|
De diverse stadia bij zelfverdediging In literatuur over zelfverdediging worden er verschillende stadia van zelfverdediging onderscheiden. Alle stadia hebben tot doel jou tot een "moeilijkere prooi" te maken voor een geweldpleger. Naar mijjn mening zijn er tien stadia te onderscheiden: De makkelijkste stadia zijn die van de preventie, terwijl de moeilijkere stadia die van communicatie en fysieke verdediging zijn. Het begint dus bij het voorkomen en vermijden van problemen, preventieve technieken toepassen, tot uiteindelijk het niet anders kunnen oplossen van een probleem dan door fysiek geweld. Alle stadia hebben met elkaar te maken en sommige stadia overlappen elkaar en/of lopen door elkaar heen. De volgende stadia van verweer zijn te onderscheiden:
Stadium 1 houdt in dat je van tevoren bewust bezig bent met wat je gaat doen en waar je rekening mee moet houden voor je eigen veiligheid. Stadia 2 en 3 maken je bewuster van de omgang met mensen en van je aanwezigheid in de omgeving. Dit actieve bewustzijn kost je nauwelijks energie, maar moet continu aanwezig zijn. Het is niet de bedoeling om je daarbij paranoia te maken, zodat je opeens niemand meer vertrouwt of gelooft. Het gaat om een gezonde achterdocht, waarneming en vertrouwen op je gevoel, je intuïtie. Stadium 4 gaat duidelijk om je eigen karakter, je eigen persoonlijkheid. Wie ben jij ? Ben je erg onzeker of heel zeker van jezelf ? Als je al van tevoren naar andere mensen onzeker overkomt dan zal een geweldpleger dit ook zien en ben je een makkelijke prooi. Assertief zijn, je grenzen weten, ´Nee` kunnen zeggen, van je af bijten, is de volgende stap in je verweer. Stadium 5 gaat over je houding, niet alleen in het dagelijks leven, maar ook bijvoorbeeld naar lastige mensen toe. Je houding zegt ontzettend veel. Alleen je houding kan al voorkomen dat een geweldpleger je aanvalt. Bij stadium 6 is de situatie zodanig dat je, ondanks de voorafgaande stadia, merkt dat er misschien geweld op je af gaat komen of dat er iets in je omgeving gaat plaatsvinden waarbij je betrokken kunt raken. Weggaan is dan de beste optie. Bij stadium 7 is er een lastige persoon/geweldpleger (of meerdere personen) die naar jou toe kenbaar heeft gemaakt dat hij of zij het op jou gemunt heeft. De mate waarin hij of zij geagiteerd is naar jou toe, is bepalend in hoeverre je met de eerdere stadia en door middel van communicatie een escalatie van de situatie kunt voorkomen. Bij stadium 8 dreigt de situatie uit de hand te lopen en zal de geweldpleger jou sociaal gewenste afstand willen/gaan overtreden. Bewust en tactisch je gewenste afstand en grens aangeven, blijven communiceren, maar je toch voorbereiden op fysiek geweld houdt stadium 8 in. Bij stadium 9 gaat de situatie uit de hand lopen. De geweldpleger luistert gewoon niet en komt op je af. Stadium 9 is een stadium die bepaald wordt door jou relatie met je tegenstander en wat jij daar mee wilt. Bij stadium 9 besluit je de tegenstander fysiek te waarschuwen dat hij of zij echt te ver gaat, maar je houdt je (nog) in. Bij stadium 10 is de situatie volledig uit de hand gelopen. Hier gaat het om puur fysiek geweld dat naar je toe is gericht, waarbij je van de ernstigste schade uit moet gaan die de geweldpleger jou wilt toebrengen. Je effectief kunnen verdedigen en met zo weinig mogelijk kleerscheuren uit de situatie komen is hierbij essentieël. Het leren om vroegtijdig potentieel gevaarlijke situaties te herkennen, te vermijden en het leren van strategieën om bij de verschillende stadia toe te passen, is niet alleen handig maar ook slim. Door conflict-oplossende tactieken op de diverse stadia toegepast kan een fysieke confrontatie voorkomen worden. Alleen als de geweldpleger niet gevoelig is voor deze tactieken, zijn fysieke vaardigheden nodig om de actie van de geweldpleger te stoppen. |