen van deze aanslag. Dit graf is voor mij persoonlijk het meest intrigeerde graf van de drie in Lunteren begraven NSB-kopstukken. Voor zover mijn informatie strekt, kwam Reydon en zijn vrouw uit Den Haag of omgeving. Was hij kringleider geweest in Amsterdam, redacteur van zowel ‘Volk en Vaderland’ als ‘De Wolfsangel’. En tot aan zijn dood secretaris-generaal van het DVK, werkzaam en woonachtig in het Westen van Nederland.  

Waarom dan begraven in Lunteren?

Tja, lange tijd was dit voor mij een vraag. Enige connectie tussen dit graf en Lunteren ontging mij volledig. Totdat ik vorig jaar het boek van Jan Meyers – “Mussert, een politiek leven”, in een adem had uitgelezen. Toen viel bij mij een kwartje (nu euroduppie). Niet het kwartje, maar een kwartje.

Hier mijn theorie. Zoals bekend, maak ik studie naar de NSB-hagespraken. Nu hadden Mussert en zijn architect Mart. Jansen wilde plannen met de terreinen op de Goudsberg (Lunteren), destijds in bezit van de Beweging. Vele bouwplannen vloeiden rijkelijk uit de pen van de NSB-architect, echter weinig werd daadwerkelijk uitgevoerd. Gebrek aan financiën nekte de Beweging in haar geldingsdrang tot realisatie van deze plannen. Naast deze plannen bestond het idee – van Mussert zelf – om een mausoleum op te richten op dit terrein. Hier zouden gevallen kameraden – als Peter Ton en Hendrik Koot – worden bijgezet in een ereplaats voor de ‘grote’ doden van de Beweging. In afwachting tot realisatie van dit idee zou – volgens mijn theorie – hebben geleid tot het in Lunteren begraven van Reydon en zijn vrouw. Want Lunteren werd voor de NSB ook wel als een soort heilige plaats beschouwd vanwege de Hagespraken.En perslot van rekening waren zij net als Ton en Koot ‘gevallen’ voor het Vaderland.

Als dit de ware reden is geweest van Reydon’s teraardebestelling, mag de gemeente Ede nog van enig ‘geluk’ spreken dat van realisatie van een mausoleum niets terecht is gekomen. De commotie over een NSB-bedevaartplaats was dan niet te overzien geweest. Feit is en blijft dat deze graven deel uitmaken van de mindere periode uit onze vaderlandse geschiedenis, doch uit hoofde hiervan bewaard dienen te blijven. Alleen zodoende blijft deze geschiedenis voor de naoorlogse generatie tastbaar. Want zoals iemand al eens hierover heeft gezegd; Concentratiekampen worden toch ook niet afgebroken. Indien dit zou gebeuren, breekt men dan niet alleen de nog aanwezige overblijfselen van onze geschiedenis af, maar tevens het lerend effect die deze overblijfselen met zich meedragen.

M.K.- 2004  

[Naar boven]