BAHA'I

 BOEDDHISME

CHRISTENDOM

CONFUCIANISME

ECIW

HINDOEÏSME

HUMANISME 

ISLAM

 JAINISME

JODENDOM

MAZDEÏSME

 SIKHS

 SJINTO

TAOÏSME

 

Het wezen van de Islam bestaat uit vrede, barmhartigheid, genade en tolerantie; dat twist, geweld en terreur diens essentie vreemd zijn; dat verder alle godsdiensten deze grondbeginselen gemeen hebben en derhalve alle strijd achterwege gelaten moet worden opdat we onze door oorlogen en twisten gekwelde aarde naar een vredige en gelukkige toekomst kunnen dragen.

Islam en Dialoog: www.xs4all.nl/~siend

Islam (Arab., = overgave, nl. aan Allah), duidt de grondhouding van de mens tegenover Allah (Arab., = de God) aan, zoals deze in de koran en in de uitspraken van de profeet Mohammed wordt aangeprezen. Zodoende is het de naam geworden van de godsdienst die zich op de koran en Mohammed baseert. Het woord moslim (muslim, moslem, muzelman) betekent 'iemand die zich overgeeft' en daardoor behoort tot de islamitische godsdienst. De termen mohammedaan en mohammedanisme kennen aan de mens Mohammed een te centrale plaats toe en worden daarom doorgaans door de moslims afgewezen.

De islam is de jongste van de drie monotheïstische godsdiensten; hij sluit aan bij de joodse en christelijke tradities en presenteert zichzelf als de voltooiing van de ene monotheïstische openbaring, waarbinnen Abraham als vader van alle gelovigen een centrale plaats inneemt.

1. WORDINGSGESCHIEDENIS
De wordingsgeschiedenis van de islam is uit verschillende historische bronnen relatief goed bekend. Rond het jaar 610 ervoer de toen ongeveer veertigjarige Mohammed zijn geroepen-zijn tot profeet. Tot het jaar 622 trad hij op in zijn vaderstad Mekka, een centrum van de oude polytheïstische Arabische godsdienst en van de karavaanhandel. Hij riep op tot geloof in de ene God, die de wereld heeft geschapen en bij het komende oordeel de mens zal oordelen naar zijn daden om hem daarna te belonen in het paradijs of te straffen in het hellevuur.

Met name reageerde Mohammed op het onrecht dat hij om zich heen zag en als wees ook aan den lijve had ervaren. Daarnaast sprak hij over Gods goedheid ten opzichte van de mens, waarop de mens met 'overgave' en rechtvaardigheid moet antwoorden. In een latere periode sprak hij ook over de vroegere profeten uit de joodse, christelijke en Arabische geschiedenis; de gebeurtenissen uit hun leven werden de tijdgenoten van Mohammed als spiegel voorgehouden. De teksten die Mohammed verkondigde als door God aan hem geopenbaard, zijn verzameld in de koran.

De prediking van Mohammed in Mekka stuitte op groot verzet en had slechts weinig succes. Toen hem in 622 de kans werd geboden naar Medina te vertrekken, verbrak hij de traditionele stambanden die hem aan Mekka bonden (hidjra) en vestigde hij zich met een zeventigtal aanhangers in zijn nieuwe woonplaats. Deze gebeurtenis wordt als begin van de islamitische jaartelling genomen.

In Medina kwam Mohammed in rechtstreeks contact met de daar wonende joodse bevolkingsgroepen. Aanvankelijk zocht hij, vanuit zijn geloof in de gemeenschappelijke traditie, aansluiting bij hun gebruiken. Toen zij hem en zijn boodschap echter afwezen en hem wezen op het verschil tussen de tekst van de bijbel en die van zijn openbaringen, concludeerde hij dat de joden (en de christenen) hun heilige boeken hadden vervalst en zelf hun godsdienst ontrouw waren geworden. Daarom keerde hij zich van hen af om meer nadruk te gaan leggen op het eigen Arabische karakter van de islam: de Ka'ba (het heidense heiligdom in Mekka) werd het huis van God genoemd, gebouwd door Abraham (Arab.: Ibrahim), en de moslims spraken sindsdien hun rituele gebed (salat) uit met het gezicht naar deze Ka'ba. Toen enkele jaren later Mekka door de moslims was ingenomen, voerde Mohammed de traditionele riten van de Mekkaanse bedevaart (hadj) uit en maakte deze zodoende tot een onderdeel van de islam.
Door de niet-joodse stammen in Medina werd Mohammed allengs geaccepteerd als profeet en als plaatselijke leider; van hieruit verbreidde de islam zich en toen Mohammed in 632 stierf, was een groot deel van het Arabische schiereiland tot de islam overgegaan. De gemeenschap die Mohammed had gesticht, werd op theocratische wijze geleid, op basis van de concrete richtlijnen die de profeet in zijn openbaringen had ontvangen.

2. VERBREIDING
Na de dood van de profeet heeft de verbreiding van de islam zich zeer snel voortgezet. De oorlogen tussen Byzantijnen (zie Byzantijnse Rijk) en Perzen hadden beide grote rijken uitgeput en de christenheid was door de scheuringen, veroorzaakt door de discussies rond de persoon van Jezus, zozeer innerlijk verdeeld geraakt, dat de Arabische legers weinig moeite hadden om de christelijke gebieden van het Nabije Oosten, Egypte en Noord-Afrika te veroveren. De afkeer van het Byzantijnse bestuur maakte dat de Arabische legers soms zelfs als bevrijders werden ingehaald.

De veroveringsoorlogen, die vooral onder de tweede en de derde kalief (opvolger van Mohammed), resp. Omar (634­644) en Othman (644­656), tot grote expansie leidden, waren niet uitsluitend godsdienstig van aard. Ook politieke, sociale en economische factoren speelden hierbij een rol. Wel zorgde de islam voor het noodzakelijke elan en de vereiste eensgezindheid. Een eeuw na de dood van Mohammed was het gebied van Spanje, Noord-Afrika, Egypte, het Nabije Oosten en Perzië, tot het moderne Pakistan en Afghanistan toe, vast in handen van de islamitische heersers; en het was diep in Frankrijk, bij Poitiers, dat precies een eeuw na de dood van de profeet voor het eerst een islamitisch expeditieleger werd verslagen.

Bekering tot de islam werd niet met geweld of onder bedreiging afgedwongen; in de veroverde gebieden werkten, naast de persoonlijke geloofsovertuiging, ook de economische en andere privileges die moslims genoten, eraan mee dat steeds meer bewoners zich bekeerden tot de islam.
Ook in latere tijden zette de verspreiding van de islam zich door, zowel door militaire veroveringen (India) als door het toenemen van de handel (Afrika, Indonesië). Vanaf de 15de eeuw werd nog eenmaal het hart van Europa militair bedreigd: het jonge Turkse Rijk veroverde in 1453 Constantinopel en breidde zich uit tot diep in Europa. Aan deze dreiging kwam begin 20ste eeuw definitief een eind.
Ook op het ogenblik groeit het aantal moslims nog steeds; i.o.d. in de als gevolg van het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zelfstandig geworden Arabische republieken kan de islam zich weer uitbreiden. Ook bijv. in de Verenigde Staten is onder de zwarte bevolking een groeiende populariteit van de islam (zie o.a. Black Muslims).
Het totale aantal moslims wordt in de jaren negentig geschat op ruim één miljard; hiermee is de islam met ruim 19% van de wereldbevolking na het christendom de tweede wereldgodsdienst.
De meeste moslims wonen in een gebied dat zich, grotendeels ten noorden van de evenaar, uitstrekt van Marokko in het westen tot Indonesië in het oosten en waarvan de grootste bevolkingscentra worden gevormd door de Arabische wereld, Turkije, de Turkse Centraal-Aziatische republieken, Iran, Pakistan, Bangladesh en Indonesië.
Als gevolg van migratie zijn er in de meeste West-Europese landen in de jaren zeventig en tachtig grote islamitische gemeenschappen ontstaan.

3. GELOOF
Het geloof wordt samengevat in de oudste geloofsbelijdenis van de islam: 'Ik getuig, dat er geen god is behalve God; ik getuig, dat Mohammed Gods boodschapper is.' God is de enige god en binnen zijn wezen bestaat er ook geen enkel onderscheid tussen bijv. meer personen. Hij is de Schepper van de wereld, die aan het eind van de geschiedenis elke mens persoonlijk zal oordelen. Tijdens de loop van de geschiedenis bestuurt Hij de wereld; niets gebeurt er buiten zijn wil en zijn beslissing om. Voor de mens blijft Hij uiteindelijk onbereikbaar, zijn transcendentie is absoluut; dit wordt beklemtoond door het geloof in de engelen, die o.a. als tussenwezens tussen God en wereld functioneren. Zijn houding ten opzichte van de wereld wordt uiteindelijk bepaald door zijn goedheid (rahma), waardoor Hij in zijn voortdurende zorg voor de mens hem alles geeft wat deze nodig heeft.

Mohammed is als Gods profeet slechts een mens die een boodschap doorgeeft. Vóór hem zijn er vele andere profeten geweest, die allen een in principe gelijke boodschap brachten: de oproep tot geloof in de ene God en tot rechtvaardigheid in de menselijke samenleving. Sommigen onder deze profeten brachten een 'boek': de aan hen geopenbaarde teksten werden opgeschreven. De belangrijkste boeken zijn: de thora van Mozes (Moesa), het Boek der psalmen van David (Dawoed), het evangelie van Jezus (Isa) en de koran van Mohammed. Zo is de God van de islam de ene God, die zich ook binnen de joodse en de christelijke traditie heeft geopenbaard en zo vormen de huidige boeken van joden en christenen in hun oorspronkelijke vorm een onderdeel van het geloofsgoed van de islam. Mohammed is de laatste profeet en zijn boodschap is dan ook de afsluiting van de gehele monotheïstische openbaring.
Traditioneel wordt het geloof ook wel in zes punten samengevat: God, zijn engelen, zijn profeten, zijn heilige boeken, de laatste dag met het oordeel, Gods bepaling van alles wat de mens overkomt.
De plichten van de mens tegenover God worden wel de vijf pijlers of zuilen genoemd waarop de islam (de overgave van de mens aan God) is gebouwd. Het zijn: de getuigenis (sjahada) dat er geen god is behalve God en dat Mohammed Gods boodschapper is; het rituele gebed (salat) dat de moslim vijfmaal per dag verricht met het gezicht naar Mekka en dat bestaat uit het verrichten van vastgestelde handelingen, zoals buigingen en het reciteren van voorgeschreven teksten; de religieuze belasting (zakat), die bestemd wordt voor reeds in de koran opgesomde doeleinden; het vasten (sawm) gedurende de ca. dertig dagen van de maand ramadan van de dageraad tot zonsondergang; de bedevaart (hadj) naar Mekka eenmaal in het leven voor wie daartoe in staat is.
Behalve deze plichten direct tegenover God kent de islam ook een ethiek van de intermenselijke relaties, waarin de rechtvaardigheid en de overtuiging dat alle gelovigen broeders zijn, centraal staan.

4. THEOLOGISCH SYSTEEM
Het theologisch systeem van de islam werd aanvankelijk geheel gebouwd op de tekst van de koran en op de traditie (hadith), het totaal van uitspraken van de profeet en verhalen over zijn doen en laten. In de 9de eeuw werden de zeer vele in omloop zijnde tradities aan een nauwkeurig onderzoek onderworpen en degene die als authentiek werden erkend, werden verzameld in grote canonieke verzamelingen.
Eveneens in de 9de eeuw kwamen de werken van de klassieke Griekse filosofen in vertaling beschikbaar; dit heeft de opkomst van een rationele theologie sterk bevorderd. Met hun opkomen voor de rechten van het menselijk verstand, de absolute eenheid van God en de vrijheid en verantwoordelijkheid van de mens kwamen deze moe'tazilieten in strijd met diegenen die zich slechts op koran en traditie baseerden. De theoloog al-Asj'ari (gest. 935) wist de theologische strijd voorlopig ten nadele van de moe'tazilieten te beslechten.
Afgezien van een hervormingsbeweging die rond het begin van de 20ste eeuw vooral in Egypte en Voor-Indië een zuivering van de islam en een terugkeer naar de bronnen voorstond, heeft er binnen de islam geen nieuwe vorm van theologie verbreiding gevonden.

5. MYSTIEK
De mystiek heeft sinds de 8ste eeuw haar intrede gedaan in de islam. Christelijke en hindoeïstische invloeden hebben daarbij mede een rol gespeeld. Het beeld van een absoluut transcendente God en de nadruk op de vervulling van de wetsvoorschriften, centrale ideeën binnen de orthodoxe islam, hebben het voor de mystici vaak uiterst moeilijk gemaakt. Ondanks onderdrukking en terechtstellingen bleven mystici (in het Arabisch soefi's genaamd, niet te verwarren met de moderne Soefi-beweging) hun overtuiging verkondigen.
De Perzische geleerde Aboe Hamid Mohammed Al-Ghazali heeft ten slotte een gematigde vorm van mysticisme door de orthodoxie laten accepteren als onderdeel van het theologisch systeem en de leer van het geestelijk leven. Vooral na zijn optreden kwamen overal in de islamitische wereld broederschappen (tarika's) op. De leden van deze meestal sterk hiërarchisch georganiseerde orden worden wel derwisjen genoemd. Soms leefden zij samen in een gemeenschappelijk gebouw, meestal kwamen de leden (gehuwd en met normale maatschappelijke werkzaamheden) slechts voor plechtigheden of retraites bijeen. Binnen deze broederschappen, die vaak tot massabewegingen werden, kwamen de emotionele elementen van de godsdienstbeleving, die binnen de islam weinig plaats krijgen, volledig tot hun recht. Ondanks de teruggang van hun invloed en het verbod van bijeenkomsten in Turkije zijn de broederschappen nog steeds actief.

6. LEIDERSCHAP
Het leiderschap binnen de islamitische gemeenschap heeft uiteindelijk geleid tot splitsingen en sektevorming. De meerderheid van de moslims, de soennieten, gaat uit van een 'democratisch' leiderschap: elke gelovige is gelijk tegenover God, priesterschap of middelaarsfuncties tussen God en mens zijn onverenigbaar met de islam, de oelama zijn dan ook niet meer dan deskundigen op het gebied van het islamitisch recht. Voor de sji'ieten berust er een speciaal charisma binnen de familie van de profeet Mohammed; uit zijn familie zijn de onfeilbare imams voortgekomen, die met een door God gegeven autoritair leiderschap de gemeenschap behoren te besturen.

7. SEKTEVORMING
Na de dood van de derde kalief, Othman (656), begint de sektevorming wanneer Ali, neef en schoonzoon van Mohammed, tot kalief wordt gekozen, een beslissing die aangevochten wordt door Moe'awija uit het Mekkaanse geslacht van de Omajjaden. De sji'ieten (aanhangers van Ali) splitsen zich af en van hen splitsen zich weer de charidjieten af.
In de loop van de geschiedenis zijn de sji'ieten in een aantal sekten verdeeld geraakt, waarvan de isma'ilieten een eigen kalifaat in Caïro hebben gevestigd (de Fatimidendynastie van 969 tot 1170) en revolutionaire bewegingen als karmaten en assassijnen hebben voortgebracht. De imamieten vormen de grote meerderheid van de bevolking van Iran en sinds de 16de eeuw tot nu toe is deze tak van de islam daar de staatsgodsdienst.
Op het moment is ca. 90% van de moslims soenniet, de resterende 10% sji'iet op een kleine groepering charidjieten in Oman en Noord-Afrika na. Sji'ieten vindt men vooral in Iran, Irak (ca. 55% van de bevolking), Syrië, Libanon, Palestina en Jemen. Van de sji'ieten hebben zich in de 11de eeuw de Druzen (Syrië, Libanon en Palestina) afgescheiden.
In het midden van de 19de eeuw ontstond in Perzië het babisme als een sji'itische vernieuwingsbeweging, waaruit uiteindelijk de bahá í-religie is voortgekomen. Binnen de gemeenschap van de soennieten hebben zich geen afsplitsingen voorgedaan, hoewel ook daar puriteinse en modernistische stromingen bestaan.
De bekendste puriteinse beweging is die van de wahhabieten, ontstaan in de 18de eeuw in Centraal-Arabië en nu nog de officiële leer van Saoedie-Arabië. De in de 19de eeuw in Voor-Indië ontstane Ahmadiyya-beweging, die een sterk missionair karakter heeft, wordt door officiële islamitische instanties met argwaan bekeken.


8. HET ISLAMITISCH REVEIL
In de 19de eeuw beleefde de islam het dieptepunt van zijn geschiedenis. De koloniale machten veroverden grote delen van de islamitische wereld, andere landen moesten inmenging in hun binnenlandse politiek toestaan. Naast een beweging die aanpassing aan westerse patronen voorstond en een westerse vorm van nationalisme overnam, ontstond er ook een panislamitisch ideaal: door zuivering van de islam, terugkeer naar de traditionele waarden en eenheid van alle moslims zou het glansrijke verleden van de islamitische wereld kunnen herleven. Na lange tijd op de achtergrond te zijn gebleven, is dit ideaal vanaf de jaren zeventig duidelijk op de voorgrond getreden. De Iraanse revolutie van 1979 is daarvan zowel een symptoom als een verdere stimulerende factor (zie ook Iran).
Het begin van de 15de eeuw van de islamitische jaartelling (21 nov. 1979 begon het jaar 1400) is voor vele moslims het begin van een periode van een religieus en ethisch reveil en van groeiende invloed van de islam op de maatschappij en de staat. De jaren tachtig en negentig hebben een duidelijke opleving van de politieke islam te zien gegeven, die in sommige landen (Pakistan, Soedan, Afghanistan) heeft geleid tot islamitische regimes die de islamitische wet weer hebben ingevoerd. In andere landen (bijv. Egypte, Turkije, Tunesië, Indonesië) is de islamitische oppositie steeds meer een factor van betekenis geworden. Radicale islamitische splintergroepen (fundamentalisten) hebben bij verschillende gelegenheden gepoogd met geweld de macht te grijpen of proberen door bloedige terreuracties zoals het FIS, en zijn gewapende arm de GIA, in Algerije de politiek te beïnvloeden.
De eenheid en saamhorigheid van de islamitische wereld vindt geen uitdrukking meer in een internationaal leiderschap. Wel is in 1971 de Islamitische Conferentie opgericht, een samenwerkingsverband van 38 islamitische staten, o.a. resulterend in de jaarlijkse bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken. Een sterke bindende factor is daarnaast de bedevaart naar Mekka, die jaarlijks door meer dan een miljoen gelovigen uit de gehele wereld gezamenlijk wordt verricht.

9. NEDERLAND
Na 1945 werd, missionair gezien, aanvankelijk pionierswerk verricht door de uit Pakistan gekomen twee takken van de heterodoxe Ahmadiyya-beweging, waarvan één tak sedert 1956 over een eigen moskee beschikt in Den Haag. Enkele honderden Molukse moslims, afkomstig uit het voormalige KNIL (Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger), kregen in 1955 in een woonoord in Balk (Fr.) een houten moskee. Na de sluiting van het kamp (1969) vestigden ze zich in Ridderkerk en Waalwijk; in Ridderkerk werd op 1 okt. 1984 een door het ministerie van WVC (Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur) bekostigde nieuwe moskee geopend.
Toen de Nederlandse overheid na 1970 aan gezinsleden van buitenlandse werknemers uit o.m. Marokko en Turkije toestemming gaf om over te komen, groeide het aantal moslims sterk. In 2004 bevonden zich ca. 900.000 moslims in Nederland. Na de rooms-katholieken, hervormden en gereformeerden vormden de moslims in Nederland in omvang het vierde kerkgenootschap. De moslims zijn in meerderheid afkomstig uit Turkije, Marokko en Suriname (Hindoestanen). De laatste jaren zijn er ook moslimasielzoekers gekomen uit bijv. Irak en Somalië. De overgrote meerderheid zijn soennieten. Alleen uit Irak zijn ook sji'ieten afkomstig. Ook groeit het aantal gebedshuizen. In Zaandam staat de Sultan-Ahmetmoskee, gebouwd in 1994, die ruimte biedt aan 2000 personen en hiermee de grootste moskee is van de Turks-islamitische gemeenschap in West-Europa.
De institutionalisering van de moslimgemeenschap verloopt meestal volgens indelingen naar etnische en religieuze groeperingen, waarvan de oorsprong in de landen van herkomst ligt. Men beschikt over eigen bureaus, voorgangers en publicaties. De grootste overkoepelende instantie is de NMR (Nederlandse Moslim Raad), opgericht in 1992. Deze raad is een bundeling van elf islamitische organisaties en heeft zendtijd bij de NMO (Nederlandse Moslim Omroep).

10. BELGIË
België telt ca. 300.000 moslims. De meeste van hen zijn van Marokkaanse oorsprong, een ander groot deel zijn Turken. De moslims in België zijn dan ook bijna allen soenniet. Sedert de erkenning van de 'besturen belast met het beheer van de temporaliën van de islamitische eredienst' bij de Wet van 19 juli 1974 gold het Islamitisch en Cultureel Centrum (ICC), geleid door de imam van de Grote Moskee te Brussel, als de officiële islamitische gesprekspartner van de regering. Ook zou er een Hoge Raad voor de Islam worden opgericht, waarvoor verkiezingen zouden worden gehouden. Na een conflict tussen het ICC en de Belgische overheid stelde deze laatste in 1990 een Raad van Wijzen aan, waarin alle belangrijke islamitische stromingen waren vertegenwoordigd. Deze Raad heeft begin jaren '90 gefunctioneerd, maar is inmiddels opgeheven. Thans functioneert de Hoge Raad voor de Islam, waarvoor inmiddels inderdaad verkiezingen zijn gehouden.

SOEFISME