Taal
en rekenen zijn op school de hoofdvakken, we besteden er op school veel tijd
aan. We werken met tussendoelen en de ontwikkeling van de kinderen wordt
nauwlettend gevolgd door de leerkrachten, opdat de kinderen uiteindelijk de
school geletterd en gecijferd kunnen verlaten. Vanaf groep 1/2 tot en met groep
8 maken de kinderen zo een enorme ontwikkeling door.
Maar
hoe zit dat eigenlijk bij het tekenen van kinderen? Natuurlijk maken kinderen
ook op dit gebied een ontwikkeling door: van de eerste krabbels als peuter naar
gedetailleerde landschappen die getekend zijn in perspectief. Hoe die
ontwikkeling bij tekenen verloopt is vaak veel minder bekend, dan bij rekenen
of taal.
Om
daar een globaal beeld van te schetsen tref je in de galerie van
kindertekeningen een bloemlezing aan van tekeningen die gemaakt zijn door
kinderen van de Lucas van Leyden. Je zult zien dat kinderen van dezelfde
leeftijd vaak zeer verschillende tekening maken, maar ook dat tekeningen van
twee kinderen haast niet van elkaar te onderscheiden zijn.
Er is ook theoretische informatie over de ontwikkeling die kinderen in hun tekenen doormaken. Net als bij de taalontwikkeling zijn er diverse fasen te onderscheiden. Als we naar kindertekeningen kijken, kunnen we iets zeggen over hoe de figuren worden getekend. Daarnaast kunnen we kijken naar de manier waarop de figuren in de ruimte, dat is: op het papier, worden geplaatst. In de pagina’s met theoretische informatie over kindertekeningen wordt via directe links verwezen naar tekeningen die de behandelde begrippen illustreren. Onder het kopje opdrachtsuggesties zijn enige aansluitende tekenopdrachten te bekijken.