
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Jainisme
of jaina,
Indische
verlossingsleer,
die tegelijk
met het
boeddhisme in
Noordoost-Indië
ontstond.
De
stichter was
Vardhamana
(gest. ca. 477
v.C.),
bijgenaamd
Mahavira (=
Grote held) of
Jaina (=
Overwinnaar).
De wereld van
de Jaina's is
eeuwig en
onveranderlijk
en wordt niet
door een
Hoogste Wezen
geregeerd of
voortgebracht.
Alle gebeuren
in de wereld
heeft plaats
door het
samenwerken van
eeuwige
substanties
(waaronder de
zielen en de
materie). Doel
van de
Jainistische
heilsleer is de
ziel van alle
materie te
bevrijden en
haar in
volledig
isolement te
verlossen.
Daartoe dient
een leven als
monnik of als
non en het
houden van vijf
geboden,
waarvan de
belangrijkste
is: geen leven
te beschadigen.
Aan het
jainisme heeft
India veel
mooie tempels
te danken.
Bekend is hun
zorg voor en
bescherming van
dierlijk leven.
De invloed van
de thans nog
ca. 2, 6
miljoen Jaina's
is vooral te
danken aan hun
sociale positie
(rijke
kooplieden).
© Winkler Prins / Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht
Het
Jainisme
streeft naar de
verwerkelijking
van de hoogste
perfectie van
de mens, die in
zijn
oorspronkelijke
zuiverheid vrij
is van alle
pijn en de
gebondenheid
aan geboorte en
dood. De term
Jain komt uit
het Sanskriet
jina,
'veroveraar',
en impliceert
het overwinnen
van deze door
de wereld der
verschijnselen
opgelegde
gebondenheid.
Het Jainisme
vindt het niet
belangrijk een
God of enig
wezen te
erkennen dat
hoger staat dan
de perfecte
mens. Zielen
zijn zonder
begin en zonder
einde, eeuwig
individueel.
Het brengt
zielen in drie
brede
categorieën
onder: degenen
die nog niet
zijn gegroeid;
degenen in het
proces van
evolutie en
degenen die
bevrijd zijn,
vrij van
wedergeboorte.
Het Jainisme
heeft sterk
kloosterlijk-ascetische
leringen, zelfs
voor
gezinshoofden.
Het hoogste
ideaal is
ahimsa, gelijke
genegenheid en
eerbied voor
alle leven. De
Jain Agama's
leren grote
eerbied voor
alle vormen van
leven, strikte
codes voor
vegetarisme,
ascetisme,
geweldloosheid
zelfs in
zelfverdediging,
en tegen
oorlog. Het
Jainisme is,
bovenal, een
godsdienst van
liefde en
mededogen.
JAIN GELOOFSPUNTEN
1. Ik geloof in
de geestelijke
lijnopvolging
van de 24
Tirthankara's
waarvan de
ascetische
wijze Mahavira
de laatste was
- dat zij
eerbiedigd en
aanbeden dienen
te worden boven
al het andere.
2. Ik geloof in
de heiligheid
van alle leven,
dat men een
einde moet
maken aan het
kwetsen van
bewuste
schepsels,
groot en klein,
en dat zelfs
onbedoeld doden
karma
schept.
3. Ik geloof
dat God noch
Schepper, Vader
of Vriend is.
Zulke
menselijke
concepten zijn
beperkt. Alles
dat over Hem
gezegd kan
worden is: Hij
is.
4. Ik geloof
dat de ziel van
elke mens
eeuwig en
individueel is,
en dat ieder
zichzelf op
eigen kracht
moet overwinnen
en het
wereldlijke aan
het hemelse
ondergeschikt
moet maken om
moksha,
of bevrijding,
te bereiken.
5. Ik geloof
dat de
overwinning op
zichzelf alleen
bereikt kan
worden in
ascetische
discipline en
strikt
religieuze
naleving, en
dat
niet-asceten en
vrouwen hun
bevrijding in
een ander leven
zullen hebben.
6. Ik geloof
dat het
principe dat de
opeenvolging
van levens
beheerst
karma is,
dat onze daden,
zowel goed als
slecht, ons
bindt en dat
karma
alleen opgelost
kan worden door
zuivering,
boetedoening en
soberheid.
7. Ik geloof in
de Jain
Agama's en
Siddhanta's
als de heilige
geschriften die
het morele en
geestelijk
leven van de
mens leiden.
8. Ik geloof in
de Drie
Juwelen: juiste
kennis, juist
geloof en juist
gedrag.
9. Ik geloof
dat het
uiteindelijke
doel van
moksha de
eeuwige
bevrijding van
samsara,
"wiel van
geboorte en
dood" is, en de
tegelijk komend
met de
bereiking van
Hoogste Kennis.