Beïnvloeding
Rudolf Otto & Helen Schucman
William James
De hergeboorte neemt in James’ werk een centrale plaats in.
Wie bepaald de grens tussen waan en zin?
Juridisch-praktisch wordt de grens bepaald bij een bepaalde mate van overlast, gevaar en andere zo objectief mogelijk te bepalen bedreigingen van de afgesproken orde.
Definitie van God
God is een personificatie of andere materialisatie van aan ons bekende aspecten van het mysterieuze. Het is een gecreëerd ijkpunt voor ethisch handelen en bij een religieus beleven ook een rechtvaardige en strenge, maar tevens koesterende en liefdevol en genadeschenkend Wezen waarvoor veel verschillende namen zijn die als overeenkomst hebben, dat ze meestal met een hoofdletter worden geschreven en met eerbied worden uitgesproken.
Het vrouwelijke
aspect van God
Door de
vermeende
zuiverheid van
Maria te
materialiseren
in de
maagdelijke
geboorte van
haar zoon
Joshua zijn in
de katholieke
Kerk liefde en
seksualiteit
gescheiden. De
zuiverheid van
Maria is
omgezet in een
taboe dat tot
op heden zijn
uitwerkingen
heeft.
Of seksuele
onthouding het
religieuze
leven bevordert
is nog maar de
vraag. Dat de
behoefte aan
allerlei aardse
geneugten bij
een religieuze
ontwikkeling
verminderen kan
is aannemelijk;
maar dat
betekent niet
automatisch dat
seksuele
onthouding het
religieuze
leven
bevordert.
Het kan zelfs
leiden tot
frustraties en
excessief
gedrag.
Hoewel het ons denkvermogen te boven gaat, maar om toch iets te kunnen zeggen, dat God de vader en Moeder aarde zonder ingrepen van de mens, deze mens een liefdevol en tevens hardvochtig bestaan biedt. Met het ingrijpen van de mens is in deze paradox niets gewijzigd, behalve dat er ongoddelijke elementen als afgunst, hebzucht hun intrede hebben gedaan en er een orde wordt verstoord die zich niet laat verstoren.
De geschiedenis van Maria Magdalena is een voorbeeld van hoe de Kerk worstelde met de traditioneel ondergeschikte rol van de vrouw. Nu, na zo’n tweeduizend jaar lijkt zij te worden gerehabiliteerd. De Greet Hofmanskwestie draagt trouwens ook kenmerken van angsthazerij ten opzichte van spirituele vrouwen, evenals de vaak denigrerende toon waarmee Jomanda wordt bejegend.
Ongetwijfeld hebben veel bevlogen mensen neurotische en zelfs pathologische trekjes. Het vreemde is echter dat dit vooral religieuzen kwalijk wordt genomen. Veel kunstenaars, geleerden en politici hebben ook kenmerken die je zo zou kunnen diagnosteren. Maar bij hen wordt gekeken naar hun werk, hun gemoedsgesteldheid is niet relevant. Wat je ook allemaal over Jomanda kunt opmerken, veel mensen vinden baat en troost bij haar. Waarom wordt dat die mensen misgund? Jomanda is een authentieke en consequente vrouw met een beeld van de ‘andere kant’. Zij wordt thans, evenals bijvoorbeeld Maria Magdalena in eerdere tijden, graag verguisd om haar buitenredelijkheid. Maar is deze buitenredelijkheid niet een van de belangrijkste aspecten van het geloof? Je spreekt toch over ‘religieus gevoel’ en niet over ‘religieus verstand’? Verbazing lijkt me eerder op zijn plaats dan diskwalificatie en neerbuigendheid. Overigens heeft William James in zijn klassieker Vormen van religieuze ervaring vele ‘Jomanda’s’ de revue laten passeren, soms licht ironisch, altijd kritisch, maar nooit denigrerend.
Evolueert God?
Waarom zou God niet evolueren?
God als projectie
Als je niet religieus bent, maar je wilt het wel worden moet je ergens beginnen. Psychologiestudies worden vaak begonnen om inzicht te krijgen in het eigen wezen. Al snel wordt echter wel duidelijk dat je daarvoor toch een therapeut nodig hebt die je de nodige feedback kan geven bij het verkrijgen van dit zelfinzicht. Zodat je later zelf je cliënten onbevangen en met een zo hoogst haalbare graad van zuiverheid tegemoet kan treden.
Voor een
theologie/filosofiestudie
geldt
hetzelfde: om
echt onbevangen
al de boeken,
getuigenissen
etc. tegemoet
te kunnen
treden, zal je
toch moeten
kunnen
beschikken over
een zuiver
gemoed.
Zeker, een
onzuiver gemoed
kan tot van
alles in staat
zijn en
wellicht zelfs
langs ‘de
waarheid’
kunnen scheren
die door haar
uitvergrotingen
tot inzichten
bij de lezer
kunnen leiden.
Maar is de
religieuze
zoeker dat
stadium – al
naar vermogen –
niet al
voorbij?
Voor de religieus of religieuze in spé is de therapeut God. Beter gezegd óók God. Zoals je kunt betwijfelen of het hindoeïsme in wezen wel een polytheïstische godsdienst is, zo kan je ook je vraagtekens zetten bij het monotheïstische gehalte van velen die zich christelijk geïnspireerd voelen. En als het christendom haar iets anders denkende broeders en zusters met wat meer égards zou hebben behandeld was het christendom als instituut nu net zo bont geschakeerd als het hindoeïsme altijd al geweest is.
Maar goed, om van ongeloof tot geloof te geraken is toch enig houvast nodig. Ergens moet een punt in de oneindigheid zijn om je te kunnen oriënteren. Dwaallichten vliegen af en aan.
De Christus, beter misschien de Chrêstos, de Boeddha – dat zijn ijkpunten. Hoe je het ook moge ervaren, intellectueel, gevoelsmatig of emotioneel. Maar eigenlijk altijd in een specifiek persoonlijke combinatie van deze drie menselijke drijfveren.
Een beroemde filosoof sprak over de filosofie als over een ladder die, wanneer we eenmaal boven aangeland zijn, zichzelf overbodig gemaakt heeft.
Vanuit de traditie tot iets komen. Zonder de traditie komt het uit de lucht vallen. Dat kan heel boeiend zijn, maar door gebrekkige structuur vaak chaotisch ogend en ook onrustig aanvoelend soms. En een van de vruchten van religieus beleven zou toch innerlijke gemoedsrust moeten zijn.
Projecties verhullen het wezen Gods, of hoe je Het ook noemen wilt. Beter kan je het maar helemaal niet noemen want uiteindelijk weten we niet waarover we zoveel praten.
Maar op de eerste treden zal je toch een soort beeld moeten hebben op een uitkomst om zin in het beklauteren van de trap te krijgen.
Er zijn vele
aanbieders van
ladders met
beloftes op een
mooi uitzicht.
Hoe herken je,
wat voor jou de
juiste weg is?
Je eigen
traditie is
natuurlijk het
eerst
aangewezen
uitgangspunt.
En dat zal in veel gevallen de humanistisch-joods/christelijke traditie zijn, waarvoor bij iedereen de nadrukken, vermengingen en verhoudingen weer anders liggen en het christelijke element een katholieke of protestantse toon kan hebben.
Het doel van de tocht is duidelijk: het hervinden van het contact met je bron, het ervaren van heelheid. Herstel van de eenheid, oftewel terug naar je oorspronkelijk visioen. Duidelijk gezegd, de kwaliteit van je leven verbeteren – alleen daarom gaat het. Maar leven doe je niet alleen. Maar de levenskwaliteit van een ander verhogen kan alleen maar door je eigen kwaliteit te verhogen. Je kunt alleen jezelf veranderen. En feedback is daarbij onontbeerlijk.
De ander houdt je de spiegel voor. Je kunt jezelf nooit compleet zien. Behalve als je ‘uittreedt’, maar daar gaat het nu niet over.
Het wezen Gods achter de projectie
De offerbehoefte
De offerbehoefte is de behoefte om je oorsprong te eren. Een gevoel van nederigheid tegenover je schepper en de behoefte om hem te behagen.
Je aanbidt het mysterieuze, dat wat je niet kent, maar waar je wel iets van verwacht. Het heeft te maken met je oorsprong. Het is feitelijk oppermachtig en je bent er aan onderworpen door wetmatigheden die soms moeilijk te doorgronden zijn. Dat kan angstig maken. Het is huiveringwekkend en fascinerend tegelijk. Maar als uitvloeisel van de bron draag je dezelfde kenmerken als die bron. Is zelfkennis universele kennis?
Acim is voor het christendom wat het boeddhisme voor het hindoeïsme is; namelijk een praktische toespitsing en toepassing op de kern van de zaak.
Aanwezigheid versus vluchtgedrag
Aandacht, aandachtgeven kan niet zonder aanwezigheid. Minder leuk geachte dingen, aangelegenheden waarbij weerstand gevoeld wordt, worden soms met verminderde aandacht benaderd. In het boeddhistische gedachtegoed neemt deze kwestie een centrale plek in.
Het buitenredelijke
Waarden zijn de idealen waarvoor je stáát. Grote begrippen als vrijheid, recht op onderwijs, gelijkwaardigheid enzovoort. Normen zijn de wetten en regels die deze waarden moeten beschermen. Waarden komen niet voort uit de normen. Waarden komen voort uit de menselijke geest die humanistisch, joods-christelijk of anderszins gekleurd zijn. De inspiratiebronnen mogen van elkaar verwijderd zijn, de uiteindelijke opbrengst komt overeen: naastenliefde is hier het sleutelwoord.
Behoefte aan veiligheid
Veiligheid en beschutting zoeken doe je alleen maar in een wereld die je niet als veilig ervaart. Sommige risico’s kan je afkopen met verzekeringen; financiële onafhankelijkheid geeft ook een gevoel van vrijheid. Maar waar gaat het hier nou werkelijk om? Waar ben je nou precies bang voor? Welke gedachtes maken je onzeker en angstig? Vaak zijn het onbestemde gevoelens. Het lijkt er ook op dat de ene mens er meer last van heeft dan de andere. Vele factoren, zoals aanleg en opvoeding spelen een rol. Graag zouden we soms net zo evenwichtig en besluitvaardig willen zijn als… Maar misschien denkt die ander wel net zo als jij? Onzekerheid, besluitloosheid, het ‘eigenlijk ook niet weten’, het zijn geen stoere zaken waarmee je makkelijk te koop loopt.
Besmettelijke ziektes in al hun details vertoond op de televisie leveren geen gevaar op voor de volksgezondheid. Maar hoe zit het met al die meningen die we dagelijks over ons uitgestort krijgen?
In de didactiek is het welbekend: foutief aangeleerde motoriek is lastig te herstellen. Vaardigheden van schaatsen tot vaktechnische handelingen moeten er van het begin af aan goed worden ingeslepen. Foutieve handelingen moeten vanaf het begin de kop worden ingedrukt. De uitkomst van een technische handeling moet zonder meer voorspelbaar zijn en aan eenduidige eisen voldoen. Dit is anders bij het aanleren van vaardigheden zoals correct argumenteren, feedback confronteert je met de consequenties van je gedachtegangen en eventuele dwaalwegen kunnen in dit geval ook leerzaam zijn.
Een geloofsgedachte die je als kind meekrijgt is echter vaak niet afgestemd op de behoeftes en capaciteiten van het kind. Dus hier kan je op wat latere leeftijd tot de ontdekking komen dat er zaken in je geest zijn ingeslepen die conflicteren met inmiddels andere ontwikkelde kwaliteiten. Waarden zoals vrijheid van meningsuiting, respect voor de ander, wat weer zijn consequenties kan hebben voor de mate waarin je van de vrije meningsuiting gebruik maakt, maar dit terzijde, zijn zo alom geaccepteerde waarden dat ze zondermeer kunnen worden aangeleerd. Eenduidigheid, zowel thuis als op school geeft een duidelijke structuur die een gezonde basis kan vormen voor de verdere eigen ontwikkeling.
|
|
|