|
Geschiedenis |
|
Zie ook: De
geschiedenis van: |
NO |
v Jaartallentabel: een
overzicht van de geschiedenis van Noorwegen aan de hand van de koningen van
Noorwegen met per vorst een korte samenvatting van de belangrijkste
gebeurtenissen tijdens zijn of haar regeringsperiode
v Vorstennamen: in de onderstaande
tabel worden de vorsten aangeduid met hun naam in het Noors; in het Nederlands
kennen wij de vorsten vaak onder een andere naam; de vertaling van de
vorstelijke voor- en bijnamen ziet u onder het kopje Vorstennamen
|
Jaartallen |
Vorst |
"-^ |
Huis |
Bijzonderheden |
|
ca. 865-ca.
933 |
Koning Harald I Hårfagre |
?-? |
Yngling |
Hij voltooide in 872 de
eenheid |
|
ca. 933- ca.
935 |
Koning Eirik I
Haraldsson Blodøks |
895-954 |
Yngling |
Hij verwierf de
alleenheerschappij door het doden van zijn broers; na 935 werd hij koning van
Northumbrië |
|
ca. 935-ca. 960 |
Koning Håkon I
Haraldsson Adelstensfostre den gode |
ca. 915-961 |
Yngling |
Hij was de jongste zoon
van Harald I; hij was in Engeland christelijk opgevoed en wilde in
Noorwegen het christendom invoeren; hij sneuvelde in de strijd tegen de zonen
van zijn halfbroer Eirik I, die hij eerder van de troon gestoten had. |
|
ca. 960-ca.
970 |
Koning Harald II Eriksson Gråfell |
ca. 930-ca. 970 |
Yngling |
Kleinzoon van Harald I; tijdens zijn bewind moest hij voortdurend strijden tegen zijn verwanten, die hem uiteindelijk naar Denemarken lokten, waar ze hem vermoorden |
|
ca. 970-995 |
Koning Håkon
Sigurdsson, Ladejarl |
?-? |
Deens Huis |
Regent |
|
995-1000 |
Koning Olav I
Trygvasson |
ca. 964-1000 |
Yngling |
- |
|
1000-1015 |
Koning Eirik
og Svein Håkonsson, Ladejarler |
?-? |
Deens Huis |
Tevens koning van
Denemarken |
|
1015-1028 |
Koning Olav II
Haraldsson den Hellige |
ca. 995-1030 |
Yngling |
Hij bevorderde de
verbreiding van het Christendom; hij werd schutspatroon van Noorwegen |
|
1028-1029 |
Koning Håkon
Eiriksson, Ladejarl |
?-? |
Deens Huis |
- |
|
1029-1030 |
Koning Knud den store |
995-1035 |
Deens Huis |
Ook Knoet of Knut; hij
was tevens koning Knud I van
Denemarken (1018-1035) en koning Knud
van Engeland (1016-1035), na de verovering door hemzelf en zijn vader
Svend I; na zijn dood gingen Engeland en Noorwegen spoedig voor de Denen
verloren; hij codificeerde de wetten in Engeland |
|
1030-1035 |
Koning Svein
Knutsson Alfivason |
?-? |
Deens Huis |
- |
|
1035-1047 |
Koning Magnus I Olavsson den gode |
1024-1047 |
Yngling |
- |
|
1045-1066 |
Koning Harald III Sigurdsson Hardråde |
1015-1066 |
Yngling |
Zijn dochter Ingegerd
huwde met koning Oluf I van Denemarken |
|
1066-1069 |
Koning Magnus II
Haraldsson |
?-? |
Yngling |
- |
|
1067-1093 |
Koning Olav III Haraldsson Kyrre |
?-1093 |
Yngling |
Hij was een verbreider
van het Christendom |
|
1093-1095 |
Koning Håkon
Magnusson Toresfostre |
?-? |
Yngling |
- |
|
1093-1103 |
Koning Magnus III Olavsson Berrføtt |
?-? |
Yngling |
- |
|
1103-1115 |
Koning Olav IV
Magnusson |
?-1115 |
Yngling |
- |
|
1103-1123 |
Koning Øystein I Magnusson |
?-? |
Yngling |
- |
|
1103-1130 |
Koning Sigurd I Magnusson Jorsalfare |
?-? |
Yngling |
- |
|
1130-1135 |
Koning Magnus IV
Sigurdsson den blinde |
?-? |
Yngling |
- |
|
1130-1136 |
Koning Harald IV Magnusson Gille |
?-? |
Yngling |
- |
|
1136-1155 |
Koning Sigurd II
Munn |
?-? |
Yngling |
- |
|
1136-1161 |
Koningin Inge I
Haraldsson Krokrygg |
?-? |
Yngling |
- |
|
1142-1157 |
Koning Øystein II
Haraldsson |
?-? |
Yngling |
- |
|
1157-1162 |
Koning Håkon II
Sigurdsson Herdebrei |
?-? |
Yngling |
- |
|
1161-1184 |
Koning Magnus V
Erlingsson |
?-? |
Yngling |
- |
|
1177-1202 |
Koning Sverre
Sigurdsson |
?-? |
Yngling |
- |
|
1202-1204 |
Koning Håkon III
Sverresson |
?-? |
Yngling |
- |
|
1204-1217 |
Koningin Inge II
Bårdsson |
?-? |
Guttormsson |
- |
|
1217-1263 |
Koning Håkon IV Håkonsson Gamli |
1204-1263 |
Yngling |
Tijdens zijn regering
was er een culturele bloeiperiode |
|
1263-1280 |
Koning Magnus VI
Håkonsson Lagabøte |
1238-1280 |
Yngling |
Hij codificeerde het
ongeschreven Noorse recht |
|
1280-1299 |
Koning Eirik II
Magnusson [bijgenaamd: Priesterhater] |
?-1299 |
Yngling |
Hij beperkte de macht van
de geestelijkheid en voerde een oorlog met de Hanze, die ongunstig verliep |
|
1299-1319 |
Koning Håkon V
Magnusson |
?-? |
Yngling |
- |
|
1319-1355 |
Koning Magnus VII
Eiriksson |
?-? |
Folkunga |
- |
|
1343-1380 |
Koning Håkon VI
Magnusson |
1339-1380 |
Folkunga |
Vanaf 1355 regeerde hij
zelfstandig; in 1362 werd hij mederegent in Zweden, waar zijn vader Magnus
Eriksson regeerde; hij was in 1363 gehuwd met koningin Margrethe I van
Denemarken, ter voorbereiding van de vereniging van de drie koninkrijken |
|
1380-1387 |
Koning Olav IV
Håkonsson |
1370-1387 |
Folkunga |
Hij was tevens koning Oluf III van Denemarken;
zijn moeder koningin
Margrethe I van Denemarken was regentes en eigenlijke bestuurster;
zij volgde hem op |
|
1387-1412 |
Koningin Margrete |
1353-1412 |
Skioldung |
Moeder van
Olav IV; zij was tevens koningin
Margrethe I van Denemarken en koningin
Margrete van Noorwegen |
|
1389-1442 |
Koning Eirik III
av Pommern |
ca. 1380-1459 |
Pomeranian |
Hij was tevens koning Erik VII van Denemarken en
koning Erik VIII van Zweden;
hij was in conflict met de Hanze; hij stelde in 1428 de Sont-tol in; een
opstand in Zweden onder leiding van Engelbrechtsson sloeg over naar
Denemarken; in 1439 werd hij in Zweden en Denemarken afgezet, in 1442 ook in
Noorwegen |
|
1442-1448 |
Koning Christoffer av Bayern |
1418-1448 |
Wittelsbach |
Hij was koning
Christoffer III van Denemarken sinds de afzetting van zijn oom
Erik VII in 1439; hij was tevens koning Kristoffer III van Zweden
(sinds 1441); zijn regering stond in het teken van de achteruitgang van de
koninklijke macht ten gevolge van de opkomst van de Rijksraden in Denemarken
en Zweden en de grote bloei van de Hanze; bekend is de ‘Kristofers Landslag’
(1442), een hervorming van de ‘Landswet’ in Zweden door Magnus Eriksson |
|
1449-1450 |
Koning Carl I Knutsson Bonde |
1408-1470 |
Deens Huis |
Hij was tevens koning Karl VIII van Zweden; hij leidde in 1435 samen met Engelbrecht Engelbrechtsson
het verzet tegen de overheersende plaats van de Denen in de Unie van Kalmar
(1397); na de dood van Kristoffer III werd hij koning, hetgeen duurde
tot 1457, toen hij door toedoen van onder meer koning Christiaan I van Denemarken
werd verdreven; daarna regeerde hij er nog van 1464-1465 en van 1467-1470 |
|
1450-1481 |
Koning Christian I |
1426-1481 |
Oldenburgska ätten |
Hij was tevens koning Christiaan I van Denemarken;
hij was de stichter van de Oldenburgse dynastie (1448-1863); in 1450 werd hij
gekozen tot koning van Noorwegen; na de dood van zijn moeders broeder
Adolf VIII in 1460 werd hij tevens hertog van Sleeswijk en graaf van Holstein;
bij zijn opvolging werd bepaald dat beide landen eeuwig ongedeeld zouden
blijven (Holstein werd in 1479 hertogdom); in 1471 deed hij een laatste
poging om de soevereiniteit over Zweden te herwinnen, maar hij werd verslagen
door Zweedse troepen onder leiding van Sten Sture; na toestemming van de paus
stichtte hij in 1479 de universiteit van Kopenhagen |
|
1481-1483 |
Interregnum |
- |
- |
- |
|
1483-1513 |
Koning Hans |
?-? |
? |
Ook: Jan |
|
1513-1523 |
Koning Christian II |
1481-1559 |
Oldenburgska ätten |
Kleinzoon van
Christian I; hij was tevens koning
Christian II van Denemarken; in 1513 werd hij door de Rijksraden tot
koning gekozen van Denemarken, Noorwegen en Zweden, doch slechts met nominale
bevoegdheden; zijn regeringsbeleid was voortdurend gericht op het uitbreiden
van die bevoegdheden (zijn bijzit, de Hollandse Dyveke, had op dit beleid
bijzonder veel invloed, zelfs na zijn huwelijk met Elizabeth, de dochter van keizer Karel V van Duitsland); zijn
poging de macht van adel en geestelijkheid en de Noord-Duitse Hanze te breken
waren echter gedoemd te mislukken: het Stockholmse bloedbad (1520, moord op
een aantal vooraanstaanden) kostte hem de Zweedse kroon, zijn handelspolitiek
leidde tot oorlog met de Hanze (1522), terwijl een opstand van adel en
geestelijkheid hem dwong Denemarken te verlaten (1523); na een verblijf in de
Nederlanden waagde hij, met steun van keizer
Karel V van Duitsland, een poging de kroon te herwinnen; hierbij
werd hij door zijn oom Frederik I gevangengenomen; de rest van zijn
leven sleet hij in gevangenschap in Deense kastelen |
|
1524-1533 |
Koning Frederik I |
1471-1533 |
Oldenburgska ätten |
Hij was tevens koning Frederik I van Denemarken;
hij voerde een pro-lutheraanse politiek; zijn dood was aanleiding tot een
burgeroorlog (1533-1536) |
|
1537-1559 |
Koning Christian III |
1503-1559 |
Oldenburgska ätten |
Zoon van Frederik I; hij was tevens koning Christian III van Denemarken;
na de dood van zijn vader werd hij wel ingehuldigd in Sleeswijk-Holstein (als
hertog), maar pas in 1536 kon hij zijn erkenning als koning afdwingen; de
grotendeels katholieke Rijksraad had namelijk geweigerd hem, als lutheraan,
tot koning te kiezen; bovendien was in Denemarken een burgeroorlog
uitgebroken (op instigatie van Kopenhagen); spoedig na de capitulatie van
Kopenhagen (1536) riep hij de Rijksdag van Kopenhagen bijeen, waarbij hij de
Reformatie invoerde en de kerkelijke goederen confisqueerde; het jaar daarop
hervormde hij met zijn kanselier het staatsbestuur; op buitenlands gebied
verbond hij zich met de protestantse Duitse vorsten tegen keizer Karel V van Duitsland |
|
1559-1588 |
Koning Frederik II |
1534-1588 |
Oldenburgska ätten |
Zoon van
Christian III; hij was tevens koning
Frederik II van Denemarken; een poging om de Unie van Kalmar (1397)
te herstellen leidde tot oorlog met Zweden en eindigde in een handhaving van
de status quo; hij bevorderde handel, kunsten en wetenschap |
|
1588-1648 |
Koning Christian IV |
1577-1648 |
Oldenburgska ätten |
Was tevens koning
Christian IV van Denemarken; hij wilde de geprivilegieerde standen
dwingen hun bevoorrechte positie op te geven, maar miste de politieke
bekwaamheid om dit daadwerkelijk uit te voeren; hij nam deel aan de Dertigjarige
Oorlog aan de zijde der protestanten en vocht zonder succes tegen de Zweden
(1643-1645) |
|
1648-1670 |
Koning Frederik III |
1609-1670 |
Oldenburgska ätten |
Zoon van
Christian IV; hij was tevens koning
Frederik III van Denemarken; hij verloor land aan koning Karel X Gustaaf van Zweden,
maar kon door steun van de Republiek de verliezen beperken; hij regeerde
absolutistisch, steunde op de lagere standen en sloot de adel buiten |
|
1670-1699 |
Koning Christian V |
1646-1699 |
Oldenburgska ätten |
Zoon van Frederik III; hij was tevens koning Christian V van Denemarken;
hij versterkte de absolute heerschappij door het opnemen van Deense burgers
en edelen uit Holstein in de staatsdienst met voorbijgaan van de hoge Deense
adel |
|
1699-1730 |
Koning Frederik IV |
1671-1730 |
Oldenburgska ätten |
Zoon van
Christian V; was tevens koning
Frederik IV van Noorwegen; zijn regering stond in het teken van de
Grote Noordse Oorlog (1700-1721); hij verkreeg een deel van Sleeswijk; de
lijfeigenschap werd in 1702 afgeschaft |
|
1730-1746 |
Koning Christian VI |
1699-1746 |
Oldenburgska ätten |
Hij was tevens koning
Christian VI van Denemarken; hij was schuw, nauwgezet,
onaantrekkelijk en devoot van aard en daarom weinig geliefd bij het volk;
onder zijn bewind werd de invloed van de Duitsers sterker; hij bevorderde het
lager onderwijs; hij richtte liefdadigheidsinstellingen op, verbeterde de
armenzorg en voerde kostbare bouwwerken uit, bijvoorbeeld de vernieuwing van
het kasteel Christiansburg |
|
1746-1766 |
Koning Frederik V |
1723-1766 |
Oldenburgska ätten |
Zoon van
Christian VI; was tevens koning
Frederik V van Denemarken; hij voerde een neutrale politiek; tijdens
zijn regering was er een bloeiperiode van handel en kunst |
|
1766-1808 |
Koning Christian VII |
1749-1808 |
Oldenburgska ätten |
Hij was tevens koning
Christian VII van Denemarken; hij was al vroeg geestesziek en
daardoor onberekenbaar; aangezien de Lex Regia de instelling van een
regentschap verbood, kon zijn lijfarts Johann Friedrich Graf von Struensee
hoe langer hoe meer macht krijgen; deze regeerde vanaf 1770 als een verlicht
despoot; in 1772 werd hij samen met zijn maîtresse, koningin Caroline,
gevangengenomen en terechtgesteld; zijn opvolger, Ove Hoegh-Guldberg, werd in
1784 door kroonprins Frederik bij een staatsgreep afgezet |
|
1808-1814 |
Koning Frederik VI |
1768-1839 |
Oldenburgska ätten |
Zoon van
Christian VII; hij was tevens koning
Frederik VI van Denemarken (1808-1814); hij stond aan de kant van Napoleon I van
Frankrijk en moest na diens
val Noorwegen aan Zweden afstaan (aldus werd op 24.01.1814 de personele unie
met Denemarken vervangen door een personele unie met Zweden) en Helgoland aan
Engeland; tijdens zijn regering vond de stichting van vier
Standenvergaderingen (1834) plaats; dit betekende het begin van het
parlementaire leven |
|
16.02.1814 - 03.11.1814 |
Koning Christian
Frederik |
1786-1848 |
Oldenburgska ätten |
Tot 19.05.1814 trad hij
op als regent; van 12.10.1814 tot 04.11.1814 regeerden regenten: - Marcus Gjøe Rosenkrantz (1762 - 1838) - Mathias Otto Leth Sommerhielm (1764 - 1827) - Jonas Collett (1772 - 1851) - Niels Aall (1769 - 1854) - Diderich Hegermann (1763 - 1835) - Thomas Fasting (1769 - 1841) |
|
04.11.1814 - 05.02.1818 |
Koning Carl II |
1748-1818 |
Holsten-Gottorp |
Hij was tevens koning Karel XIII van Zweden |
|
05.02.1818 - 08.03.1844 |
Koning Carl III Johan |
1763-1844 |
Bernadotte |
Hij was tevens koning Karel XIV van Zweden |
|
08.03.1844 - 08.07.1859 |
Koning Oscar I |
1799-1859 |
Bernadotte |
Hij was tevens koning Oskar I van Zweden |
|
08.07.1859 - 18.09.1872 |
Koning Carl IV |
1826-1872 |
Bernadotte |
Hij was tevens koning Karel XV van Zweden |
|
18.09.1872 – 07.06.1905 |
Koning Oscar II |
1829-1907 |
Bernadotte |
Hij was tevens koning Oskar II van Zweden; op 07.06.1905
eindigde de personele unie met Zweden |
|
07.06.1905 – 25.11.1905 |
Peter Christian Michelsen |
1857-1925 |
- |
Als eerste minister
oefende hij de koninklijke macht uit |
|
25.11.1905 – 21.09.1957 |
Koning Haakon VII |
1872-1957 |
Glücksborg |
Hij werd geboren als
prins Karel van Denemarken (hij was de zoon van koning Frederik VIII van
Denemarken); hij huwde met prinses Maud van Engeland; in WO I lukte
het hem de neutraliteit te handhaven, maar in WO II niet, waardoor hij moest
uitwijken naar Engeland; van 08.05.1945-14.05.1945 trad Paal Berg op als
regent; van 14.05.1945-07.06.1945 trad kroonprins Olav (V) op als regent |
|
[19.06.1955 - 21.09.1957] |
Regent Olav V |
1903-1991 |
Glücksborg |
In deze periode trad de
kroonprins eveneens op als regent |
|
21.09.1957 – 17.01.1991 |
Koning Olav V |
1903-1991 |
Glücksborg |
Zoon van
Haakon VII; gehuwd met prinses Märtha van Zweden; hij overleed op 87-jarige
leeftijd aan een hartaanval; in 1990 had hij al een beroerte gekregen, waarna
kroonprins Harald reeds zijn taken had waargenomen |
|
[06.1990 – 17.01.1991] |
Regent Harald V |
1937- |
Glücksborg |
In deze periode trad de
kroonprins op als regent |
|
17.01.1991 - |
Koning Harald V |
1937- |
Glücksborg |
Gehuwd met Sonja Haraldsen; uit dit huwelijk werden geboren:
1. Märtha Louise (1971-) en 2. Haakon Magnus (1973-);
laatstgenoemde huwde op 25.08.2001 met de ongehuwde moeder Mette-Marit Tjessem Hoiby, uit welk
huwelijk twee kinderen werden geboren: 1. Ingrid Alexandra (2004-) en
2. een zoon (2005-) |
Hieronder volgt een alfabetische lijst van vorstelijke voor- en bijnamen in het Noors met achter elke naam de vertaling ervan in het Nederlands.
|
Blodøks |
de Bloedbijl |
|
Carl |
Karel |
|
Gamli |
de Oude |
|
den gode |
de Goede |
|
Gråfell |
Grauwpels |
|
Hårfagre |
Schoonhaar |
|
den Hellige |
de Heilige |
|
Lagabøte |
de Wetsverbeteraar |
v Voor
een overzicht van de geschiedenis van Noorwegen zie men Det
Norske Kongehus, de website van het Noorse koninklijk huis.
|
index – © Dirk
van Duijvenbode, Katwijk aan Zee (NL) – Laatste wijziging: 21.V.2006 |