|
|
|
HET PLAN VAN OPBOUW. (Tekst uit: St. Nationaal Tehuis – Bouwt mede aan het ,,Bouwfonds Lunteren”) ,,Nationaal Tehuis”…. Onze eigen grond, waarop wij nu voor de vierde maal¹ bijeengekomen zijn om eens een enkele keer onze dagelijksche zorgen te vergeten en eens uit te waaien op de hellingen van den Goudsberg, te genieten van bosch en heide en bovenal om gesterkt te worden voor den strijd, die ons nog wacht. En elken keer, dat
wij kwamen, hetzij zooals nu in het voorjaar, hetzij zooals op 9 October in den
laten herfst, elken keer was het anders, elken keer was het nieuw en toch ook
weer zoo vertrouwd, zoo bekend, wij voelen ons er al thuis. Hebt gij er wel eens
over nagedacht, als ge op onzen grond aan het ronddwalen waart, dat ieder, die
bezit heeft, ook met dit bezit iets moet doen, dat wij dit prachtige terrein zoo
maar niet braak mogen laten liggen, maar dat er ook gewerkt moet worden; dat wij
de terreinen moeten verbeteren en zoo goed mogelijk geschikt moeten maken voor
het doel, waarvoor ze bestemd zijn, nl. te zijn een werkelijk tehuis voor ons
allen, dat het inderdaad onze plicht is hier iets te doen, niet allen voor ons
zelf, maar ook voor ons nageslacht? Welnu, thans is de
tijd aangebroken om te gaan graven en e gaan bouwen, om slecht bosch te
verwijderen en nieuw bosch te planten, kortom om stelselmatig volgens een vast
gemaakt plan ons bezit tot een lusthof en een waar tehuis te gaan maken, waar
wij elkaar ongedwongen leeren kennen, waar wij rust en ook versterkenden arbeid
kunnen vinden, waar wij door nuttigen arbeid een oogenblik de ellende van onze
werkloosheid kunnen vergeten en den zegen van den arbeid ervaren, waar wij
elkander tucht en orde kunnen leeren, welke wij straks zoo nodig hebben, als de
eindstrijd eenmaal daar is. De plannen zijn gereed en van die plannen vertel ik
U thans iets aan de hand van bijgaande schetsteekening. (De tusschen haakjes
geplaatste getallen vindt U op de teeking terug.)
De vergaderruimte (1)
wordt geheel vergraven, zoodat deze komvorming aan de zij- en achterkanten
oploopt. Het laagste punt bij het nieuwe podium (3), dat vóór de groote
vlaggemast (4) met twee breede bruggen over wijde poorten in verbinding staat
met twee breede bruggen over wijde poorten in verbinding staat met het gebouwtje
van den ordedienst (5) en dat voor de sprekers (6). Aan weerszijden van deze
overbrugging liggen het muziekpodium (7) en het zangpodium (8). Bezijden het
gebouwtje voor den ordedienst bevindt zich op een rustige, koele plaats in het
bosch de afdeeling E.H.B.O. (9), terwijl in de onmiddellijke nabijheid van het
sprekersgebouwtje een dienstparkeerterrein (13) gelegen is. De geheele
vergaderruimte wordt omsloten door een 12M. breede rug, welke naar achteren
steeds hooger oploopt en beplant is met een driedubbele rij, van douglassparren,
waartusschen een rij vlaggestokken, zoodat deze ruimte een afgesloten geheel
vormt, waar wij ons echt als één familie zullen voelen en waar ieder een
onbelemmerd uitzicht op het podium heeft en daarachter op de lage landen van de
Veluwe in de richting Barneveld. Wij bereiken deze
vergaderruimte niet meer zooals op het oogenblik over het geheele verdere
terrein, maar door ingangen (2) rechtstreeks vanaf den Hessenweg over het nieuwe
ververschingsterrein, waarbij ingegraven in den rug de nieuwe vaste toiletten
voor vrouwen (10) en mannen (11) zijn gebouwd. Langs de klok, welke dan in de
blijvende klokkestoel (12) hangt of wel meer op-zij, komen wij dan door de vier
doorgangen in de vergaderruimte en hebben direct een prachtig uitzicht op het
geheel, het podium en het lager liggende terrein. Hier zullen wij dus
van heinde en verre als één Volk samenkomen en in de toekomst onze
hoogtijdagen vieren en misschien ook in moeilijke dagen onzen Leider trouw
betuigen. Ter weerszijden van de vergaderruimte zal een strook nieuw bosch
worden geplant (14), terwijl aan de westzijde nog een breede strook terrein
bewaard blijft voor een rust- of herstellingsoord (15). Aan de overzijde van
den deelweg zijn de terreinen gelegen, die voor meer dagelijksch gebruik in
aanmerking komen; daar vinden wij allereerst het kamphuis (16), dat plaats biedt
aan 120 personen, het bevat een slaapzaal met waschruimten, douchekamertje en
toiletten, een eetzaal en een groote keuken, slaapkamervoor de koks, een
schrijfkamer en kampwinkel. Bij de keuken ligt een afzonderlijk terrein voor den
dienst (18), waar zich ook de pompenkelder (17) voor de watervoorziening
bevindt. Het kamphuis heeft op het zuiden groote ramen, die alle opengezet
kunnen worden, zoodat men bij gunstig weer vrijwel in de openlucht kan eten en
aan de noordzijde kleinere ramen voor ventilatie, terwijl over de beide zalen
een ventilatiekap boven het dak voor blijvende ontluchting zorgt. Dit kamphuis is
eigenlijk het eerste, dat wij gaan bouwen, want samen hebben wij het geld
opgebracht voor ons Nationaal Tehuis en samen willen wij dus ook de terreinen in
orde gaan maken en dat gaan we doen in kampen, waar we enkele uren per dag
gezamenlijk onder deskundige leiding zullen arbeiden en daarna met sport en spel
op ons eigen sportterrein (19), met wandel- en fietstochten in de omgeving ons
zullen ontspannen, waarna wij dan des avonds in het vergadergebouwtje (22) onzen
geest zullen kunnen verrijken door het bijwonen van verschillende
lezingen en eindelijk in de gezellige kampvuurkuil (21) nog zullen genieten van
de prachtige avonden op den Goudsberg. Zijn er grootere kampen, dan is daarvoor
terrein (20) beschikbaar om de tenten op te slaan en kunnen de slaap- en
eetruimte van het kamphuis tot één groote eetzaal worden vereenigd, waar 500
personen kunnen eten. De toiletten en doucheruimten zijn vanaf het sportveld
gemakkelijk te bereiken, zoodat ieder na de sport een verfrisschend bad kan
nemen. Ook zijn er
kameraden, die heel noodig eens met hun gezin naar buiten moeten; daarvoor
zullen op een afzonderlijk gedeelte (23) enkele gezinshuisjes kunnen worden
gebouwd, waar ieder vrij is in zijn eigen huisje, terwijl men toch aan lezingen,
kampvuuravonden en dergelijk en ook aan den arbeid zelve deel kan nemen. Het ligt verder in de
bedoeling op verschillende plaatsen nieuwe beplantingen aan te brengen, terwijl
ook de bestaande berkensingels (24) zullen medewerken om een mooi en doelmatig
geheel te verkrijgen. Van het kamphuis vindt U een teekening hierbij, terwijl
het vergadergebouwtje reeds gereed is. Kameraden, dit alles
belooft veel voor de toekomst en het mooiste van alles is nog, dat wij zelf aan
de verwezenlijking van al deze plannen kunnen medewerken, met onze eigen handen,
wij kunnen zelf medebouwen. Natuurlijk is dit alles niet ineens uitvoerbaar,
doch gezamenlijk zullen wij zorgen, dat dit tot stand komt. Velen zullen de
spade hanteeren voor graafwerk of het planten van boomen, anderen zullen de
dennen of de sparren leveren, weer anderen zullen de steenen of het hout
aandragen, alles letterlijk of figuurlijk, maar daarover zal kameraad van
Bilderbeek nog iets tot U zeggen. Kameraden, handen uit
de mouwen en tot ziens in onze werkkampen! MART.
JANSEN, Architect
H.B.O. Bloeimaand 1938.
|