|
|
|
WIJ BOUWEN ONS TEHUIS IN LUNTEREN. (Tekst uit: St. Nationaal Tehuis – Bouwt mede aan het ,,Bouwfonds Lunteren”) Nog
maar enkele jaren zijn wij in het bezit van een stuk Luntersche heide en reeds
nu is deze Goudsberg, ons Hagespraak terrein, voor ons gewijden grond. Hier zijn
wij reeds éénmaal tezamen gekomen van heinde en verre, toen onze Beweging in
moeilijkheden verkeerde; hier vinden wij elkaar jaarlijks op den Tweeden
Pinksterdag¹ en beleven daar de geleidelijke éénwording van ons Volk. Het
Hagespraak terrein mag geen verwaarloosde, platgetrapte heide blijven, waar
zandverstuivingen beginnen te dreigen, maar moet worden een monument, dat na
eeuwen nog getuigen zal van de eendracht en vastberadenheid van de kern
van ons Volk in donkere tijden toen ondergang dreigde van allen kant. Het
houtwerk zal dan vergaan zijn, het ijzerwerk door roest verteerd, maar blijven
zal de groote vergaderruimte, die al worden gegraven als een groot
openlucht-amphitheater waar honderdduizend menschen een plaats kunnen vinden. En
het nageslacht zal dan zeggen, sprekende over de geschiedenis van het
Nederlandsche volk: In Alkmaar² begon de victorie, in Lunteren op den Goudsberg
begon de wederopstanding; ziet hier de plaats waar de duizenden mannen en
vrouwen tezamen kwamen, onwrikbaar geloovende aan deze wederopstanding, werkende
voor hun Volk en hun Vaderland mat alle kracht, die in hen was. MUSSERT
Utrecht,
1 Juni 1938.
|