BAHA'I

 BOEDDHISME

CHRISTENDOM

CONFUCIANISME

ECIW

HINDOEÏSME

HUMANISME 

ISLAM

 JAINISME

JODENDOM

MAZDEÏSME

 SIKHS

 SJINTO

TAOÏSME

Sikhs (Sanskriet, = leerlingen), benaming van de aanhangers van een eind 15de eeuw gestichte religieuze gemeenschap in het noordwesten van India. De stichter en eerste goeroe (= leraar) van de gemeenschap, Nanak (1469­1539), streefde volgens de leringen van Kabir naar een verzoening en vermenging van het hindoeïsme en de islam.

1. KENMERKEN
De Sikh-religie kent slechts één God, over wie men spreekt als SAT NAM, dwz. wiens enige naam de waarheid als het waarachtige zijn is, de schepper van het al, aan wie alles zijn bestaan en kracht ontleend. Zijn wil wordt altijd volbracht. Men neemt de gedachte van reïncarnatie (karma en samsara), zoals die in het hindoeïsme bestaat, geheel over. Zaken als het kastestelsel en de ongelijke positie van de vrouw worden afgewezen; alle mensen zijn gelijk. In de religieuze praktijk valt de nadruk op het juiste handelen (karma-yoga) en de overgave aan God (bhakti-yoga). Men is van mening dat een goeroe als begeleiding op de geestelijke weg nodig is. De leiding van de gemeenschap berustte na Nanak achtereenvolgens bij negen andere goeroes. De tiende goeroe, Gobind, overleed in 1708. Op zijn bevel werd de heilige schrift van de Sikhs, de Adi-Granth, de eeuwige goeroe van de gemeenschap. Het centrum van de Sikhs is Amritsar (Punjab), waar de Gouden Tempel staat en dag en nacht voorgelezen wordt uit het heilige boek.

2. VIJF SYMBOLEN
Elke mannelijke Sikh draagt de vijf symbolen (de vijf k's): lang haar (nooit geknipt, opgebonden onder een tulband), kes; de kam, kanga; de dolk, kirpan; de metalen armband, kade; de lendedoek, kacha. Nadat goeroe Arjun in 1606 op instigatie van de mogolkeizer Jahangir was doodgemarteld, was er sprake van een radicalisering onder de Sikhs. Met name door toedoen van Gobind werden de Sikhs militanter en gingen zij zich op militaire wijze organiseren. Er kwam een religieus-militaire kerngroep, de Khalsa, aan haardracht en toegevoegde naam Singh (= Leeuw) herkenbaar.

3. AUTONOMIE
Tot na 1740 werden de Sikhs door de moslemse gouverneurs vervolgd. Na 1761 slaagden de Sikhs erin een rijk te vestigen in het noordwesten van India, dat na de zgn. Sikh-oorlogen (1845­1849) door de Britten werd geannexeerd. Sindsdien vormen de Sikhs een religieuze gemeenschap, die echter naar staatkundige autonomie streeft en daarom sinds de Indiase onafhankelijkheid herhaaldelijk in botsing kwam met de Indiase regering.
In de jaren tachtig werd het streven naar een eigen staat, Khalistan, sterker; een inval van het Indiase leger in de Gouden Tempel in 1984 betekende een definitief einde van de gematigde krachten.

Binnen de Sikhreligie bestaan verschillende stromingen. Een van deze is ook in het Westen actief en wijdt westerlingen tot Sikh; zij staat bekend als Healthy Happy Holy Organisation, onder leiding van Sri Singh Sahib Harbajan Singh Puri (geb. 1939). Er zijn naar schatting 16 miljoen Sikhs, van wie er ruim 13 miljoen in India woonden. Grote concentraties Sikhs zijn er in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië.

© Winkler Prins / Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht