|
Het concept 'Global Positioning System' berust op een systeem
van 24 satellieten die in een vaste baan om de aarde draaien.
De satellieten vormen voor een referentiepunt waarmee, via wiskundige
en natuurkundige berekeningen, onze positie op aarde tot op centimeters
nauwkeurig kan worden bepaald. In feite wijst GPS aan elke vierkante
meter op aarde een uniek adres toe. Behalve van de satellieten
maakt het systeem ook gebruik van grondstations. Er bevinden zich
vijf grondstations op aarde, die de satellieten continu monitoren
en hun exacte locaties in de gaten houden. Eventuele afwijkingen
van de baan worden geregistreerd en teruggestuurd naar de satellieten,
die vervolgens een gecorrigeerd GPS-signaal naar de ontvangers
kunnen sturen.
Hoe
werkt het?
De
afstand tussen een satelliet en een GPS-ontvanger wordt berekend
met behulp van een radiosignaal. Hoe langer het duurt voordat
dit signaal ons bereikt, hoe verder de satelliet van ons verwijderd
is (en omdat de meting een continu proces betreft, kan ook worden
vastgesteld hoe snel we ons voortbewegen ten opzichte van de satelliet).
Als we weten dat een bepaalde satelliet zich op 15.000 kilometer
afstand bevindt, dan kunnen we onze mogelijke posities op aarde
'vernauwen' tot de oppervlakte van een bol. Deze bol heeft als
middelpunt de satelliet, en een straal van 15.000 kilometer. Vervolgens
meten we de afstand tot een tweede satelliet, die bijvoorbeeld
17.000 kilometer bij ons vandaan staat. Ook om deze satelliet
tekenen we een bol, maar nu met een straal van 17.000 kilometer.
We bevinden ons dus ergens aan de rand waarlangs de twee bollen
in elkaar overlopen.

Een
derde satelliet is nodig om onze positie tot slechts twee mogelijkheden
te reduceren. Meestal is één van deze twee eenvoudig
uit te sluiten, bijvoorbeeld omdat het punt te ver van de aarde
verwijderd is of zich met absurde snelheid voortbeweegt. Voor
alle zekerheid, maar ook om eventuele vertraging van het signaal
te detecteren (en te corrigeren), wordt nog een vierde satelliet
ingeschakeld. Consequentie is dat een GPS-ontvanger op vier onafhankelijke
kanalen ('channels') tegelijkertijd signalen moet kunnen ontvangen
en verwerken. Geen probleem, want de huidige GPS-modules beschikken
over 12 kanalen.
Perspectief
Bij GPS denken we meestal aan navigatie of positiebepaling, maar
de techniek heeft nog een andere belangrijke functie: tijdmeting.
Elke GPS-ontvanger loopt synchroon met de 'universele' tijd, want
de satellieten hebben een atoomklok aan boord. Zodoende wordt
GPS ook wordt gebruikt om netwerken te synchroniseren of om andere
navigatiesystemen op elkaar af te stemmen
Een smetje op de 'consumentenversie' van GPS is de relatieve onnauwkeurigheid.
Centimeterwerk is alleen weggelegd voor militaire doeleinden,
het Witte Huis stelt deze techniek vooralsnog niet voor burgers
beschikbaar. Onder ideale omstandigheden kunnen GPS-ontvangers
metingen doen die binnen een tiental meters nauwkeurig zijn. Maar
er liggen vele gevaren op de loer: tunnels, hoge gebouwen, bomen,
oftewel: alle objecten die zich tussen de ontvanger en de satelliet
bevinden.
|
Palm
V(x) & Rand McNally
De Rand McNally Streetfinder module fungeert als 'huls'
voor de Palm Vx, en het digitale contact verloopt via de
hotsync-poort. De tamelijk forse antenne doet weinig af
aan het draagbare genoegen; een Palm Vx ligt zelfs lekkerder
in de hand wanneer de Streetfinder is aangebracht. Softwarematig
gebruiken we 'Route Europe 2.0' om de GPS-functionaliteit
te testen, een routeplanner die beschikt over kaarten van
bijna geheel Europa. Voor Nederland kan worden gekozen uit
de Benelux of Nederland, we nemen de laatste omdat deze
meer details bevat. Het werken met de Palmtop routeplanner
als stand-alone applicatie is niet bijster spannend, zo
was te lezen in het aprilnummer van Computer!Totaal. Maar
de inschakeling van GPS doet onze harten toch enigszins
sneller kloppen. Ook al begrijp je geen snars van een kaart
die 160 bij 160 pixels groot is: als de ronde stip zich
verwijdert van de geplande route (vet afgedrukt), dan zit
je fout. Makkelijker kan het bijna niet. De enige misser
die je nog kunt maken, is om de route in tegenovergestelde
richting te volgen (terug naar het beginpunt).
|

|
|

Heel
soms zitten we ernaast, maar meestal blijft het bolletje
aan de weg gekleefd. Namen van afritten verschijnen bij
Route Europe onder in beeld
|

De
utility 'compass' vindt maar liefst 9 satellieten, en heeft
een zeer betrouwbare snelheidsmeting (die overigens ook
in km/h kan worden weergegeven)
|
Een
nadeel van deze -hardwarematige- configuratie is, dat het soms
minutenlang duurt voordat de satellieten zijn geïnitialiseerd.
Ook wil het contact nog wel eens verloren gaan, waarmee ons geduld
opnieuw de proef wordt gesteld. Maar meestal functioneert de Streetfinder
naar behoren, ook in de auto. Er is dus geen speciale buitenantenne
nodig. Route Europe sluit keurig op de hardware aan, de ongedetailleerde
kaarten krijgen opeens veel meer 'cachet', als we onze eigen bewegingen
kunnen volgen. Wanneer het stipje uit beeld dreigt te verdwijnen
wordt de kaart automatisch gecentreerd. Behalve op het moment
dat u een land uitrijdt, want dan moet er een nieuwe kaart worden
ingeladen. Heel soms gaat het programma Route Europe de mist in
(de test-Marbella heeft zelfs even door het IJsselmeer gereden).
Belangrijke kruisingen worden soms te laat aangekondigd, wanneer
de afslag al is voorbijgereden. Maar dat kan ook te wijten zijn
aan de enorme hoeveelheid asfalt (en het grote aantal afritten)
in ons land. U kunt trouwens ook uw eigen kaarten inscannen, of
kaarten van het internet downloaden. Er is veel GPS-software beschikbaar
voor het Palm-platform, zoals een kompas (met zeer nauwkeurige
snelheidsmeting) en een satelliet-zoeker.
Het systeem is nog niet perfect, maar zeker interessant genoeg
om aanschaf te overwegen als u in het bezit bent van een Palm
Vx. De Streetfinder is ook verkrijgbaar voor de Palm III-familie,
maar dit model heeft vreemd genoeg een totaal andere vorm. Rand
McNally levert op het moment van schrijven nog geen GPS-module
voor de nieuwste Palm PDA's (de m100 en m500).
Palm
Vx: ƒ850,- (Palm)
Streetfinder GPS module: ƒ650,- (Rand McNally)
Route Europe 2.0: ƒ139,- (Palmtop Software)
Andere
platforms
Ook de Visors van Handspring kunnen, via het Springboard-slot,
worden opgewaardeerd met een GPS-module. Deze was op het moment
van schrijven nog niet verkrijgbaar. Wel hebben we de module reeds
in actie gezien, bij de (Nederlandse) introductie van de nieuwe
Visor Edge. De Edge is flink dunner dan de andere Visors, en heeft
een speciale connector nodig om Springboard-modules te kunnen
plaatsen. Het GPS-systeem werkte helaas nog niet optimaal.
Voor het PocketPC-platform staan diverse GPS-producten op stapel.
Vooral het kleurenscherm en de hogere resolutie bieden perspectieven,
met het oog op het gebruiksgemak van GPS. Tijdens de testperiode
konden wij echter alleen beschikken over een GPS-module in de
vorm van een PCMCIA-kaart, eigenlijk bedoeld voor laptops, die
via een converter kan worden aangesloten op een iPaq. Dat vinden
wij een nogal omslachtige oplossing, en bovendien tamelijk duur
(meer dan 1000 gulden). Het wachten is op een CompactFlash-kaart
voor PocketPC met GPS-functionaliteit. Computer!Totaal zal hiervan
in een volgend nummer of op de website verslag uitbrengen.
GPS
zonder PDA?

Er
leiden natuurlijk meerdere wegen naar Rome. Ook zonder PDA
kunt u beschikken over een mobiele GPS-unit. Wat dacht u bijvoorbeeld
van GPS op een mobiele telefoon? Benefon levert een dergelijk
apparaat, met de moeilijk uit te spreken naam 'Esc! GPS Phone'.
Het beeldscherm is 100x160 pixels, royaal voor een mobieltje
maar waarschijnlijk te beperkt voor GPS-toepassingen. Dat
het nog kleiner kan, bewijst Casio met de (verslik u niet)
'ProTrek Satellite Navi GPS Watch Pat2GP-1V'. We hebben hier
te maken met een horloge, dat beschikt over een beeldscherm
van 48x31 pixels. GPS-functionaliteit is dan in feite alleen
aanwezig in de vorm van een kompas en een snelheids- of hoogtemeter.
Update: KLIK HIER
voor een test van PocketPC GPS-software
|