|

| |
N.S.B.
liederen
|
Boerenstrijdlied
Het
boerenvolk zal opmarcheeren,
Heija-heija-heija-ho!
Geen
knechtenstaat zal ons regeeren,
Heija-heija-ho!
De
boerenvaandels trekken voort,
De
zwarte vaandels van boeren in nood!
Wie
heeft den boerenkreet gehoord?
Zij
strijden voor vrijheid en brood!
Met
slaande trommen en banieren,
Heija-heija-heija-ho!
Zal
’t boerenvolk eens zegevieren,
Heija-heija-ho!
De
boerenvaandels trekken voort,
De
zwarte vaandels van boeren in nood!
Wie
heeft den boerenkreet gehoord?
Zij strijden
voor vrijheid en brood!
|
Blijf een mijn Vaderland!
J.
van Helden
Nic. Beets
Blijf
één, blijf één, mijn Vaderland!
Blijf
één en ongeschonden.
Geen
Staatspartij, geen godsdiensttwist
Verscheure,
door geweld of list,
Wat
God heeft saamverbonden.
Blijf
één, blijf één, mijn Vaderland!
Laat
niets die kracht U rooven.
Schraag,
als een eenig man den troon,
En
meng geen wanklank in de toon
Van
’t oud
,,Oranje boven.”
Blijf
één, blijf één, mijn Vaderland!
Laat
niet die deugd verflauwen.
Wroet
in geen eigen ingewand.
En,
Leeuw van Nederland! Toon geen tand
Dan
tegen vreemde klauwen.
|
Foto: Melchert
Schuurman Jr. |
|
|
|
|
Een
lied van Nederland
(Uit:
Kun je nog zingen, zing dan mee)
Alle
man van Neerlands stam
Voelen
zich der Vaad’ren zonen,
Willen
vrij op ’t plekje wonen,
Dat
hun tot een erfdeel kwam.
Eigen
meester, niemands knecht,
Recht en slecht,
Stalen
vuist en rappe hand,
Zoo
is ’t volk van Nederland!
Toen,
gezengd door oorlogsvlam,
’t
Vaderland was in gevaren,
Vochten
wij wel tachtig jaren,
Tot
er heerlijk’ uitkomst kwam;
Offerden
met mannenmoed
Goed en bloed,
Tot
het klonk langs beemd en strand:
,,Vrij
is ’t volk van Nederland!”
Zoo
zal ’t zijn door d’eeuwen heen,
Vrije
Friezen, ronde Zeeuwen,
Gelres
helden, Hollands leeuwen,
Eén
voor allen, allen één!
Aan
Wilhelmus van Nassouw
Hou en trouw,
Blijft
ons aller hart verpand
Aan
ons dierbaar Nederland!
|
Wij
willen Holland houden
(Uit:
Kun je nog zingen, zing dan mee)
Wij
willen Holland houen,
Ons
Holland, fier maar klein!
Wij
blijven ’t hou en trouwe,
Wat
ook zijn lot moog’ zijn!
En
wie ons denkt te dreigen
En
denkt te nemen ooit,
Hij
zal ons land niet krijgen,
Wij
geven Holland nooit! (bis)
En
vast aan onze zijde
Zal
Hooland’s Leeuw daar staan;
Die
zal het nimmer lijden,
Dat
Holland zal vergaan.
Zoolang
de leeuw zal dragen
Zijn
zwaard en zijne kroon,
Zal
hij ons land ook schragen
En
staan naast volk en troon! (bis)
Ons
Holland zal niet vallen,
Zal
nimmermeer vergaan;
De
Leeuw staat met ons allen,
Zal
met ons blijven staan!
De
Leeuw zal Holland houen,
Zijn
zwaard en zijne kroon,
En
tot den dood getrouwe
Bewaken
volk en troon! (bis)
|
|
|
|
|
|
Een
is ’t Volk van Nederland
Frederik
Crisoffel
Eén
is ’t volk van Nederland.
Wie
daar wroet in donk’re mijn,
Wie
daar woont langs Maas en Rijn,
Aan
de kust, in ’t nijver Twent,
Fries
en Groninger en Drent.
Hooggeplaatsten,
kleine luiden,
Uit
het Noorden, uit het Zuiden;
Eén
is ’t volk van Nederland.
Eén
is ’t volk van Nederland.
Hier
zaagt g’allen ’t levenslicht,
Hier
is ’t waar g’uw taak verricht,
Samen
hebt ge één verleên,
Naar
één toekomst spoedt ge heen.
Eén
zijt gij in vreugd en leed.
En
zoudt g’ elkanders vijand heeten;
Eén
is ’t volk van Nederland.
Eén
is ’t volk van Nederland.
Wee
hem, die verdeeldheid zaait
En
met valsche leuzen paait;
Die
verblind door eigen waan
Aanzet
tot verkeerde daân.
Wie
het heiligst aan durft randen
Wacht
de straf uit onze handen;
Eén
is ’t volk van Nederland.
|
Een
liedje van de zee
(Uit: Kun je nog zingen, zing dan mee)
Wie
gaat mee, gaat mee over zee?
Houd het roer recht!
Frisch
blaast de wind langs de reê,
Blijft
g’ in ’t nest, in ’t nest met de rest?
Houd het roer recht!
Os
lijkt de zee ’t allerbest!
Wie
wat worden wil, wel die zit niet stil,
Neen,
hij trekke ’t zeegat uit,
Zie
hem wacht rijke buit.
Bij
de hand, bij de hand voor het land!
Houd het roer recht!
Zoo
klinkt het luid van allen kant,
Voor
U uit het oog en omhoog,
Houd het roer recht!
Dat
u geen storm verassen moog!
Met
het oog in ’t zeil en voor niemand veil,
Stuurt
de zeeman ’t zwemend paard,
Voor
geen duivel vervaard.
Een
hoezee, hoezee voor de zee!
Houd het roer recht!
Jongens
van Holland, roept het mee!
Hier
is ’t veld, is ’t veld voor den held,
Houd het roer recht!
Hier
toont de man wat hij geldt,
Onder
’t zeemansbuis, daar is moed nog thuis,
In
zijn vuist ligt zijn lot,
Niemand
vreest hij dan God.
|
|
| |
|
|
|
De Zwarte Soldaten
De
strijd is ontbrand,
Verdeeldheid
moet weg,
In
ons schoon Nederland,
Nu
zijn wij nog geknecht.
De
nieuwe geest breekt baan,
Wij
zijn dus paraat,
Laat
’t eenheidsfront maar slaan,
Wij
blijven op de straat.
Kom
Kameraad,
Toont
een daad,
Voor
ons Volk en Land,
Waar
het om gaat.
Want
wij zijn de zwarte soldaten,
Met
ANTON MUSSERT zijn wij in ’t gevecht,
Daarom
zijn wij de zwarte soldaten,
Want
wij strijden voor vrijheid en voor recht.
Wij
strijden tegen ’t marxisme,
Roodfront – Liberalisme,
Want
ons Volk moet in vrijheid weer leven,
Dat
is onze taak en heilig recht;
Daarom
zijn wij de zwarte soldaten,
Met
ANTON MUSSERT zijn wij in ’t gevecht.
|
De Zwarte Legioenen
Wij
zijn het leger van den arbeid,
Werkers
waakt op!
Hoort
onzen klop!
Wijdt
wil en daad aan Neerlands Eenheid,
Geen
macht zet onzen opmarsch stop.
Tienduizenden
marcheeren,
Maakt
voor ons heir ruim baan,
Niets
zal de zwarte troepen keeren,
Op!
achter MUSSERT aan!
Wij
zijn de zwarte legioenen,
Wie
ons weerstaat!
Gaat
van de straat!
Ons
zakt de moed nooit in de schoenen,
Met
MUSSERT winnen wij den staat.
Tienduizenden
marcheeren,
Maakt
voor ons heir ruim baan,
Niets
zal de zwarte troepen keeren,
Op!
achter MUSSERT aan!
|
|
|
|
|
|
De Vlaamsche leeuw
Zij
zullen hem niet temmen,
Den
fieren Vlaamschen Leeuw,
Al
dreigen zijn vrijheid
Met
kluisters en geschreeuw.
Zij
zullen hem niet temmen,
Zoo
lang een Vlaming leeft,
Zoo
lang de Leeuw kan klauwen,
Zoo
lang hij tanden heeft. (bis)
|
Fascisten-lied
Melchert
Schuurman - Fredeerik
Crsitoffel
Ons
hemd blijft zwart, ons bloed blijft rood,
Ons
lied blijft hard, onz’ strijd blijft groot,
Wij willen daad, wij zijn de tolk,
Aan ons de Staat, aan ons het volk (bis)
Wij
gaan vooran, wij eeren moed,
Voor
eigen vaân, voor eigen bloed,
Onz’ rijen vast, onz’ harten trouw,
De straten vrij voor rood-wit-blauw. (bis)
Wij
stormen voort langs stad en land,
Ons
lied doorboort, ons vuur ontbrandt,
Wij willen groot, wij willen vrij,
Voor U, o Volk, marcheren wij. (bis)
|
|
|
|
|
|
HOU
ZEE!
(Uit:
Kun je nog zingen, zing dan mee)
Houzee,
houzee, Hou moedig zee!
Gij
leus van onze Vad’ren,
Stort
kracht en moed in d’ ad’ren:
Het
loope tegen, ’t loope meê,
Houzee, houzee!
Houzee,
houzee, In krijg en vreê!
Kamp
wakker met de golven,
Wel
worst’lend nooit bedolven:
Het
loope tegen, ’t loope meê,
Houzee, houzee!
Houzee,
houzee, hou krachtig zee!
Wat
stormen u omgeven,
Tot
God de ziel geheven:
Het
loope tegen, ’t loope mee,
Houzee, houzee!
Houzee,
houzee, Hou juichend zee!
Wie
dan zijn Vlag moog’strijken,
Ons
Neerland zal niet wijken.
Het
loope ons tegen, ’t loope ons mee,
’t Houdt zee, ’t houdt zee!
|
Marschlied
’t
Is plicht dat ied’re jongen,
Aan
d’onafhank’lijkheid
Van
zijn geliefde Vaderland
Zijn
beste krachten wijdt!
Hoezee!
Hoezee! Voor Nederland hoezee!
Hoezee!
Hoezee! Voor Nederland hoezee!
Voor
Koningin en Vaderland waakt ied’re jongen mee.
Voor
Koningin en Vaderland waakt ied’re jongen mee!
Als
Vaderlandsche jongens,
Beminnen
wij den grond,
Waarop
het graf der Vad’ren staat
En
onze wieg eens stond
Hoezee!
Hoezee! Voor Nederland hoezee!
Hoezee!
Hoezee! Voor Nederland hoezee!
Voor
Koningin en Vaderland waakt ied’re jongen mee.
Voor
Koningin en Vaderland waakt ied’re jongen mee!
Komt
ooit de vijand naken,
Is
’t Vaderland in nood,
Dan
staan wij pal en blijven het
Getrouw
tot in den dood.
Hoezee!
Hoezee! Voor Nederland hoezee!
Hoezee!
Hoezee! Voor Nederland hoezee!
Voor
Koningin en Vaderland waakt ied’re jongen mee.
Voor
Koningin en Vaderland waakt ied’re jongen mee!
,,Slechts
eendracht maakt ons machtig”,
Zij
immer het parool;
Een
driekleur met oranje strik
Van
Vrijheid het symbool.
Hoezee!
Hoezee! Voor Nederland hoezee!
Hoezee!
Hoezee! Voor Nederland hoezee!
Voor
Koningin en Vaderland waakt ied’re jongen mee.
Voor
Koningin en Vaderland waakt ied’re jongen mee!
|
|
|
|
|
|
Marschlied
Kameraden,
sterk in vast vertrouwen,
Scharen
w’ ons om MUSSERT heen.
Dienend
gaan den Nieuwen Staat weer bouwen!
Eén
voor allen, allen één.
Wij
rukken op,
De
vlag in de top,
En
daav’rend klinkt ons lied:
De
bolsjewiek,
De
bonzenkliek,
Zij
krijgen Dietschland niet!
Kameraden,
vreest geen hoorn of laster,
Wapens
uit het lafaardskamp!
MUSSERT
wint ondanks den criticaster
Die
vernieuwing schuwt als ramp.
Wij
rukken op,
De
vlag in de top,
En
daav’rend klinkt ons lied:
De
bolsjewiek,
De
bonzenkliek,
Zij
krijgen Dietschland niet!
|
Zwart-Rood
Zwart-rood
banier in gouden morgenzonne,
In
’t strijdperk voort! Voor ’t heilig ideaal!
Zwart-rood
banier, waai over de millioenen:
Aan
ons behoort het rijk der zegepraal!
Zwart-rood
banier, voor ’n volk van kameraden,
In
mannenknuist, waar storm en strijd ontbrandt!
Zwart-rood
banier, waar lafaards ons verraden: In
onze
vuist de vlag voor volk en land!
Zwart-rood
vooraan: die vlag dan hoog geheven, Tot
strijd
bereid, als ’t moet tot in den dood! Zwart-rood
vooraan,
voor ’t doel waarnaar wij streven: In nieuwen
tijd
waait onze vaan zwart-rood!
Zwart-rood
banier in gouden morgenzonne,
In
’t strijdperk voort! Voor ’t heilig ideaal!
Zwart-rood
banier, waai over de millioenen:
Aan
ons behoort het rijk der zegepraal!
Zwart-rood
vooruit, gij vlag der veelgesmaden! De
morgen
lacht: ons wacht een nieuwe dag! Zwart-
rood
vooruit! Houdt zee dan, kameraden, In
trouwe
wacht om onze zegevlag!
Melchert
Schuurman Jr.
|
|
|
|
|
|
Vlaggelied
(Uit:
Kun je nog zingen, zing dan mee)
O
schitt’rende kleuren van Nederlands vlag,
Wat
wappert gij fier langs den vloed!
Hoe
klopt ons het harte van vreugd en ontzag,
Wanneer
het Uw banen begroet!
Ontplooi
U, waai uit nu, bij nacht en bij dag!
Gij
blijft ons het teeken, o heilig vlag,
Van
trouw en van vroomheid, van vroomheid en moed,
Van
trouw en van vroomheid en
moed
Of
is niet dat blauw in zijn smetlooze pracht,
Der
trouw onzer vad’ren gewijd?
Of
tuigt niet dat rood van hun mannelijke kracht
En
moed in zoo menigen strijd?
Of
wijst niet die blankheid, zoo rein en zoo zacht,
Op
vroomheid, die zegen van Gode verwacht,
Den
zegen, die eenig, die eenig gedijt,
Den
zegen, die eenig gedijt?
Waai
uit dan, o vlag, zij een tolk onzer beê,
Om
trouw en om vroomheid en moed.
De
wereld ontzie U op golven en reê;
Maar
daaldet gij ooit op den vloed –
Wij
heffen U wit uit de schuimende zee
En
voeren naar ’t blauw van den hemele U mee,
Al
kleurt zich, al kleurt zich uw rood met ons bloed,
Al
kleurt zich uw rood met ons bloed!
|
Vrijheid en Recht
Wij,
Neerlands Volk, vereend om onzen vanen,
Marcheeren
mee, getrouw tot in den dood!
De
stormklok dreunt en roept door alle straten:
De
tijd breekt aan voor arbeidsrecht en brood.
Vrijheid
en recht:
Nooit
meer geknecht!
’t
Volk is nog steeds in nood.
Vrijheid-Arbeid-Brood!
Het
morgenrood kleurt onze arbeidsvanen,
Wij
zijn op marsch voor ’t heilig ideaal!
De
Leider roept: de aanval wordt geblazen!
Het
uur is daar der groote zegepraal!
Vrijheid
en recht:
Nooit
meer geknecht!
’t
Volk is nog steeds in nood.
Vrijheid-Arbeid-Brood!
|
|
|
[Naar
boven] |
|