arb01 ARBEID
Arbeidsmarkt
De arbeidsmarkt is het
geheel van vraag naar en aanbod van arbeid.
Werkgevers vragen arbeidskrachten en werknemers bieden
zich aan als arbeidskracht.
Er zijn bedrijven die groeien
en werkgelegenheid scheppen, waardoor de vraag naar arbeid toeneemt.
Er zijn bedrijven die
krimpen en werkgelegenheid vernietigen, waardoor de vraag naar arbeid afneemt.
We spreken in dit verband
van creatie en destructie van werkgelegenheid.
Het saldo van baancreatie
en baandestructie geeft de verandering in de werkgelegenheid weer.
De arbeidsmarkt is ruim of ontspannen als het
aanbod van arbeid groter is dan de vraag naar arbeid.
De arbeidsmarkt is krap of overspannen als de
vraag naar arbeid groter is dan het aanbod van arbeid.
Als het economisch beter gaat, neemt de kans op
betaald werk toe. Er zullen zich meer mensen aanbieden op de arbeidsmarkt. Dit
is het aanzuigeffect.
Als het economisch slechter gaat, neemt de kans op
betaald werk af. Er zullen zich minder mensen aanbieden op de arbeidsmarkt. Dit
is het ontmoedigingseffect.
Klik hier
voor een pijlenschema over de werking van de arbeidsmarkt.
Arbeidsplaatsen en
werkloosheid
Het aantal beschikbare
arbeidsplaatsen wordt bepaald door de vraag naar arbeid bij volledige
inschakeling van de beschikbare kapitaalgoederen.
Als het aantal beschikbare
arbeidsplaatsen (het potentiële aantal voltijdbanen) groter is dan het aantal
bezette arbeidsplaatsen (het aantal voltijdbanen), is er conjuncturele
werkloosheid. Er is dan onderbesteding en de productiecapaciteit wordt niet
volledig benut.
Als het aantal beschikbare
arbeidsplaatsen kleiner is dan het totale aanbod van arbeid in arbeidsjaren, is
er (kwantitatieve) structurele werkloosheid. Er is dan een tekort aan
beschikbare arbeidsplaatsen en de productiecapaciteit wordt volledig benut.
Flexibilisering van arbeid
Bedrijven willen door een flexibele inzet van
personeel een daling van de loonkosten realiseren.
In de behoefte van bedrijven aan meer
flexibilisering van arbeid kan worden voorzien door werknemers zonder en
werknemers met een vast dienstverband.
- Bij externe flexibiliteit gaat het om de inzet van
personeel zonder een vast dienstverband (flexwerkers).
Werkgevers maken dan gebruik
van uitzendarbeid, thuiswerk, oproepkrachten, arbeidsovereenkomsten
voor bepaalde tijd, detachering en advisering.
- Bij interne flexibiliteit gaat het om de inzet van
personeel met een vast dienstverband.
We maken onderscheid tussen
functionele flexibilisering en flexibilisering van de arbeidstijd.
Functionele flexibilisering
betreft de inzetbaarheid van werknemers op verschillende afdelingen of in
verschillende functies.
Voorbeelden van
flexibilisering van arbeidstijd zijn deeltijdarbeid en variabele werktijden.
Witte, grijze en zwarte arbeid
|
witte arbeid |
grijze arbeid |
zwarte arbeid |
|
legaal |
legaal |
illegaal |
|
formeel (geregistreerd) |
informeel (niet-geregistreerd) |
informeel (niet-geregistreerd) |
|
betaald (geldeconomie) |
onbetaald (parallelle economie) |
betaald (geldeconomie) |