Home

Nieuws


"Ik begraaf Hans mee voor twee"


E-mailing tussen Tom Lanoye en Brigitte Raskin
op 20 december 2001





Aan: Tom Lanoye
Van: Brigitte Raskin
Datum: 20 december 2001



Dag Tom,
Kreeg je al het bericht van de dood van Hans? Wat traag in aantocht was, speelde zich plots
acuut af, out of control. Begrafenis morgen vrijdag om 12u30 in Borssele (en niet Kloetinge-Goes),
Plein 3. Het doodsbericht is onderweg, maar raakt hoogstwaarschijnlijk niet tijdig in België. Zie
ook De Standaard vandaag, een stuk dat ik gisteren in alle haast geschreven heb. Mijn haastwerk
kreeg een goede eindredactie, maar omdat ik in mijn oorspronkelijke tekst iets waarderends over
jou schreef dat sneuvelde in de gepubliceerde tekst, voeg ik die tekst hieraan toe. Als je naar de
begrafenis kunt komen, kan je dan eventueel horen bij mijn zoon Korneel of het voor hem niet
gemakkelijker is met jou mee te komen dan met mij? Korneel: Broederminstraat 53.
Misschien tot in Borssele,
en alle liefs,
Brigitte




Aan: Brigitte Raskin
Van: Tom Lanoye
Datum: 20 december 2001



Dag Brigitte,
Hartelijk dank voor je attente, snelle schrijven. Ik had je stuk trouwens gisterennacht al gelezen,
op de site van De Standaard; en mijn uitgeefster had me 's morgens het nieuws al gemeld.
Zoals je misschien intussen weet, kan ik onmogelijk naar de uitvaart komen. René en ik zijn, alle
trekvogels getrouw, weer aan het overwinteren in het Vérre Zuiden. Ik stuurde Mario een
condoléance via z'n mobiel - zou je kunnen vragen, als je hem ziet, of dat berichtje inderdaad is
' doorgekomen'? Dank.

Zelf ben ik natuurlijk een beetje in shock door het nieuws, al lag dat nog zo in het verschiet.
Me een beetje schuldig voelend ook. Ik was dit jaar (voor het eerst in lang) de verjaardag van Hans
vergeten, niet eens een kaart verstuurd en zo; met goeie excuses hoor: in oktober was ik met mijn
ouders (ook beiden 80) hier in het Land van Bloedrivier aan het rondtrekken; bij thuiskomst bleek
René's zusje (zoals gevreesd, maar veel sneller dan verwacht) op sterven te liggen, nog wel bij ons
thuis. Zij: 34, schitterend wijf, goedlachs en rondborstig, een volslanke blanke sensuele Mama
zoals je die doorgaans alleen in dit continent aantreft. Borstkanker, botkanker, bloedkanker, noem
maar op. Een tweede zus voor mij. Weggeteerd op goed één jaar tijd. Heel november ging op aan
rouwen en verwerken en werken; en pas hier, per 6 december gearriveerd, vond ik de tijd de nieuwe
bundel van Hans te lezen - die nu helemaal klinkt als een soort testament (de titel alleen al:
Een stip op de wereldkaart). Een van de eerste dingen die ik hier in Kaapstad heb gedaan,
is een paginalange brief schrijven aan hem, die pas vorige week op de post ging, ongetwijfeld te laat
om hem nog te bereiken, vrees ik. Nou ja, so it goes zullen we maar denken. Ik neem aan
dat Gerrit Komrij zich nog beroerder voelt: die had net, na een negatieve recensie van De Klopgeest
door Hans, een negatief stuk geschreven over Een stip..., in NRC/H. Hoe klein toch lijken zulke
schermutselingen, met de Dood in het vizier, nietwaar?

Doe je zoon veel groeten van me. Meld hem dat het bouwvallige pand op de hoek naast hem,
een schandaaldossier van het OCMW/Antwerpen, eindelijk zal worden aangepakt in januari.
Ik heb daar voor ons vertrek nog een hele telefoonkannonade aan besteed in de ijdele hoop
haast te kunnen zetten achter een bureaucratie waarbij Kafka én wijlen de KGB zouden verbleken.
Groet ook je man & andere kids van ons, en steek Mario een riem onder het hart van ons,
liefs,
je Tom




Aan: Tom Lanoye
Van: Brigitte Raskin
Datum: 20 december 2001



Je antwoord van zo ver en zo zonnig-warm (beeld ik me in) doet me deugd, lieve Tom,
want na het haastig schrijven van dat krantenstuk gisteren, zit ik hier in mijn eentje te rouwen
om mijn 'oude heer', zoals ik Hans sinds zijn 80ste verjaardag pleegde te noemen. Je kan
erop rekenen dat ik Mario morgen ook in jouw naam aanspreek en lieve dingen over Hans zeg.

Ik ga behalve met Korneel samen met mijn broer Jos. Die is huisarts in Kalmthout en was dit laatste
jaar de medische toevlucht van Hans geworden - een uitstekende toevlucht, 'de wonderdokter'
volgens H&M, maar ze waren dan wel veel te laat bij hem terechtgekomen, uit weerzin voor al wat
medisch en aftakeling is (Hans) en voor al wat onmacht en Belgisch is (Mario). Jos heeft
ervoor kunnen zorgen dat Hans terug kon lopen (op den duur met stok), dat alles onder controle
was (al was die leverzwelling fataal ver gevorderd - ja, van al dat heerlijke drinken) en dat Hans
zich in januari aan zijn ogen zou laten opereren (wat helaas niet meer hoeft). Vandaar dat ik je schreef
dat de dood tráág in aantocht was. Dat de controle plots zoek was, had twee redenen.
1. Die commentaar van Komrij; ik kan die verdomd maar niet vinden op de NRC-website, om met eigen
ogen te lezen wat Hans zo ontsteld moet hebben.
2. Een haastig bijgeroepen arts die het bestond de benen van Hans te laten inbinden,
zeg maar àfbinden, om het water daarin te draineren naar, tsja naar waar?, de nieren die het niet konden
verwerken, de buik die zo al dik genoeg was, het hele lijf dat overstroomd werd.

Wat ik erg vind aan de (hoe dan ook naderende) gang van zaken is dat Hans met dat al ineens een acuut
geval was, ziekenhuis, infuus, zuurstof, pijnstillers, dat hij niet meer terug thuis is geraakt en niet
in zijn huizeke, tussen zijn schatten en beschermgoden, dood is gegaan, rustig en bewust. Mario was erbij
in het ziekenhuis, maar zegt dat Hans zich daar zelf niet van bewust was en zo, bewusteloos, is gestorven.

Ja, Hans had De Klopgeest weinig punten gegeven, maar met een niet affrontelijke argumentatie,
en in het gedacht dat Komrij zelf weet dat hij niet zo'n beste romanschrijver is (hij schrijft romans
voor het geld, beweert Mario, omdat essays enzovoort nu eenmaal geen tienduizenden lezers trekken,
romans wél). Me dunkt - dat moet ik nog nakijken in mijn stapels papieren - dat Hans nà het stuk over
die rottige klopgeest nóg over Komrij heeft geschreven, Trou moet blycken, en dat hij dat vol blijvende
waardering heeft gedaan.

Op 19 oktober bracht ik mijn nieuwe boek Hartenheer naar het Pijkeswegje en dronken we champagne
(Hans ook, een bodempje) op het boek en vooral op zijn tachtigste verjaardag de volgende dag. Terwijl we
daar zaten, werden trouwens geschenken & wensen gebracht, in de postbus, aan de deur. Bij mijn vertrek
liep Mario mee tot aan de auto en wuifde Hans, opgestaan, me uit vanachter het raam van het warme
achterkamertje. 'Dit is voor het laatst,' dacht ik spontaan.

Maar nee, op 21 november mocht en kon ik erbij zijn in Middelburg, toen het provinciebestuur en de PZC
en al die Zeeuwen daar Hans huldigden en petit comité met een uitstekend diner. Een stip op de
wereldkaart
werd toen 'aangeboden' en Hans las er enkele gedichten uit voor, waarvoor hij ging staan
en waarbij hij zowel aarzeling als tevredenheid uitstraalde. Een van de voorgedragen gedichten kende ik al,
maar het had een nieuwe titel gekregen: 'De Eeuw van de Ekster'. Hans knikte vriendelijk in mijn richting
toen hij het aankondigde en las, over Brigitte die ordinaire reigers (liever) voor mythische kraanvogels
hield. Op het eind van de avond nam ik afscheid van hem, drukdoende, hartelijk en wat dronken. Dat was dan
echt voor het laatst.

Hij heeft het nog gezien dat Van Halewyck van een passage uit zijn bespreking van Hartenheer een buikbandje
voor het boek heeft gemaakt - zie attachment: als dat geen mooi afscheidsgeschenk is, hij aan mij, terwijl
zo'n mens als ik zo'n mens als hij natuurlijk weinig te bieden had.

Omhels René van mij, en troost hem mee in mijn naam voor het verlies van zijn zus. Die kankerellende was dus
aan de gang toen we elkaar zagen, onder de homo's, op Het Andere Boek, toen we weer de toffe binken van
BV's uithingen. 34! De kankers rondom mij woekeren tenminste pas in vijftig/st/ers (of zestigers, remember
Johan Anthierens).

We hadden al in de gaten dat er werk ging gemaakt worden van dat pand op de hoek. Ja: oef! Maar Korneel
blaast misschien al zijn laatste noten in de Broederminstraat. Na een mooie, maar beëindigde eerste grote
liefde, is hij herbegonnen met een nieuwe vriend en die twee spreken ervan volgend jaar samen te gaan wonen.
Zoon Stijn woont intussen met zijn vriendin Froukje in Parijs, ingang Rue de la Rochefoucauld, ramen op
Rue Pigalle - twee straten die de Parijse bon-vivant Hans Warren goed bleek te kennen. Stijn werkt voor de
'Fondation Custodia' (zie website; FC is de grote broer van het Institut Néerlandais in Parijs). Dochter Lotte
werd studente in Gent, biologie, allemaal beestjes. Ze begon met de wormen, is al aan de zeesterren maar nog
lang niet aan de olifanten of het wild dat daar rondom jullie in Afrika sluipt.

Ik begraaf Hans mee voor twee en hoop jou en René na de zwaluwen terug te zien in dit protland waar Johan
Sauwens zopas is overgestapt naar de CD&V.
Alle liefs, gouden jongens,
Brigitte




© Brigitte Raskin/Tom Lanoye
Gepubliceerd op de Hans Warren Homepage op 2 juli 2003



Home

Nieuws