|
De heer Bomans koopt een auto
![]() |
||
| "Waarom hij specifiek deze auto gekocht heeft? Volgens mij is-ie op de naam gevallen." Taalvirtuoos Godfried Bomans heeft meerdere malen blijk gegeven van een grote gevoeligheid voor namen. "Ik geloof dat een naam iets belangrijks in een leven betekent. Als ik Piet had geheten was ik een heel andere man geworden", vertelde hij ooit aan Michel van der Plas. Als kind vond hij zijn eigen naam te zwaar. "Een naam die haast niet te torsen was", noteerde Van der Plas. "Ik stootte hem af. Ik liet me, op mijn dringend verzoek, Hans noemen. Nog later vond ik Frits mooier. Hans en Frits, dat waren heel lichte namen; daar werd je niet onder verpletterd vond ik. Toen ik tien was, had ik genoeg spierkracht om de naam Godfried te dragen." Ook bij de verhuizing van Amsterdam naar Nijmegen, in zijn studententijd, spelen namen een rol. In Nijmegen vestigt hij zich na enkele weken op kamers in de Pater Brugmanstraat: “Een gelukkig kosthuis. De straat had al zo’n geruststellende naam”, noteert opnieuw Van der Plas. (Dickens waar zijn uw spoken?: ‘In Memoriam Godfried Bomans’, door Michel van der Plas) Als jongen al heeft Godfried iets met namen, niet alleen zijn eigen naam. Dat gaat heel ver, want de naam moet precies passen bij de persoonlijkheid van het object. Rex Bomans herinnert zich dat in de tijd dat hij en Godfried in het ouderlijk huis een kamer delen, ze een verhaal verzinnen over een meeuw die boven de tuin door het zwerk wiekt. De broers zoeken lang naar een geschikte naam voor het dier, maar het lukt niet. Teleurgesteld gaan ze slapen, maar Godfried blijft piekeren. Dan zit hij ineens rechtop in bed. “Emma”, roept hij verrukt. Autobiansji of Autobianki? Het is dus helemaal geen gekke gedachte dat als Godfried in 1967 een Autobianchi Primula aanschaft, hij inderdaad wordt aangetrokken door de naam van deze auto. Andere aspecten van auto’s interesseren hem immers niet. Vóór die tijd is hij de bezitter geweest van een Citroën 2CV (ja, de Lelijke Eend waarin Anton Heyboer autorijles kreeg) en twee Volkswagen Kevers. Robuuste doch vooral functionele auto’s, die weinig andere kwaliteiten bezaten dan dat ze hun inzittenden van punt A naar punt B brachten. In het tijdschrift De Spiegel van 13 juli 1968 (nr. 41) wordt Godfried Bomans geïnterviewd in de rubriek ‘Man en paard, bekende Nederlanders over hun auto’. Hoewel deze rubriek dus duidelijk over auto’s gaat, weet Godfried over zijn Autobianchi niet veel meer te zeggen dan dat het een praktische auto is. “De wagen is niet zo groot en niet zo klein. Omdat hij kort is, is hij goed overzichtelijk.” Verdere details worden niet verstrekt. Geen lofzang op de sierlijke lijnen, geen typische mannenpraat over het motorvermogen, geen woord ook over het comfort van de auto. Het zijn zaken die Godfried volkomen koud laten. Waar hij wel op in gaat is...... de naam van het voertuig: “De mensen zeggen vaak Autobiansji, maar ‘t is Italiaans en je moet het als Autobianki uitspreken.” Godfried speelt met het enige onderdeel van zijn auto, waar hij werkelijk verstand van heeft:de naam, een woord dat in verchroomd metaal op de kofferbak bevestigd is. Modern en exclusief Het automerk Autobianchi bestaat niet meer, maar is in de jaren zestig vrij bekend als onderdeel van het Fiat-concern en wordt gebruikt om nieuwe technische concepten in de markt uit te proberen. Het merk onderscheidt zich van de massa-producten van Fiat door exclusievere, luxere auto’s, die ook voor een hogere prijs in de markt worden gezet. In modern marketing-jargon is Autobianchi een ‘premium-brand’. De Primula wordt in 1964 geïntroduceerd om de reacties van de consument op het concept van voorwielaandrijving in combinatie met dwarsgeplaatste motor te peilen. De test valt gunstig uit, want tussen 1964 en 1970 worden in heel Europa 75.000 van deze auto’s verkocht. Bemoedigd door dit resultaat presenteert de Italiaanse autofabrikant in 1968 de Fiat 128, goedkoper en eenvoudiger dan de Autobianchi Primula, maar uitgevoerd met dezelfde techniek. Voor z’n tijd is de Primula een moderne auto. Het carrosserie-ontwerp van Fiat’s huis-ontwerper Dante Giacosa is strak en sierlijk, doet een beetje denken aan de Austin en Morris-modellen van die tijd. De grote ramen geven een goed uitzicht. Door de dwarsgeplaatste motor en voorwielaandrijving biedt de auto veel binnenruimte bij compacte buitenmaten. |
||
![]() Ruim plaats voor lange schrijverslijven. |
||
|
Zoals gezegd, de Primula is een relatief dure auto. In dagblad-advertenties wordt de exclusiviteit geprezen. De auto wordt aangeboden voor Fl 6.975,-. De no-nonsense Volkswagen Kever 1300 kost in diezelfde tijd zo'n 5.500 gulden. Godfried heeft al twee Volkswagen Kevers gehad, maar besluit nu om de aanmerkelijk duurdere Autobianchi aan te schaffen. Vanwege de naam? Toon Hermans De opmerking waarmee dit artikel begint, is afkomstig van Jan Been. Hij is nu gepensioneerd, maar werkte zijn hele arbeidzame leven bij Gebr. Beekman Automobielbedrijven N.V., Fiat en Autobianchi-dealer aan de Bloemendaalseweg 52-54 in Bloemendaal. Hij is zelfs een twaalftal jaren eigenaar van het bedrijf geweest. Het bedrijf bestaat inmiddels niet meer, maar Jan Been bewaart nog veel herinneringen, ook over zijn bezoek aan Godfried Bomans op een dag in het voorjaar van 1967: “ Ik weet niet precies hoe dat zo gekomen is. Het initiatief is niet van ons bedrijf uitgegaan. Wij benaderden niet zomaar mensen. Later wel, maar in die tijd nog niet. Ik denk dat Bomans zelf gebeld heeft om informatie. Nee, hij is niet persoonlijk naar het bedrijf gekomen. Onze directeur, Helmer Beekman, was qua taalgebruik ook een soort Bomans. Helemaal geen type voor een garagehouder, eigenlijk. En hij stuurde mij op Bomans af. Je zou denken dat hij zelf dat gesprek zou voeren, maar hij stuurde in dat soort gevallen wel meer iemand anders erop af. Wilde dan eerst eens zien wat er gebeurde.” Het was overigens niet ongebruikelijk om een auto te verkopen bij mensen thuis. Met name bij veel beroemdheden die hier in de omgeving woonden, gebeurde dat zo. Ik heb destijds op dezelfde manier een auto verkocht aan Toon Hermans. Die woonde toen aan de Midden Duin en Daalseweg. Dat was een Fiat 124 Spider (cabriolet, FvL), voor zijn Rietje. Ja, er woonden toen natuurlijk wel meer bekende Nederlanders in de omgeving.” ‘De Bomans uithangen’ Lezend in het artikel uit De Spiegel merkt Jan Been op: “Het is precies zo gegaan als hier staat. Bomans zegt hier: ‘Ik had al in een paar auto’s gereden en toen kwam ik in een Primula te zitten. Ik heb hem zo maar genomen.’ Zo ging het ook precies. Ik denk dat het in het voorjaar is geweest. Ik heb ongeveer een uur bij Godfried Bomans in zijn studeerkamer gezeten. Hij begon meteen de Bomans uit te hangen. Een beetje onzin uit te kramen, om mij in verlegenheid te brengen. Ja, ik ben nooit vergeten hoe ongemakkelijk ik me toen voelde." "Hij stelde ook van die vreemde vragen, die een normaal mens niet zou stellen. Zoals: ‘Er zitten toch wel vier wielen onder?’ Maar gaandeweg pikte ik toch wel zijn humor op. En toen ik net een beetje met hem mee kon praten, kwam hij dan weer met een heel directe vraag. Al met al hebben we het weinig over de auto gehad. Je had wel meer van die mensen, die vroegen niets, maar kochten gewoon een auto." "Hij heeft dus geen proefrit gemaakt in de auto. Maar ik geloof dat Bomans toch wel héél goed wist wat hij ging kopen. ‘t Was wel een intellectueel, maar hij was toch ook heel zakelijk. Dat gevoel gaf hij me wel. Hij gaf niet zomaar zijn geld uit. ‘We moesten hem maar nemen’, of met woorden van die strekking hakte Bomans toen de knoop door." "Het werd een groene Autobianchi Primula. Donker olijfgroen, dat was een veel voorkomende kleur voor die auto. Hij wilde ook geen auto inruilen, dus het ging heel eenvoudig. En het was ook een nieuwe auto die hij kocht, geen gebruikte. Ja, dat kon toch ook niet voor zulke mensen. Die kochten een nieuwe auto, dat had meer status dan een tweedehands.” Alsof-ie op de fiets stapte Nadat de koop gesloten was, is de auto vrij snel afgeleverd. Ik ben er vrij zeker van, dat we de auto zelf al in voorraad hadden, er was dus geen levertijd. En meneer Beekman zat ook zo in elkaar. Als zo’n beroemd iemand bij ons een auto kocht, werd alles op haren en snaren gezet om te zorgen dat die auto zo snel mogelijk werd afgeleverd." "Die aflevering ging heel simpel. Ik ben met de nieuwe auto naar zijn huis gereden en heb hem aan Bomans overhandigd. Ik weet niet meer of ik nog veel heb uitgelegd over de auto. Ik heb hem wel geadviseerd om het instructieboekje aandachtig door te lezen. Dat deed ik altijd, bij iedere aflevering. Daarna reed hij me terug naar de zaak en vertrok. Hij stapte in en reed weg met een gemak alsof-ie op de fiets stapte. Ja, op een of andere manier moet hij toch geweten hebben wat-ie kocht. Daarna kregen we de auto natuurlijk in onderhoud, maar dan kwam vrijwel altijd zijn vrouw. Hij kwam zelf een enkele keer benzine tanken, maar verder hebben we hem niet gezien.” Voor Jan Been ging het verhaal als een nachtkaars uit. “Na het overlijden van Godfried Bomans heeft zijn vrouw nog een tijdje met de auto gereden, dat weet ik nog wel. En ineens waren we haar kwijt, kwam ze niet meer.” ‘De auto van Bomans’ Dit is dan het einde van het verhaal van Godfried Bomans en de Autobianchi Primula. Bijna het einde. In zijn boek ‘Godfried, achteraf bekeken’ schrijft Jan Bomans dat na het overlijden van Godfried, hij diens auto overneemt. Jan rijdt op dat moment in een Fiat 500 Giardiniera (stationcar) die, o toeval, op slechts een letter na hetzelfde kenteken heeft (41-26-BL) als de Autobianchi van Godfried (41-26-DL). Vele jaren later, in 1993, als bij veilinghuis Bubb Kuyper in Haarlem de grote Bomans-veiling wordt gehouden, waarvan de Bomansiana-collectie van Ted van Turnhout de kern vormt, meldt zich bij Kuyper een man die ‘de auto van Godfried Bomans’ in bezit zegt te hebben. Hij heeft deze al acht jaar eerder gekocht en bewaart het voertuig in een loods. Kuyper diept het eerdergenoemde interview uit De Spiegel op en laat de man aan de hand van de foto zien dat het kenteken van de Autobianchi in de loods niet hetzelfde is als dat van de auto waar Godfried, genoeglijk sabbelend op zijn pijp, tegenaan leunt. Voor de eigenaar van die bewuste auto was dat een enorme deceptie. Ik heb de man destijds opgezocht en hij verkeerde werkelijk al die jaren in de veronderstelling dat hij de auto van Godfried Bomans in zijn loods had staan. Dat het niet de goede auto was (deze was blauw, die van Bomans was groen) is op zichzelf natuurlijk niet interessant. Maar dat er mensen zijn die er een eer in stellen om de auto van Godfried Bomans in bezit te hebben, zegt veel over de bewondering die talloze mensen, al die jaren na zijn dood, voor Godfried Bomans zijn blijven koesteren. Freek van Leeuwen Dit artikel stond in het voorjaar van 2002 op de Bomanskrant op internet. |
||