De genadereligie van India en het christendom

overeenkomsten en verschillen

&

Religieuze overeenstemming

parallellen in de godsdienstgeschiedenis

 

De genadereligie van India en het christendom  &  Religieuze overeenstemming

IN HET EERSTE DEEL van deze uitgave combineert Rudolf Otto zijn grote kennis van de godsdienstgeschiedenis met zijn religieuze inlevingsvermogen.
Fijnzinnig wijst Otto op de overeenkomsten en contrasten tussen genadereligies uit oost en west. Als geen ander weer hij de wezenlijke gevoelswaardes achter deze innerlijke overtuigingen onder woorden te brengen. Door zijn warme betrokkenheid ondervindt de lezer niet alleen een intellectueel plezier, maar raakt het hem ook in het hart, Rudolf Otto leert ons waar het in de religie werkelijk gaat:een heldhaftige poging van de mens om zich te verzoenen met een numineuze macht die groter is dan zijn bevattingsvermogen. Op weergaloze wijze komt Otto ons tegemoet met overpeinzingen die ons nader brengen tot hetgeen in het leven van alledag maar al te vaak ver weg en soms zelfs onbereikbaar lijkt: het zich zinvol ingeschakeld voelen in het geheel van het zijnde, zoals de bekende psycholoog en psychiater H. C. Rümke het ooit kort en krachtig formuleerde.

IN HET TWEEDE GEDEELTE van deze uitgave belicht Rudolf Otto het ontstaan en de geschiedenis van het religieuze gemoed.
Hij laat zien hoe religies zich in verschillende tijden en culturen anders kleuren, maar zich ook gelijkvormig ontwikkelen zonder dat altijd van beïnvloeding sprake is. De overeenkomsten komen volgens Otto voort uit een uniforme werking van de gelijkgestemde menselijke ziel, die als de onderliggende bepalende factor overal aanwezig is.

 

 

ISBN 90-907300-3-3

176 pagina's

12,5 X 20 cm. genaaid gebrocheerd

19,95

vertaling deel 1: dr. A. Scheepers

vertaling deel 2: Joh. Vogel et al.

geïllustreerd

bevat voetnoten, index en verklarende woordenlijst

najaar 2004


Fenomenologische Bibliotheek

Uitgever: Daniël Mok
 

© 2004 Uitgeverij Abraxas, Amsterdam
 

De genadereligie van India en het christendom
overeenkomsten en verschillen

Oorspronkelijk verschenen als:

Die Gnadenreligion Indiens und das Christentum; Vergleich und Unterscheidung

bij C. H. Beck’sche Verlagsbuchhandlung, München.

© 1930 by Leopold Klotz Verlag, Gotha

Vertaling: dr. Alfred Scheepers

 

Religieuze overeenstemming
Overeenkomsten en verwante gedachtes in de godsdienstgeschiedenis;
een vergelijkende studie naar de oorsprong en ontwikkelingen van de godsdienst

 

Oorspronkelijk verschenen als:

Das Gesetz der Parallelen in der Religionsgeschichte

uit:

Vischnu-Nārāyana, 1917 & 1923 (Eugen Diederichs, Jena)

en

Parallelen und Konvergenzen in der Religionsgeschichte

uit:

Das Gefühl des Überweltlichen (Sensus Numinis), vanaf de 5e druk uit 1931.

© 1931 by C. H. Beck’sche Verlagsbuchhandlung, München.

Vertaling: Joh. Vogel et al.

 

ISBN 90-807300-3-3

NUR 718 (oosterse religies waaronder boeddhisme en hindoeïsme)

706 (godsdienstwetenschappen)

708 (godsdienstige mystiek)

736 (cultuurfilosofie)

 

Uitgeverij Abraxas

Kinderdijkstraat 77

1079 GE Amsterdam

(020) 6446907

www.home.zonnet.nl/uitgeverij-abraxas


Voor de vertaling van Die Gnadenreligion Indiens und das Christentum is gebruik gemaakt van Rudolf Otto’s eigen correctie-exemplaar dat aanwezig is in het Rudolf Otto-archief van de Bibliothek Religionswissenschaft der Philipps-Universitāt Marburg.

Naast de gebruikelijke correcties heeft Rudolf Otto ook nog een aantal wijzigingen en aanvullingen aangebracht. De paragraafindeling is veranderd en de paragrafen zijn voorzien van kopregels.

Hierdoor is onze uitgave de meest complete versie die er is. Onze dank gaat uit naar de behulpzame medewerksters van Faculteit Godsdienstwetenschappen van deze universiteit.

Wij zijn dankbaar dat wij de eerste Nederlandse uitgave van dit zo inhoudsrijke en gevoelsvolle boekje mogen uitbrengen. Naast de godsdienstwetenschappelijke waarde staat Rudolf Otto’s noëtisch gave, die intuïtieve en boven het redenerende denken uitgaande kennis helder onder woorden kan brengen, om zo toch te kunnen zeggen wat eigenlijk niet in begrippen is vast te leggen.

De uitgever   
Amsterdam–Marburg, zomer 2004

 


 

bibliografie

Rudolf Otto:
Dipik
ā des Nivāsa; Eine indische Heilslehre, 1916
Vischnu-N
ārāyana; Texte zur indischen Gottesmystik
I, 1917
Siddhānta des Rāmānuja; Texte zur indischen Gottesmystik
II, 1917
Het heilige; over het buitenredelijke kant van het goddelijke,
(1917) 2002
West-Östliche Mystik; Vergleich und Unterscheidung zur wesensdeutung, 1926
Yamuna Muni: Der dreifache Erweis von Bewußtsein, Ich und Gott, 1929
Das Gefühl des Überweltlichen; Sensus Numinus, 1931
Rabindrath Tagore’s Bekenntnis (mit Ïshā-upanishad), 1931
Gottheit und Gottheiten der Arier, 1932
Die Urgestalt der Bhagavad-Gitā, 1934
Die Lehrtraktate der Bhagavad-Gitā, 1935
Der Sang des Hehr-Erhabenen; Die Bhagavad-Gitā, übertragen und erlāutert, 1935
Die Katha Upanishad; Übertragen und erlāutert, 1936

William James:
Vormen van de religieuze ervaring, (1902) 2003

H. Th. Obbink:
De godsdienst in zijn verschijningsvormen, 1933

Th. P. van Baaren:
Van maansikkel tot rijzende zon; de grote godsdiensten van Azië, 1960
Doolhof der goden, 1960

Swami Prabhavananda:
The Sermon on the Mount; according to Vedānta, 1964

Claas Bleeker:
Het Wezen en de Funktie van de Godsdienst, 1982

Paul W. Pruyser:
Between Belief and Unbelief; een psychologische studie van de twijfel, 1974

Philip C. Almond:
Rudolf Otto; An introductin to His Philisophical Theology, 1984

Gregory D. Allis (ed.):
Rudolf Otto, Autobiographical and Social Essays, 1996

Alfred Scheepers: An Orientation in Indian Philosophy, 1997

Edmund Weber:
Die Wiederkehr des Heiligen; Rudolf Ottos hagiozentrische
Grundlegung einer autonomen Religionswissenschaft und Religionskultur
, 2000

Daniël Mok (red.):
Een wijze uit het westen; over Rudolf Otto en het heilige, 2001
 


Rudolf Otto heeft in zijn studie over Parallelen und Konvergenzen in der Religionsgeschichte het zoeklicht gericht op de godsdienstige gebeurtenissen die zich in de acht eeuwen vc in Israël, Griekenland, voor Indië en China hebben voltrokken.

In Israël traden in de 8e en 7e eeuw de eerste profeten op. In Griekenland ontwaakte een hoger type van godsdienst. In het oude India ontstond het Brahmanisme en in China brak de historische tijd aan, waarin het godsdienstige denken wakker werd. Bij de Perzen is er de werkzaamheid van Zarathoestra als profeet van Ahoeramazda.

Daarna, tussen de 6e en de 4e eeuw, predikten Ezechiël en deutero-Jesaja een universeel monotheïsme, doceerden Plato en Aristoteles, geleerden Lao-tzi en Confucius hun wijsheid en verkondigde Boeddha zijn heilsleer die een machtige godsdienst in het leven riep.

Overal vindt je volgens Rudolf Otto overeenkomsten in de behoefte aan verlossing, in ideeën en idealen en religieuze levenswijze.


index

I De genadereligie van India en het christendom

Voorwoord bij de Nederlandse uitgave 7 – Rudolf Otto’s wezenlijke ervaringen van het heilige in India 8 -

Het heilige in Noord Afrika en India 9 - Het ware inzicht 11 - Genade als een geschenk 13 # Inleiding door

Rudolf Otto 15 # Een rivaal van het christendom? 17 – Bhakti als heilsleer 18 - Bhakti in het

boeddhisme 23 - Bhakti in India 25 - De genade leer van Rāmānuja 26 # Een strijd om God 28 – Oudere vorm

van de bhakti-religie 28 - Vishnoe-Nārāyana 30 - Rāmānuja 31 - Het monisme van de ‘dubbele orde’ 32 -

De kosmische illusie 34 - Rāmānuja’s godsleer 36 - Schepper en schepsel 42 # De markt van welzijn en

geluk 44 – Geluk en heil 44 - a Het heil 44 - Volledige toewijding 45 - Uitverkiezing 47 - Zondeval 48 -

Genademiddelen 49 - Verlossing 50 - De karmaleer 51 - b Genadeproblematiek - Redding door genade 52 - Niet uit

verdienste maar door genade 54 - Synergisten en monergisten 55 - De noordelijke en zuidelijke school 55 #

De verhouding tussen christendom en bhakti-religie 57 – Theologische en godsdiensthistorische

vergelijkingen 58 - Een andere geest 61 - Onze Vader en hoogste geest 63 - De gedachte van het Rijk Gods 64 - De

andere God 65 - Waardering van het aardse 67 - a Ontkenning van de wereld 67 - De verhouding tussen christendom

en bhakti-religie 69 - b God en ziel 70 - Autonomie en theonomie 74 - Overeenkomsten en verschillen 76 –

Geschiedenis 78 – Tweeërlei genade 79 – Zonde in relatie tot klesa en pāpa 86

– Muc en absolvere 90 – De macht van het karman en de zondeschuld 91 – a Eigen structuur 92 b Verlossing en heil 93 – Verschillen in godsbeeld 94 –

De ‘innerlijke getuige’ en het geweten 95 - Het unieke van de christelijke verzoening 97 # Tot besluit 101
 

Bijlagen:

De verborgen God en de God van de bhakta’s 103 – Draupadi’s verschrikkelijke en ondoorgrondelijke God

104 – De God van de bhakti 108 – Draupadï en Job 109 # Verzoening en zuivering van schuld 112 –

Het denkbeeld van de zondeval 117 # De eenheidsbeleving van de identiteitsmystiek tegenover

de genade-ervaring van de bhakti-religie 119 – De mystieke eenheidsbeleving versus de genade-ervaring 121

# God is geen wezen 124 # Paul Neff, religie als genade 126 # Geheel en al uit genade 128 #

De afbeeldingen 130 – Shankara 130 – Rāmānuja 131 – Bibliografie 132 # Dankwoord van de

Nederlandse uitgever en een opmerking van de vertaler 133
 

II Religieuze overeenstemming

Inhoud en voorwoord door de Nederlandse uitgever 136 # Inleiding van Rudolf Otto 137 #

Gelijke prereligieuze grondslag 138 # Chronologische overeenkomsten in het oude

Griekenland, China, Israël, Perzië en India 140 # Objectieve overeenkomsten: vita religiosa 145#

Brahman, Tao en Logos 147 # Atman, pneuma 150 #

Dualistische verlossingsgedachte 151 # Het mystieke gevoel 154 # Eredienst voor de

verlosser 156 # Theologische bedrijvigheid 158 # Eenheid en verschil van de religieuze

drijfveren 159 # Vergelijking en onderscheiding 161 # Het verschil tussen de westerse en

oosterse geloofsontwikkeling 162 # Als voorbeeld: Origenes en de Indiase theologie 163

Verklarende woordenlijst 172 # Korte biografie van prof dr. L. K. R. Otto 174 # Die ‘Marburger

Religionskundliche Sammlung’ 176