nat05 DE CONJUNCTUURCYCLUS
De productiecapaciteit wordt
groter door toename en/of verbetering van de beschikbare productiefactoren. De
trendmatige groei van het nationaal inkomen veroorzaakt door de groei van de
productiecapaciteit, noemen we structurele ontwikkeling.
De effectieve vraag bepaalt
de feitelijke waarde van het nationaal inkomen. De ontwikkeling van het
nationaal inkomen veroorzaakt door veranderingen in de effectieve vraag, noemen
we conjuncturele ontwikkeling.
Als we structuur en conjunctuur in samenhang
bekijken kunnen er drie situaties worden onderscheiden:
- Als de effectieve vraag kleiner is dan de productiecapaciteit is
er sprake van onderbesteding.
De groei van het reële
nationale inkomen wordt beperkt door te geringe bestedingen.
Een gevolg van
onderbesteding is conjuncturele werkloosheid. Verruiming van de arbeidsmarkt
kan via loonsverlagingen leiden tot (loon)kostendeflatie.
Een ander mogelijk gevolg
van onderbesteding is bestedingsdeflatie.
- Als de effectieve vraag groter is dan de productiecapaciteit is
er sprake van overbesteding.
De groei van het reële nationale inkomen wordt
beperkt door een te geringe groei van de productiecapaciteit.
Een gevolg van overbesteding
is een overspannen arbeidsmarkt. Verkrapping van de arbeidsmarkt kan via
loonsverhogingen leiden tot (loon)kosteninflatie.
Een ander gevolg van
overbesteding is bestedingsinflatie.
- Als de effectieve vraag gelijk is aan de productiecapaciteit is
er sprake van bestedingsevenwicht.
Bestudeer ook de aantekening over effectieve
vraag en productiecapaciteit.
Als we over een langere
periode kijken dan kunnen we de structurele ontwikkeling (trendmatige groei)
van het reëel nationaal inkomen berekenen door een gemiddelde te nemen.
Er zijn perioden met
afnemende en toenemende groei. De afwijking van het trendmatig gemiddelde
noemen we ook wel conjuncturele ontwikkeling (feitelijke groei).
De onderstaande grafiek is
een schematische weergave van een conjunctuurcyclus.
In een conjunctuurcyclus
kunnen verschillende fasen worden onderscheiden.
- Bij laagconjunctuur
ligt de groei van het reëel nationaal inkomen beneden de trend.
Bij een afnemende groei
beneden de trend is er sprake van een recessie (1).
Een toenemende groei beneden
de trend wordt opleving genoemd (2).
Een recessie kan uitmonden
in een depressie. De groei is dan negatief (beneden de nullijn) en de economie
krimpt.
- Bij hoogconjunctuur
ligt de groei van het reëel nationaal inkomen boven de trend.
Een toenemende groei boven
de trend wordt expansie genoemd (3).
Bij een afnemende groei
boven de trend is er sprake van afzwakking (4).

De overheid streeft ernaar
de conjunctuurcyclus te dempen door anticyclisch begrotingsbeleid.
Als het economisch slecht
gaat (onderbesteding) worden er stimulerende maatregelen genomen: verhoging van
de overheidsbestedingen en verlaging van de belastingen.
Als het economisch goed gaat
(overbesteding) worden er afremmende maatregelen genomen: verlaging van de
overheidsbestedingen en verhoging van de belastingen.
Anticyclische
maatregelen moeten niet verward worden met automatische stabilisatoren.
Automatische
stabilisatoren zijn begrotingsmechanismen die de conjunctuurcyclus afvlakken.
Als
het economisch slechter gaat, zullen de belastingontvangsten automatisch dalen
en de uitgaven voor uitkeringen automatisch stijgen. De terugval van de
economie zal minder worden.
Als
het economisch beter gaat, zullen de belastingontvangsten automatisch stijgen
en de uitgaven voor uitkeringen automatisch dalen. De opleving van de economie
zal minder worden.
De
centrale bank kan de conjunctuur beïnvloeden via het rentebeleid.
Bij
laagconjunctuur kan de centrale bank de bestedingen stimuleren door de rente te
verlagen. Sparen wordt minder aantrekkelijk en lenen om te consumeren en
produceren wordt goedkoper.
Bij
hoogconjunctuur kan de centrale bank de bestedingen afremmen door de rente te
verhogen. Sparen wordt aantrekkelijker en lenen om te consumeren en produceren
wordt duurder.