|
Verhaal 19 -
Donderdag 3 juni 1999.
ZON

Fanny houdt van de zon
en Fanny haat de zon.
Ze vindt het heerlijk als de
zon eindelijk na een lange,
barre
koude winter te voorschijnt komt, zalig om
buiten te zijn en
eindelijk eens wat anders aan te
kunnen doen, dan die
dikke
wollen winterkleding.
Het is een genot om weer eens frisse lucht in te
kunnen
ademen,
in plaats van die duffe, muffe lucht
van de
verwarming.
Een half jaar lang binnen opgesloten gezeten en maar
wachten
op het eerste bleke zonnetje dat door het
wolkendek heen zou
kunnen breken, ze voelde zich
dan
ook zeer vrolijk toen ze de
eerste zonnestraal zag. |
|
 |
De
natuur ontluikt uit een diepe
winterslaap, de vogels fluiten er
weer vrolijk op los, Fanny ziet hoe
de bloemen hun knopjes naar de
zon toe draaien om, zoals zij de
eerste zonnestralen op te vangen.
Het gras en de bladeren van de
bomen worden weer groen, Fanny heeft die ellendige gure koude |
winter overleefd en het is weer
heerlijk om buiten te
zijn.
Uren zit Fanny in de warme
aarde van haar tuin te
wroeten
en
haalt ze de dode plantjes die de winter niet
hebben
overleefd
uit
de grond, na hard gezwoegd te
hebben en pijn in haar rug, staat er alles weer gezond
en vrolijk bij. |
Met
een heerlijke mok koffie en een flut roman
gaat
Fanny met de benen omhoog in de stoel zitten
en
geniet met volle teugen van de zon die haar
huid doet
verwarmen.
Maar de dagen worden warmer en warmer, de |
 |
zon klimt hoger en
hoger en het wordt heet, de temperatuur stijgt
naar 30° verrekte gloeiende rot zon.
's Morgens staat de zon al vroeg aan de hemel en Fanny wordt
wakker, omdat die stomme rot zon door de gordijnen heen in
haar ogen schijnt. |
|
 |
Op de
slaapkamer is het benauwd en Fanny
ligt te drijven in haar bed, snel een koude douche nemen,
misschien frist ze daar van
op, ze droogt zich af en terwijl ze haar aan
wil kleden, loopt het water al weer van
Fanny's rug, rot hitte.
De luifels gaan naar beneden en de ramen
blijven dicht, de ventilators draaien op volle
toeren en zorgen voor |
een beetje frisse
lucht.
Toch moet Fanny naar buiten om boodschappen te
doen,
ze
verbrand gloeiend, het lijkt wel of ze
door een
hel loopt,
haar huid wordt zo rood als een tomaat,
terwijl ze nog
geen vijf meter van huis is.
Haar schoenzolen plakken vast aan de bestrating en
haar
ogen
doen zeer van het felle zonlicht.
De bloemen staan zielig met hun knopjes naar beneden
te
verdrogen in de bloembakken...je hoort ze roepen
om een
beetje water...wat Fanny hun nu nog niet kan
geven, ze
moeten
wachten tot de zon onder is.
Het gras is helemaal verdord en de bladeren vallen
van de
droogte naar beneden, de mensen zie je
verkoeling zoeken
in de
schaduw en de mussen
vallen door de hitte van het
dak. |
In de
winkels zijn de frisdranken, salades en
ijs alleen nog maar op bestelling te koop, ze
kunnen de koude gerechten
niet aangesleept
krijgen, het enigste wat Fanny krijgt met dit
weer is een zonnesteek en heel veel
hoofdpijn.
Verkoeling vindt ze alleen nog in de |

|
diepvries, het water dat uit
de kraan komt is
zelfs
lauw en de hitte
dringt het huis binnen, oooooooh wat
haat Fanny op zulke dagen de
ZON.
Wil je mijn andere
verhalen lezen!!!
Klik dan op het boek.

|
|
|