
Niets werkelijks kan bedreigd worden. Niets onwerkelijks bestaat. Hierin ligt de vrede van God.
Zo begint Een cursus in wonderen. Hij maakt een fundamenteel onderscheid tussen het werkelijke en het onwerkelijke, tussen kennis en waarneming. Kennis is waarheid, opererend onder n wet, de wet van de liefde of van God. De waarheid is onveranderlijk, eeuwig en eenduidig. Ze kan onopgemerkt blijven, maar ze kan niet worden veranderd. Ze geldt voor alles wat God geschapen heeft, en alleen wat Hij geschapen heeft is werkelijk. Ze gaat wat geleerd kan worden te boven, want ze ligt buiten het bereik van tijd en processen. Ze heeft geen tegendeel, geen begin en geen einde. Ze is eenvoudig. De wereld der waarneming daarentegen is de wereld van tijd, van verandering, van begin en einde. Ze is op interpretatie, niet op feiten gebaseerd. Het is een wereld van geboorte en dood, gegrondvest op het geloof in schaarste, verlies, afscheiding en dood. Ze werd aangeleerd in plaats van gegeven, ze is selectief en fragmentarisch in haar waarneming, instabiel in haar functioneren en onnauwkeurig in haar interpretaties. Vanuit kennis en waarneming ontstaan respectievelijk twee onderscheiden denksystemen die in elk opzicht tegengesteld zijn. In het domein van kennis bestaan er geen gedachten los van God, omdat God en zijn schepping één Wil met elkaar delen. De wereld der waarneming echter is gemaakt door het geloof in tegenstellingen en afzonderlijke willen, eeuwig in conflict met elkaar en met God. Wat waarneming ziet en hoort lijkt werkelijkheid te zijn, omdat ze alleen tot het bewustzijn toelaat wat overeenkomt met de wensen van de waarnemer. Dit leidt tot een wereld van illusies, een wereld die onophoudelijk verdedigd moet worden omdat ze niet werkelijk is. Wanneer je gevangen bent in de wereld der waarneming ben je in een droom gevangen. Zonder hulp kun je niet ontsnappen, want alles wat je zintuigen je tonen getuigt slechts van de werkelijkheid van de droom. God heeft het Antwoord, de enige Uitweg, de ware Helper verschaft. Het is de functie van Zijn Stem, Zijn Heilige Geest om te middelen tussen de twee werelden. Hij kan dat, omdat Hij aan de ene kant de waarheid kent en aan de andere kant ook onze illusies herkent, maar zonder daarin te geloven. Het is het doel van de Heilige Geest ons te helpen ontsnappen uit de droomwereld door ons te leren ons denken om te keren en onze vergissingen af te leren. Vergeving is het grote leermiddel dat de Heilige Geest gebruikt om deze omkeer in het denken tot stand te brengen. De Cursus heeft echter zijn eigen definitie van wat vergeving werkelijk is, precies zoals hij de wereld op zijn eigen wijze definieert. De wereld die wij zien weerspiegelt slechts ons eigen innerlijk referentiekader `de ideeën, wensen en emoties die de overhand hebben in onze geest'. `Projectie maakt waarneming.' (T-13.V.3:5; T-21.Inl.1:1). Eerst kijken we naar binnen, besluiten welke wereld we willen zien en vervolgens projecteren we die wereld naar buiten, en maken haar tot de waarheid zoals wij die zien. We maken die waar door onze interpretaties van wat we zien. Als we waarneming gebruiken om onze eigen vergissingen te rechtvaardigen `onze woede, onze neiging tot aanvallen, ons gebrek aan liefde in welke vorm ook', dan zien we een wereld van slechtheid, verwoesting, kwaadaardigheid, afgunst en wanhoop. Dat alles moeten we leren vergeven, niet omdat we `lief en aardig' zijn, maar omdat niet waar is wat we zien.
We
hebben de
wereld door
onze verwrongen
verdedigingsmechanismen
vervormd en
zien daarom wat
er niet is.
Naarmate we
leren onze
waarnemingsfouten
te herkennen,
leren we ook
eraan voorbij
te zien of te
`vergeven'. Op
hetzelfde
moment vergeven
we onszelf, en
kijken we
voorbij ons
verwrongen
zelfbeeld naar
het Zelf dat
God in ons en
als ons
geschapen
heeft. Zonde
wordt
gedefinieerd
als `het
ontbreken van
liefde'
(T-1.IV.3:1).
Aangezien
liefde het
enige is wat
bestaat, is
zonde in de
visie van de
Heilige Geest
een vergissing
die moet worden
gecorrigeerd,
in plaats van
een kwaad dat
moet worden
bestraft. Ons
gevoel van
ontoereikendheid,
zwakte en
onvolledigheid
komt voort uit
een grote
investering in
het
`schaarsteprincipe'
dat de hele
wereld van
illusies
regeert. Vanuit
dit
gezichtspunt
zoeken we in
anderen wat we
menen zelf te
missen. We
`houden van'
een ander
teneinde zelf
iets te
krijgen. In
feite is dat
het wat in de
droomwereld
voor liefde
doorgaat. Een
grotere
vergissing is
niet mogelijk,
want liefde is
niet in staat
ergens om te
vragen.
Alleen in de
geest kan men
zich werkelijk
verenigen en
wie God
verbonden heeft
kan geen mens
scheiden
(T-17.III.7:3).
Ware eenheid is
echter alleen
op het niveau
van de
Christusgeest
mogelijk en is
feitelijk nooit
verloren
gegaan. Het
`kleine ik'
streeft ernaar
zichzelf te
vergroten door
uiterlijke
goedkeuring,
uiterlijke
bezittingen en
uiterlijke
`liefde'. Het
Zelf dat God
geschapen
heeft, heeft
niets nodig.
Het is voor
eeuwig
compleet,
veilig en
bemind en heeft
eeuwig lief.
Het kent geen
behoeften en
wil zich met
anderen
verbinden
vanuit een
wederzijds
bewustzijn van
overvloed.
De speciale
relaties van de
wereld zijn
destructief,
zelfzuchtig en
kinderlijk
egocentrisch.
Desondanks
kunnen deze
relaties, als
ze aan de
Heilige Geest
worden gegeven,
tot het
heiligste ter
wereld worden:
de wonderen die
de weg voor de
terugkeer naar
de Hemel
wijzen. De
wereld gebruikt
haar speciale
relaties als
een beslissend
wapen van
uitsluiting en
als
demonstratie
van
afgescheidenheid.
De Heilige
Geest vormt ze
om tot
volmaakte
lessen in
vergeving en in
ontwaken uit de
droom. Elke les
is een
gelegenheid om
waarnemingen te
laten genezen
en vergissingen
te laten
corrigeren.
Elke les is een
nieuwe kans om
jezelf te
vergeven door
een ander te
vergeven. En
elke les wordt
een nieuwe
uitnodiging aan
de Heilige
Geest en de
herinnering van
God.
Waarneming is
een functie van
het lichaam en
vertegenwoordigt
daarom een
begrenzing van
het bewustzijn.
Waarneming ziet
met de ogen van
het lichaam en
hoort met de
oren van het
lichaam. Ze
roept de
beperkte
reacties op die
het lichaam
produceert. Het
lichaam lijkt
in hoge mate
zelfsturend en
onafhankelijk,
maar in feite
reageert het
alleen op de
intenties van
de geest. Als
de geest het
lichaam wil
gebruiken voor
enige vorm van
aanval, valt
het lichaam ten
prooi aan
ziekte,
ouderdom en
verval.
Als de geest
daarentegen de
bedoeling die
de Heilige
Geest ermee
heeft,
aanvaardt,
wordt het een
nuttig middel
om met anderen
te
communiceren,
onkwetsbaar
zolang het
nodig is, en
zachtjes
terzijde gelegd
wanneer het
niet langer van
nut is. Op
zichzelf is het
neutraal, zoals
alles in de
wereld der
waarneming. Of
het benut wordt
voor de doelen
van het ego of
die van de
Heilige Geest
hangt totaal af
van wat de
geest wil. Het
tegendeel van
zien met de
ogen van het
lichaam is de
visie van
Christus, die
kracht
weerspiegelt in
plaats van
zwakte, eenheid
in plaats van
afgescheidenheid,
en liefde in
plaats van
angst. Het
tegendeel van
horen met de
oren van het
lichaam is
communicatie
via de Stem
namens God, de
Heilige Geest,
die in ieder
van ons woont.
Zijn Stem lijkt
veraf en
moeilijk te
verstaan, omdat
het ego, dat
spreekt voor
het kleine,
afgescheiden
zelf, veel
luider lijkt.
In feite is dit
omgekeerd. De
Heilige Geest
spreekt met
onmiskenbare
helderheid en
overweldigende
zeggingskracht.
Iemand die er
niet voor kiest
zich met het
lichaam te
vereenzelvigen,
kan onmogelijk
doof zijn voor
Zijn boodschap
van bevrijding
en hoop, noch
kan hij
verzuimen vol
vreugde de
visie van
Christus te
aanvaarden in
blije ruil voor
zijn ellendige
beeld van
zichzelf. De
visie van
Christus is de
gave van de
Heilige Geest,
ze is Gods
alternatief
voor de illusie
van afscheiding
en het geloof
in de
werkelijkheid
van zonde,
angst en dood.
Ze is de ene
correctie voor
alle fouten in
de waarneming,
de vereniging
van de
schijnbare
tegenstellingen
waarop deze
wereld is
gebaseerd. Haar
milde licht
laat alles
vanuit een
ander
gezichtspunt
zien, het
weerspiegelt
het denksysteem
dat uit kennis
voortkomt en
maakt de
terugkeer tot
God niet alleen
mogelijk, maar
onvermijdelijk.
Wat gezien werd
als onrecht dat
iemand door een
ander werd
aangedaan,
wordt nu een
roep om hulp en
eenheid. Zonde,
ziekte en
aanval worden
als onjuiste
waarnemingen
gezien die
roepen om een
remedie door
middel van
vriendelijkheid
en liefde.
Verdedigings-mechanismen
worden
afgelegd, want
waar er geen
aanval is, is
er geen
behoefte aan.
De behoeften
van onze
broeders worden
de onze, omdat
zij samen met
ons de reis
ondernemen op
weg naar God.
Zonder ons
zouden zij de
weg kwijtraken.
Zonder hen
zouden wij de
onze nooit
kunnen vinden.
Vergeving is
onbekend in de
Hemel, waar de
noodzaak ertoe
ondenkbaar is.
In deze wereld
echter is
vergeving een
noodzakelijke
correctie voor
alle
vergissingen
die we hebben
gemaakt.
Vergeving
schenken is
voor ons de
enige manier om
die te krijgen,
want het
weerspiegelt de
wet van de
Hemel dat geven
en ontvangen
hetzelfde zijn.
De Hemel is de
natuurlijke
staat van alle
Zonen van God
zoals Hij hen
geschapen
heeft. Dat is
hun
werkelijkheid
in alle
eeuwigheid. Ze
is niet
veranderd
doordat ze werd
vergeten.
Vergeving is
het middel
waardoor we ons
weer zullen
herinneren.
Door vergeving
wordt het
denken van de
wereld
omgekeerd. De
vergeven wereld
wordt tot
Hemelpoort
omdat we door
haar
barmhartigheid
eindelijk
onszelf
vergeven
kunnen. Nu we
niemand als
gevangene van
schuld
vasthouden,
worden wij
bevrijd. Door
Christus in al
onze broeders
te erkennen,
herkennen we
Zijn
aanwezigheid in
onszelf. Door
al onze
onjuiste
waarnemingen te
vergeten, en
met niets uit
het verleden
dat ons
tegenhoudt,
kunnen we ons
God herinneren.
Verder dan dit
kan leren niet
gaan.
Wanneer we
klaar zijn zal
God zelf de
laatste stap
zetten in onze
terugkeer naar
Hem.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|