
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Sjintô
of
shinto
(Jap., = de weg
der geesten of
goden), ook
sjintoïsme,
de inheemse
godsdienst van
Japan en als
zodanig
benaming voor
een complex van
godsdienstige
voorstellingen
en gebruiken,
die in Japan
sedert
prehistorische
tijden zijn
overgeleverd.
Voor de
Japanner ligt
de betekenis
van het sjintô
daarin, dat hij
verbonden
blijft met de
schone natuur
en het heilige
vaderland en
zijn
geschiedenis.
In het oude
sjintô vindt
men geen
themata als het
probleem van
goed en kwaad,
noch een
verlossingsleer.
Pas later is
men aan
dergelijke
vraagstukken
enig belang
gaan hechten,
onder invloed
van het
boeddhisme, dat
in de 6de eeuw
n.C. in Japan
doordrong. Na
strijd tussen
beide
godsdiensten
kwam het tot
een verzoening,
die theologisch
zó geformuleerd
werd, dat de
boeddha's
identiek
verklaard
werden met de
kami's, de
Japanse goden.
Zo ontstond het
Riôbos-sjintô,
of tweedelig
sjintô. In de
Méidji-periode
(18681912)
werd het sjintô
aanvankelijk
tot nationale
godsdienst
verheven, later
echter als
'staats-sjintô'
als nationale
moraal voor
alle Japanners
op de scholen
gepropageerd,
ter bevordering
van de deugden
van
keizerverering,
vaderlandsliefde
en
opofferingsgezindheid.
Dit werd na de
Japanse
capitulatie in
1945
afgeschaft.
Thans bestaat
nog het
religieuze of
sekten-sjintô,
dat dertien
officieel
erkende, zeer
verschillende
sekten omvat.
© Winkler Prins / Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht