|
|
|
Deze site is gemaakt door Yvonne van Oosterom update 17-11-2003
|
Jan Eeuwes Visser In het reddingwezen op Ameland 1824 - 1988 staat de redding van de Noorse bark "Diepe Packet" beschreven. Bij deze reddingsactie kwam Jan Eeuwes Visser op het leven. Jan Eeuwes Visser is de vader van Zeyke Jans Oden - Visser (zie genaratie 5 bij de familie Oden). De grafstenen van Jan Eeuwes Visser en zijn vrouw Trijntje Jacobs van der Meij zijn op Ameland nog bewaard gebleven. Op de grafsteen van Jan Eeuwes Visser staat:
Rustplaats van Jan Eeuwes Visser echtgenoot van Trijntje Jacobs van der Meij Geboren den 6 decenber 1806, overleden 25 augustus 1861, in den ouderdom van ruim 55 jaren Bestuurder der Reddingsboot is hij tot redding van menschen leven verdronken Dat hij rust in Vrede
In onderstaand artikel worden ook P.T. Visser en A.H. Visser genoemd. Een familieband tussen deze personen en Jan Eeuwes Visser is onbekend. Op Ameland leefden in die tijd verschillende families Visser. De tekst uit het boek het reddingwezen op Ameland 1824 - 1988 (een uitgave van de stichting Paardenreddingsboot Ameland, door Jan A. Blaak)
Een noodlottige redding In de vroege morgen van 25 augustus 1861 strandde om 4.00 uur, tussen de kapen van Ballum en Hollum, ten noorden van "Het Koudenburg" de Noorse bark "Dieppe Packet" van kapitein Lars M. Mörck, die met een lading gezaagd hout op weg was van Christiania naar Dieppe. Het verslag van een ooggetuige werd in het Algemeen Weekblad op de voorpagina gepubliceerd en van een redactioneel commentaar voorzien. Beide artikelen laten we hier in hun geheel volgen. Schipbreuk van 25 augustus 1861 Geachte vriend, Hollum op Ameland, 27 augustus 1861 Zeer zeker heeft hier nog nooit
ene stranding plaats gehad, waaraan voor ons zulke
treurige herinneringen verbonden zijn, als die, waarvan
wij eergisteren getuige waren en waarbij vijf onzer
iegene dorpgenoten, zoo ongelukkig het leven verlooren
hebben. Niet weinig deelende in de algemene
verslagenheid, zal ik tragten u enige bericht te geven
van het gebeurde, dat wel niet zal nalaten, ook bij de
lezers van uw weekblad medegevoel op te wekken. Reeds
vroeg in de morgen van den 25e juli verspreide zich hier
het gerucht, dat er een schip was gestrand. Later bleek
dit te zijn de Noorse bark genaamd Dieppe Packet, de kapt
L.M. Mörck op reis van Christiania naar Uw vriend. Bij de toezending van dit eenvoudig roerend verhaal wordt ons het verzoek gedaan om plaatsing in ons weekblad onder de nieuwstijdingen of in de agterste kolommen, desnoods verkort. Wij antwoorden den geerden inzender, die bljkbaar ooggetuige was van dit treffend ongeval, door zijn verslag woordelijk te plaatsen aan het hoofd van ons blad, opdat het door geen onzer talrijke lezers wordt over het hoofd gezien, opdat het de harten roere en opene tot Christelijke liefdadigheid. Is die deugd het kostbaar iegendom van het Nederlandsche volk, en vertoon zich bij elke ramp, van verre of nabij: hier waar het ongeluk het gevolg is van edele zelfopoffering en zugt om menschen te redden, hier zal de hulpvaardigheid des te minder achterblijven en van verre blijven staan, waar hulp wordt gevraagd. De berigtgever vraagt ons of de advertentie door ons zal geplaatst worden als ze ons later toegezonden wordt, wij wachten de toezending niet af, maar verklaren ons van ganscher harte beried, om de giften der liefde die men offeren wil, in ontvang te nemen, aan de bestaande commissie op te zenden en daarvan wekelijke verslag te doen. Namens de redactie van het algemeen weekblad. J. Schuitenmaker
Een les uit deze reddingoperatie was dat de reddingboot niet meer uit mocht varen zonder "drijftoestel" of scaphander. Voor weduwen van de omgekomen redders werden gelden ter ondersteuning ingezameld. Ook de Redding-Maatschappij droeg het nodige bij. De weduwen kregen van de NZHRM gedurende 10 jaar een bedrag van f 40,- per jaar. Met de middelen die de reddingmaatschappij destijds ten dienste stonden konden zij niet veel méér doen. Wel kregen de weduwen nog het één en ander uit de opbrengst van de verkoop van het dichtbundeltje dat ds P. Beets uit Zijpekarspel reeds in 1840 over het vrouwtje van Stavoren had vervaardigd. Het gedicht was in eerste instantie gemaakt na de ondergang van een Amelander beurtschip in de Zuiderzee. Gelukkig kon men na het ongeluk in Hollum snel een bemanning samenstellen voor de reddingboot die inmiddels weer zeeklaar was gemaakt.
|