BAHA'I

 BOEDDHISME

CHRISTENDOM

CONFUCIANISME

ECIW

HINDOEÏSME

HUMANISME 

ISLAM

 JAINISME

JODENDOM

MAZDEÏSME

 SIKHS

 SJINTO

TAOÏSME

Sjintô of shinto (Jap., = de weg der geesten of goden), ook sjintoïsme, de inheemse godsdienst van Japan en als zodanig benaming voor een complex van godsdienstige voorstellingen en gebruiken, die in Japan sedert prehistorische tijden zijn overgeleverd.

Voor de Japanner ligt de betekenis van het sjintô daarin, dat hij verbonden blijft met de schone natuur en het heilige vaderland en zijn geschiedenis. In het oude sjintô vindt men geen themata als het probleem van goed en kwaad, noch een verlossingsleer. Pas later is men aan dergelijke vraagstukken enig belang gaan hechten, onder invloed van het boeddhisme, dat in de 6de eeuw n.C. in Japan doordrong. Na strijd tussen beide godsdiensten kwam het tot een verzoening, die theologisch zó geformuleerd werd, dat de boeddha's identiek verklaard werden met de kami's, de Japanse goden. Zo ontstond het Riôbos-sjintô, of tweedelig sjintô. In de Méidji-periode (1868­1912) werd het sjintô aanvankelijk tot nationale godsdienst verheven, later echter als 'staats-sjintô' als nationale moraal voor alle Japanners op de scholen gepropageerd, ter bevordering van de deugden van keizerverering, vaderlandsliefde en opofferingsgezindheid. Dit werd na de Japanse capitulatie in 1945 afgeschaft. Thans bestaat nog het religieuze of sekten-sjintô, dat dertien officieel erkende, zeer verschillende sekten omvat.

© Winkler Prins / Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht