Humanisme [levensbeschouwing], ook modern humanisme, een levensbeschouwing die mens en mensheid als grondslag en doel van alle geestelijk streven in wetenschap, kunst en religie tracht te begrijpen, en niet het aanwijzen van een doel buiten dit leven.


1. HUMANISME EN CHRISTENDOM
Het humanisme is de voortzetting van een eeuwenoude traditie, een die ouder is dan het christendom, waarmee zij in het Westen overigens op een eigenaardige wijze verstrengeld is in een voortdurend proces van aantrekking en afstoting. Zeker is, dat in het verleden de humanisten veelal christenen waren, en nu nog is het humanistisch christendom een belangrijke stroming in het vrijzinnig protestantisme. Maar met de moderne verwereldlijking is er weer een niet-christelijk humanisme ontstaan, dat men wel aanduidt met de term modern humanisme. Ook dit moderne humanisme wortelt in de geschiedenis van het oude humanisme, waarvan de hoogtepunten, zowel in de 'heidense' als in de 'christelijke' perioden, steeds vallen op de kentering der tijden. Het heeft daarbij een eigenaardige tussenpositie ingenomen: niet als verdediger van het oude, maar ook niet alleen als afbreker; wel ingebed in de vernieuwing, maar tegelijk gericht op handhaving van echte menselijke waarden.

Ook het moderne humanisme staat in deze positie. De vraag die het stelt, is hoe de moderne mens het bestaan zin kan geven en zinvol kan ervaren. Voor moderne humanisten kan het antwoord niet bestaan in het aanwijzen van een doel buiten dit leven. Zij betwisten niet dat een mens het zijn op allerlei manieren beleven kan. Voor vele humanisten is die beleving zelfs een religieuze ondervinding. Maar deze ondervinding verschaft geen nieuwe kennis van de werkelijkheid. Moderne humanisten ontkennen ook niet de mogelijkheid van het zijn van God, maar zij hebben daarvan geen ervaring. En meestal achten zij het verwarrend om het zijn of het onkenbare 'God' te noemen. Daarom baseren zij hun overtuiging op de menselijke werkelijkheid in haar toevalligheid en mogelijkheid. Daarin moeten de mensen hun leven vorm geven, in het besef dat zij tezamen opduiken in het bestaan. Zij zijn op elkaar aangewezen en kunnen met elkaar in verstandhouding treden op grond van een overeenkomstige lichamelijke organisatie en bewustzijnsstructuur. In dat opzicht zijn zij gelijk en deze menselijke samenhang kan het leven de moeite waard maken.

2. VERSCHEIDENHEID BINNEN HET HUMANISME
Binnen de humanistische denkwereld bestaat er een grote verscheidenheid, die aanknoopt bij de geschakeerde humanistische traditie. Het evolutionair humanisme knoopt aan bij de biologische uitzonderlijkheid van de mens met zijn begripsmatig denken (Julian Sorell Huxley). Het psychologisch humanisme beklemtoont de menselijke creativiteit in samenhang met medemensen als een voorwaarde voor geestelijke gezondheid (Erich Pinchas Fromm). Het sociaal humanisme ziet mens, gemeenschap en natuur in een samenhangend geheel en beoogt de integratie van alle drie (Mahabendra Nath Roy). Marxistisch humanisme vindt zijn uitgangspunt in de vervreemding van de mens van zichzelf en anderen en stelt een praxis aan de orde waarin persoonlijke gevoelens en maatschappelijke werkelijkheid samenvloeien (Adam Schaff). Het wetenschappelijk (wijsgerig) humanisme vertrouwt op de menselijke ontplooiingsmogelijkheden door gebruik te maken van de resultaten en methoden van de wetenschap (John Dewey). Ook het rationalisme en het logisch-positivisme geven aanleiding tot een empirisch georiënteerd humanisme (H.J. Blackham). Andere humanisten oriënteren zich op de kantiaanse ethiek (Felix Adler) of op het moderne existentialisme (Jean-Paul Sartre, Karl Jaspers).

Al deze onderscheidingen zijn uiteraard schematisch. Zij vloeien in elkaar over. En bij alle verschil in uitgangspunt duikt steeds de vraag op naar de betekenis van het menselijk leven. Het moderne humanisme zoekt die betekenis in de menselijke samenhang. De moderne wereld wordt gekenmerkt door de verbrokkeling van de sociale verbanden, de verarming van de menselijke contacten, de eenzaamheid van de enkeling. Daartegenover stelt het moderne humanisme de visie van zelfbestemming in verbondenheid, die de mens in staat stelt zichzelf en zijn omgeving te veranderen.

© Winkler Prins / Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht

BAHA'I

 BOEDDHISME

CHRISTENDOM

CONFUCIANISME

ECIW

HINDOEÏSME

HUMANISME 

ISLAM

 JAINISME

JODENDOM

MAZDEÏSME

 SIKHS

 SJINTO

TAOÏSME