Derde vaardag: van Porte de Roche naar Pont-Rean


Maandag ben ik als eerste wakker. Ik zet eerst koffie en thee en fiets vervolgens naar de bakker in Ste-Anne-sur-Vilaine. Toen we gisteravond uitzochten waar de bakker in dit dorp zat, zag het er verlopen uit, een klein winkeltje met een verduisteringsgordijn voor het raam. Maar ’s ochtends ziet het er heel anders uit met de gordijnen open en een jonge vrouw in het licht tussen de goudgele stokbroden. Ik neem hetzelfde mee als Pepijn gisteren. Dat smaakte ons goed. Het lijkt een heel aardige dag te worden. De zon schijnt al.  
Als we echter hebben ontbeten begint het te regenen en met al die modder op de kade belooft het snel een smeerbende te worden. We vertrekken en sturen het eerste stuk binnen. Voorlopig kunnen we nog 12 kilometer voort voor we naar buiten moeten bij de eerste sluis. We varen onder een mooie gemetselde  boogbrug door waar een spoorbaan over gaat. Het weer is inmiddels verbeterd maar nog niet helmaal betrouwbaar. We sturen inmiddels wel weer buiten.  
Opvallend zijn de gele koolzaad oevers langs het water. Een prachtig gezicht. Bij het plaatsje Mâlon passeren we de eerste sluis in de Vilaine, zes kilometer verder de sluis bij Messac. Na de sluis van Macaire leggen we aan voor de lunch. 
Als we aanmeren om te wachten tot de sluis open gaat, springt Harm op een ponton. Die blijkt echter spiegelglad en Harm maakte een flinke smak. Hij valt bijna ook nog in het water. Hij komt met smerige kleren en de schrik vrij. Het ponton zit onder de algaanslag. We leggen na de sluis aan bij een zelfde ponton dat niet glad is. Kennelijk heeft de ponton beneden de sluis onder water gestaan bij hoog water en die boven de sluis niet. We liggen bij een oude watermolen die inmiddels is verpest door een aantal reusachtige loodsen in lelijke zwembadkleuren. Na de lunch varen we verder en passeren een aantal fraaie watermolens die bij de stuwen in de rivier liggen. Bij de sluis van Bouëxière krijg ik van een aardige sluiswachtster een bosje lelietjes-van-dalen. Dit is een gebruik in Frankrijk op 1 mei. Hier ligt trouwens een prachtige watermolen die in de steigers staat omdat hij wordt gerestaureerd. Het vervallen waterrad is goed zichtbaar.  
Het weer blijft trouwens onbetrouwbaar. Pepijn heeft van een bezem en een paraplu een afdakje boven de tafel gemaakt zodat de vaargids droog blijft.
Deze constructie verdwijnt echter bij de volgende sluis, die van Boël, in het water. De wind kwam onder de paraplu en tergend langzaam verdwijnt de paraplu met bezem en al een tiental meters verder onder water. De watermolen van Boël is trouwens een plaatje. Een prachtig oud gebouw.  
De dag is al weer bijna voorbij. We leggen voor de nacht aan in Pont-Rean waar een prachtige gemetselde brug met negen bogen over de rivier ligt.
We tanken er water. Pepijn en Harm maken de boot ’s avonds aan de buitenzijde schoon. Door de regen, de modder en de vele bloesemblaadjes is de boot vies geworden. Met alleen een dweil, de bezem is immers onder water verdwenen, weten ze de boot toch blinkend wit te krijgen. We kijken ‘s avonds of we er een aardig café in het plaatsje is maar vinden geen geschikte. Het enkele etablissement dat er aantrekkelijk uitziet, is gesloten.

 

Varen in Bretagne            Andere kanalen            Vorige dag            Volgende dag