|
Toen de Leider mij na de Hagespraak
1937 opdracht gaf tot het maken van plannen voor de indeeling van de
aangekochte terreinen op den Goudsberg, welke buiten de vergaderruimte en
de daarvoor benoodigde gebouwen ook onder meer een kamphuis moesten
bevatten, was het eerste werk te zien, wat in ieder geval nieuw beplant
moest worden en hoe de verschillende ruimten ten opzichte van elkander
gelegen moesten zijn.
Aanvankelijk was ik van meening, dat
de vergaderruimte tegen den berg op moest liggen, zoodanig, dat het podium
aan den lagen kant zou komen en het publiek tegen de natuurlijke helling
zou gezeten zijn. Dit was ook de goedkoopste oplossing in verband met
grondverzet, electriciteitsvoorziening, enz.
De Leider wilde echter de reeds
ontstane traditie handhaven en hoewel dit de werkzaamheden ingewikkelder
en duurder maakte, moet erkend worden, dat hij hierin veel grooter en
verder zag en het geheel er zeer veel door gewonnen heeft. Was het
aanvankelijk de bedoeling het kamphuis eerst te bouwen en dan
langzamerhand de vergaderruimte gereed te maken en ten slotte een vast
podium te bouwen, na de Hagespraak 1938 besloot de Leider dadelijk met de
vergaderruimte te beginnen en dit werk zoo spoedig mogelijk te beeindigen,
opdat de leden reeds binnen zeer korten tijd op de Hagespraken van de
verbeteringen zouden kunnen genieten en allen de vruchten van hun werk en
bijdragen zouden plukken.
In Herfstmaand 1938 gaf de Leider mij
opdracht voor het ontwerpen van een plan voor het vaste podium en ofschoon
bij een dergelijk bouwwerk dikwijls wekenlange besprekingen noodig zijn om
tot overeenstemming te komen, was de eenheid van gedachte hier zoo groot,
dat de Leider na kennisname van de voorlopige plannen, deze terstond
goedkeurde en opdracht gaf tot uitwerking en aanbesteding. Wintermaand
1938 waren de plannen volkomen gereed, goedgekeurd door de gemeente Ede en
vond de aanbesteding plaats.
De strenge vorst gaf eenige weken
oponthoud, maar toch was het groote podium met de Hagespraak 1939 gereed
en het voorste gedeelte van het terrein afgegraven.
Dadelijk na die ,,stofbijeenkomst”
werd het werk voortgezet en eind Zaaimaand de eende zijde van het terrein
met gras ingezaaid (het proefveld van bijzondere grassoorten had zeer goed
voldaan), ook het ververschingsterrein was gelijktijdig ingezaaid.

Foto: 2e Bouwjaar (1 juli 1939 - 30
april 1940)
In het voorjaar 1940 volgde de tweede
helft en zoo werd onze Hagespraak 1940 gehouden in de graskom, die in de
plannen was gedacht en welke nu grootendeels gereed is. Thans moeten wij
verder. In de eerste plaats moet de vergaderruimte afgemaakt worden. Gij
zult bemerkt hebben, dat in de nabijheid van de trappen nog zeer veel te
doen valt vóór de geheel vergaderruimte klaar is.
De wandelweg om de vergaderruimte, met
beplanting en bruggen en de toegang tot de trappen moet gemaakt worden. De
primitieve toiletten moeten verdwijnen, de watervoorziening moet
verbeterd, de klokketoren voor de toekomstige nieuwe klok moet gebouwd
worden. Nieuw bosch moet worden ingeplant, enz.
Wanneer gij het volgend jaar weer op
Uw Hagespraakterrein komt, zult gij verbaasd staan over den vooruitgang.
Daarvoor is noodig, dat ge allen medewerkt, niet met de spa of met den
troffel, maar met Uw beurs. Het volgend jaar zult gij U er wederom van
kunnen overtuigen, dat Uw geld goed besteed is.
MART. JANSEN
Architect
|